Oppenheim, Marjoleine 2016

In ‘Haring aan de Seine’ brengt Marjoleine Oppenheim-Spangenberg haar bewogen Parijse jaren in beeld

‘Ik wil je vertellen over Parijs en mijn leven daar, het heeft me gevormd. Jou heb ik ontmoet omdat ik het achter me kon laten. Maar ik aarzel. Het is lang geleden en dat kleurt mijn herinnering. Hoe was het ook alweer? Wat is mijn aandeel geweest? Allez, niet twijfelen en treuzelen. Aan het werk nu.’ ‘Haring aan de Seine’, uitgave De Geus, is een zeer persoonlijk verslag van Marjoleine Oppenheim-Spangenbergs jaren in Parijs met haar grote liefde Boy. Voor ze hem ontmoette had ze een verhouding met een getrouwde man, maar toen ze Boy zag voelde ze dat híj het was met wie ze verder wilde, al was hij veertien jaar ouder en had hij een zoon uit een eerder huwelijk. Toen Marjoleine 10 jaar was scheidden haar ouders. Haar vader vertrok en zij bleef met haar broer en haar moeder, die een kampverleden had, achter. ‘Het idee dat het nooit meer helemaal goed zou komen, droeg ik vanaf mijn tiende bij me.’ Ze leed als puber onder haar moeders ‘rusteloze overgangsbuien’ en probeerde ‘om onder haar door angst ingegeven controle uit te komen.’ Ze besloot om met Boy naar Parijs te gaan: ‘Het was 21 april 1981 en verkiezingstijd; de stad verkeerde in een staat van permanente opwinding. Er stond iets te gebeuren.’ Mitterand beloofde vernieuwing. Parijs is voor hen een verademing en ze willen er samen een nieuwe start maken. Op een dag wil Boy in een café flipperen. ‘Hij ging helemaal op in zijn spel.’ Maar het loopt uit de hand als een paar studenten ook willen spelen. Boy slaat een jongen die hem weg wilde duwen met één slag tegen de grond. Marjoleine is geschokt en ze krijgen daarna ruzie, die weer snel bijgelegd wordt. Later in bed trekt Boy een kettinkje van haar hals dat ze ooit van een andere man had gekregen. ‘Je draagt geen kettinkjes van andere mannen, je bent van mij.’ Die bruuske beweging beneemt haar even de adem, maar ze verwijt hem niets. Marjoleine beschrijft hoe ze de stad leert kennen, zich de taal eigen maakt en een appartement vindt dat hen alle twee aanstaat. Ze maken veel vrienden, gaan uit en openen menige fles wijn. Helaas kan Boy geen maat houden. Maar er moet brood op de plank komen. Ze beginnen een handel in haring, paling, zalm en kaviaar, die uitgroeit tot een succesvolle onderneming. Boy vraagt Marjoleine ten huwelijk en ze zegt ja. Op 23 oktober 1986 wordt zoon Thomas geboren. Ze zijn er beiden gelukkig mee. Het gaat goed met hen als gezin, tot Boy hun bloeiende ‘Comptoir du Saumon’ wil verkopen. Of Marjoleine het er nu mee eens is of niet, het gebeurt gewoon. Daarna gaat hij nog een galerie openen, terwijl zijn drankzucht van kwaad tot erger gaat. Eerlijk en openhartig en vooral moedig maakte Marjoleine ons deelgenoot van haar bewogen Parijse jaren, met een geliefde waarmee uiteindelijk niet te leven viel.

Ellen de Jong  2016