Ferrante, Elena 2016

In ‘Kwellende liefde’ beschrijft Elena Ferrante het menselijk onvermogen

Mijn moeder verdronk in de nacht van 23 mei, mijn verjaardag, in het stuk zee bij de plek die Spaccavento wordt genoemd, op een paar kilometer van Minturno.’ Amalia had vanuit Napels de trein genomen om in Rome haar dochter Delia te bezoeken die jarig was. Dat was op 21 mei, maar ze is daar nooit aangekomen. De avond ervoor belde ze nog en ze klonk beurtelings vrolijk en angstig. Er was een man bij haar die haar seksueel wilde intimideren. Aan het woord is Elena Ferrante in haar boek ’Kwellende liefde’, waar ze in 1993 mee debuteerde. Uitgave Wereldbibliotheek, vertaling Manon Smits. De veertigjarige Delia keert terug naar haar geboorteplaats Napels en gaat op het strand naar haar dode moeder kijken, die 63 jaar werd. Ze had alleen nog een beha aan, die ‘iets heel anders was  dan die afgedragen dingen die ze gewoonlijk droeg.’ Samen met haar twee zussen gaat ze naar de begrafenis. Haar vader is allang verdwenen van het toneel. Hij schilderde portretten en halfnaakte zigeunerinnen. Tot grote ergernis van Amalia en Caserta, de man die Delia’s vader eerst hielp met de verkoop van zijn werk, maar zich later van hem afkeerde en gecharmeerd raakte van Amalia. Amalia wordt regelmatig in elkaar geslagen door haar man, hij is zeer gewelddadig en jaloers. Ook Caserta valt hij aan. Op de begrafenis praat Delia met haar oom Filippo, de broer van haar moeder, en ze probeert er achter te komen hoe het kwam dat haar moeder verdronk. Tegelijkertijd kijkt ze terug op haar verleden en herinnert zich vooral dat ze, toen ze nog klein was, aan haar vader vertelde dat ze haar moeder samen met Caserta had gezien. Haar vader sloeg Amalia daarna tot bloedens toe. Caserta gaf Amalia cadeaus die ze aannam ook al wist ze dat ze daar zwaar voor zou moeten boeten. Ze verlaat haar man en neemt haar dochters mee. Al had Delia een hekel aan alles uit haar verleden, kon ze er toch niet onderuit. Het beeld van haar agressieve vader ‘brulde en brulde al tientallen jaren in mijn hoofd.’ En wat had ze met haar moeder, ze had geen binding met haar, bedacht ze. ‘Ze was al jaren alleen maar een hinderlijke verplichting, soms zelfs een kwelling, […].’ Op de zoektocht naar haar moeder en naar zichzelf vond ze een tasje en een koffertje, waar nieuwe kleren in zaten.  Zij die nooit geld had en altijd oude spullen droeg. Hoe zat dat? En had Caserta daar wat mee te maken? Ferrante trekt ons steeds dieper Delia’s verleden in, met haar onverwerkte gebeurtenissen en haar verstoorde relaties. Onder meer die met haar moeder, die ze zowel bewondert als verafschuwt, en onder haar huid zit, ‘als een warme vloeistof die me god weet wanneer was geïnjecteerd.’ En ze laat zien hoe Delia toch ook gefascineerd is door haar, al is er van een innige band tussen hen geen sprake. Delia constateert dat ze, voor ze verdronk, met Caserta op het strand was: ‘Ze was op reis gegaan met een man die haar minstens evenzeer had gekweld als haar echtgenoot, en die haar op een subtiele manier nog steeds kwelde.’ En: ‘Was Amalia toen ze besloten had naakt te gaan zwemmen te ver van de kant afgegaan? Of rende ze naakt langs de vloedlijn en rende Caserta achter haar aan […], zij doordat ze zijn verlangens had ontdekt, hij doordat hij haar afkeer had ontdekt. Totdat Amalia had bedacht dat ze in het water aan hem kon ontkomen.’ Ferrante laat in het midden hoe het zat, wel schept ze duidelijkheid als Delia uiteindelijk constateert dat ze op haar moeder lijkt. Met een waarachtig gevoel voor het menselijk onvermogen het leven naar je hand te zetten en geschreven in een diepgravende taal,  is Ferrantes debuut even fascinerend en emotionerend als haar Napolitaanse romans.  

Ellen de Jong   2016