Appelfeld, Aharon 2016

Aharon Appelfeld in ‘Plotseling liefde’: ‘Zo’n liefde had hij zich niet kunnen voorstellen

De Israëlische schrijver Aharon Appelfeld (Oekraïne, 1932) ontsnapte op zijn achtste jaar uit een concentratiekamp en overleefde de oorlog in de Oekraïense bossen. Met de publicatie van ‘Plotseling, liefde’, uitgave Ambo|Anthos, vertaling Ruben Verhasselt, voegde Appelfeld een bijzonder mooi boek toe aan zijn autobiografisch gekleurde oeuvre. Hoofdpersoon is de 70-jarige Ernst Blumenfeld. Hij was in de Tweede Wereldoorlog actief in het Rode Leger en kwam later bij toeval in Jeruzalem terecht. Hij woont alleen, zijn ouders, zijn eerste vrouw en zijn dochtertje werden door de nazi’s vermoord. Van zijn tweede vrouw is hij gescheiden. Ernst wordt na een operatie liefdevol verzorgd door Irene. Zij is de 36-jarige, ongetrouwde dochter van ouders die Auschwitz overleefden, maar inmiddels overleden zijn. Ernst gaat elke dag naar het café om inspiratie op te doen voor het boek dat hij wil gaan schrijven. Maar het lukt hem nog lang niet de juiste woorden te vinden voor de beelden die in zijn hoofd circuleren. Hij raakt depressief, maar dan is Irene daar om hem uit de put te helpen, zijn ‘duisternis’ te verdrijven. Zij is nog altijd in gesprek met haar overleden ouders in het huis waarin zij is blijven wonen en waarin zij niets veranderd heeft. Ernst echter ziet zijn ouders na al die jaren bijna nooit voor zich. Hij had met beiden geen contact, ze raakten hem niet. Het waren zwijgzame, uiterst introverte mensen, die samen een kruidenierszaak dreven, en dat was hun leven. ‘Ernst had altijd geleden onder hun zwijgzaamheid. Hun stilte had geleken op ingehouden woede en soms op een zonsondergang in dichte duisternis.’ Als hij twaalf is sluit Ernst zich aan bij de communistische partij die zich keerde tegen de wereld van de kapitalisten en het Jodendom. ‘De gedachte dat hij mensen bevrijdde uit de gevangenis van de godsdienst blies hem dadendrang in […].’ Op zijn zeventiende ging hij het huis uit. ‘Later zou hij tegen zichzelf zeggen: wat heb ik gedaan? Wat voor duivel fluisterde me toen in? Vijandschappen die je jonge jaren in vuur en vlam hadden gezet, werden niet gemakkelijk weggenomen. Het zou jaren duren eer zijn pad hem naar zijn ouders zou voeren, en nog meer jaren eer het hem zou brengen naar zijn grootouders.’ Ernst die na zijn operatie van een kankergezwel ook een hartkwaal kreeg en door Irene dag in dag uit met grote toewijding wordt verzorgd, raakt steeds meer op haar gesteld. Af en toe omhelst hij haar en zij koestert zich dan in zijn warmte. Ernst leest wat hij, na lang zwoegen, heeft geschreven, vaak voor aan haar. Hij verhaalde over de Joden en over zijn grootouders in de Karpaten waar hij vaak logeerde: ‘De grote God was in hun huis een vaste gast.’ Al praatten zijn grootouders ook mondjesmaat, Ernst hield van hen. Tot die ontdekking kwam hij al schrijvend en door de liefde die Irene hem geeft. Het viel hem echter gemakkelijker te schrijven over zijn grootouders dan over zijn ouders. Langzamerhand komen er steeds meer herinneringen boven die jarenlang in hem verborgen waren gebleven. ‘Irene luisterde en haar hart opende zich.’ Ernst onthullingen brachten haar eigen herinneringen die ze aan het dorp van haar ouders en grootouders had, dichterbij. Ernst werd zieker, maar hij bleef schrijven. ‘De beelden en de woorden gingen zich eindelijk met elkaar verbinden.’[…]‘Hij ging meer en meer op in de Karpaten. Wat hem daar indertijd was geopenbaard, wist hij, was met de jaren weggezakt en verborgen. Maar dankzij Irene had hij nu de sleutel die de zware deuren opende.’ […]‘Irenes aanwezigheid en haar nabijheid openden doorgangen voor hem naar werelden die hij niet kende, of die hij wel kende, maar waar hij blind voor was geweest. Zo’n liefde had hij zich niet kunnen voorstellen.’ Het wonder van die liefde èn het wonder van het schrijven, vat Appelfeld geniaal samen in een ingetogen, veelzeggende taal.  

Ellen de Jong  2016