Schumacher, Erik 2016

‘Mau en Gerty’: een schrijnende liefdesgeschiedenis


‘Mau en Gerty’: een schrijnende liefdesgeschiedenis

Erik Schumacher schreef ‘Een Joodse liefdesgeschiedenis tussen volksverhuizingen en wereldoorlogen’, getiteld ‘Mau en Gerty’. Uitgave Querido. Gerty Kelemen (Wenen, 1909) was enig kind. Ze had een eenzame jeugd. Het lukte haar moeder Irma niet om een lieve moeder te zijn, met haar vader Max had ze wel een goede band, maar die was vaak afwezig. Gerty ging verhalen schrijven toen ze in de twintig was. Haar personages dromen hun dromen, maar raken in het echte leven teleurgesteld.  Ze wilde schrijfster van korte verhalen worden en ze wilde het liefst omgaan met kunstenaars en bohémiens. Ze zocht naar een ‘meeslepende liefde’, maar geloofde niet in het huwelijk: wel in ‘korte momenten van geluk.’ Toen Hitler aan het bewind kwam en het nationaalsocialisme de kop opstak, verliet ze Wenen. Na wat omzwervingen ontmoette ze Mau Hanemann (Memel, Litouwen, 1899) in Amsterdam. Hij viel op slag voor haar, zij wat later voor hem. Aan een vriendin schreef ze: ‘Ik sta tegenover hem zoals ik nog nooit tegenover een mens heb gestaan.’ In 1939 trouwden ze en waren gelukkig. Op 10 mei 1940 vallen de Duitse troepen Nederland binnen. Veel van hun vrienden vluchten. Gerty is zwanger, dochter Bila wordt geboren. ‘Met de kennis van achteraf is het moeilijk voorstelbaar’, schrijft Schumacher: ‘Wie zet er onder naziheerschappij een Joods kind op de wereld?’ Razzia’s waren binnen de kortste tijd aan de orde van de dag. Ze willen er nu alles aan doen om met z’n drieën te vluchten. ‘Maar mocht het te laat zijn, dan zouden ze Bila ergens achterlaten voordat ze in Duitse handen kon vallen. Ze voelden een hoger doel dan hun eigen lot. Bila moest leven.’ Ze besloten een onderduikadres voor haar te vinden. Bila kwam terecht bij een idealistisch, warm gezin in Enkhuizen. Mau en Gerty werden opgepakt en gedeporteerd naar Westerbork. Het begin van een lange, afschuwelijke nachtmerrie. Na Westerbork kwam Bergen-Belsen. Ze hielden de moed erin, hoe wanhopig ze ook waren. Bila wilden ze terugzien én er was sprake van een aanstaande uitwisseling van gevangenen met Palestina. Maar dat was vals alarm en beiden zonk nu de moed toch echt in de schoenen. Vergeleken met Bergen-Belsen was Westerbork een paradijs. Het waren onbeschrijflijke omstandigheden waaronder ze moesten zien te overleven. Onderlinge diefstallen en ruzies maakten het kampleven nog dramatischer. Van verbroedering was geen sprake. Maar Mau en Gerty bleven vechten:  ‘Zolang er de kans was dat hun dochter nog leefde, mochten ze niet opgeven.’ Na de bevrijding van Nederland kwamen ze in Amsterdam terecht. Maar niet zonder slag of stoot, want ze waren Duitse Joden en hadden geen Nederlands paspoort. Ze kregen te maken met ‘onbegrip, onverschilligheid, soms zelfs argwaan en vijandigheid.’ Zouden ze Bila terugzien en hoe zal ze op haar ouders reageren? Zal hun leven de goede kant opgaan? Razend knap en met grote kennis van zaken vertelt Schumacher het verhaal van Mau en Gerty (gecompleteerd met foto’s) op basis van brieven, dagboeken en memoires. Tegen de achtergrond van de Europese geschiedenis in de tijd van de wereldoorlogen. De onstuimige en schrijnende liefdesgeschiedenis is de rode draad in de roman, en dankzij Schumachers uitvoerige beschrijving van de historische gebeurtenissen, wint die nog meer aan diepte.

Ellen de Jong 2016