Oppenheim, Marjoleine 2016

In ‘Over zij en ik’ beschrijft Marjoleine Oppenheim-Spangenberg de invloed van traumatische ervaringen van ouders op hun kinderen

Op 26 augustus 1942 wordt de Joodse Riel van Duren bij een identiteitscontrole opgepakt. Ze had een vals persoonsbewijs. Ze werd gevangen genomen en opgesloten in de Koepelgevangenis in Arnhem. ‘Voor de rest van haar leven zou ze sloten horen  dichtdraaien op momenten dat ze er niet op bedacht was, een probleem hebben met deuren die afgesloten konden worden, eenzelfde probleem met dichte en openstaande deuren en het metalen geluid van iedere rinkelende sleutelbos.’ In ‘Over zij en ik’ beschrijft Marjoleine Oppenheim-Spangenberg hoe het kampverleden van haar moeder een onuitwisbaar stempel op haar drukte en hoe haar moeders leven verder verliep. Bij het autobiografische verhaal zijn uitzonderlijke foto’s en documenten gevoegd. Uitgave De Geus. Riel wordt na haar gevangenneming in de Koepelgevangenis naar Westerbork vervoerd. Ze kreeg gelukkig een baantje bij de Fliegende Kolonne, en dat hield in dat ze brieven en pakketjes in het kamp moest bezorgen. Ze ging een schijnhuwelijk aan met Heinz van Mindeno, want zo werd er beweerd - onterecht bleek later- dat getrouwde stellen uitstel van transport kregen. Ze leende een jurk: het was een donkerblauwe met witte stippeltjes. Als Marjoleine toevallig voor een schoolfeestje eenzelfde jurk op de markt gekocht heeft en haar moeder die jurk ziet kijkt ze haar dochter aan en neemt een haal van haar sigaret en knijpt haar ogen dicht tegen de rook. Een ongemakkelijk moment voor Marjoleine, hoewel zij toen niet besefte dat die gelijkenis Riels trauma’s weer naar boven bracht. Marjoleine begrijpt haar moeder vaak niet, daar zij slechts mondjesmaat over haar kampverleden sprak. Op Moederdag gaf Marjoleine haar eens een geranium, gekocht van haar spaarcentjes, waar ze nauwelijks op reageert: ‘Ik zocht haar blik en zag direct dat zij ver weg was, niet bij ons, alsof haar geest verdwenen was […].’ Later zag ze dat haar moeder de, uitgedroogde, plant had weggegooid. Dergelijke voorvallen, ze kreeg ook wel eens een klap als ze haar moeder niet gehoorzaamde, maken dat ze een moeizame en gecompliceerde relatie hadden. Na Westerbork volgde de tocht naar Bergen-Belsen. Die ‘was zo afschuwelijk geweest dat zij een onzichtbare streep had getrokken; hier vraag je niet naar.’  En, schrijft Marjoleine: ‘Naast de boterkoek met gember, het nummer in haar onderarm, een enkele matse met bruine suiker, kippensoep en warm pekelvlees met mierikswortelsaus op haar verjaardag […], had mijn moeder haar Joodse achtergrond na de oorlog weggestopt.’ Riel komt tenslotte in Auschwitz terecht waar mensen onder onbeschrijfelijke omstandigheden moesten zien te overleven. Riel was een van de weinigen die het redde, haar familie werd echter vergast. Ze trouwt met Han en krijgt dochter Marjoleine en zoon Stan. Ze was blij dat ze er niet Joods uitzagen. Toch is het kampsyndroom in het gezin altijd aanwezig, Riel heeft nachtmerries, en sterke stemmingswisselingen die tot agressiviteit konden leiden. Ze kreeg met haar man steeds meer ruzie, ze begrepen elkaar niet meer. Hij vertrekt, juist hij was zo belangrijk in Marjoleines leven. Ze miste hem verschrikkelijk. In 1995 vroeg Prins Claus haar moeder of ze samen met hem en zijn zonen naar Auschwitz wilde gaan. Om haar verhaal te vertellen. Ze zei: ja, maar haar kinderen moesten ook mee. En eveneens haar tweede man, Lou de Jong, met wie ze inmiddels samenleefde. Dat bezoek maakte vele, afschuwelijke herinneringen bij Riel los. Nu begreep Marjoleine ook meer van haar moeders trauma’s die haar jeugd bepaalden. Toen Riel stierf voelde Marjoleine zich bevrijd uit het kamp ‘waar ze mij jaren in had meegenomen. Nu zij er niet meer was kon ik mezelf opnieuw vormgeven; […].’ ‘Over zij en ik’ is niet alleen een schrijnend en eerlijk portret van een moeder en een dochter, en een vreselijke oorlogsgeschiedenis, maar het laat tevens zien wat de invloed van traumatische ervaringen van ouders op hun kinderen is.

Ellen de Jong 2016