Van der Zijl, Annejet 2016

Met elan portretteert Annejet van der Zijl ‘De Amerikaanse prinses’

Allene Tew (1872-1955) groeide als enig kind op in een stalhouderij, in het centrum van Jamestown.  Ze was een schoonheid en kreeg de Amerikaanse droom met de paplepel ingegoten, namelijk: dat je kunt zijn en worden wie je wilt, waar je ook vandaan komt. Van jongs af aan hunkerde ze ‘naar plezier, naar avontuur en vooral naar een wereld die groter was dan […] Jamestown.’ Tijdens een dansfeestje ontmoette ze de knappe, schatrijke Tod Hostetter en trouwt er, zwanger en wel, mee, al waren zijn ouders er fel op tegen, daar Allene geen enkele status, en ook geen vermogen had, en uit een armoedige streek kwam. Ze gingen in Pittsburgh wonen. Ted was meer weg dan thuis. Hij gokte bij het leven en had plezier op zijn peperdure zeil- en stoomjachten. Allene kreeg dochter Greta: moeder en dochter werden door hun nieuwe omgeving totaal genegeerd. Maar ‘als je de wil en het doorzettingsvermogen hebt, dan KUN je dingen, evenals ‘Courage all the time.’ Dat wordt Allenes lijfspreuk, tot haar dood. In ‘De Amerikaanse prinses’, uitgave Querido, geeft Annejet van der Zijl, een historisch verslag van Allenes turbulente levensloop. Het boek beleefde inmiddels een 9e druk! Allene en Greta werden tenslotte in Tods familie opgenomen omdat ze erachter kwamen dat Allene méér dan een knap gezichtje had. Ze was flink, vrolijk en charmant. Ook de elite van Pittsburgh nam ze voor zich in. Haar tweede dochter Verna, ziet in 1893 het licht, maar overlijdt twee jaar later op Greta’s vierde verjaardag. Tod ontpopt zich vanaf dat moment als een rusteloze gokker die bovendien de verkeerde vrienden heeft. Intussen krijgt Allene een zoon: Teddy. Toen Greta negen en Teddy vier jaar oud was scheidden ze. Tod overlijdt op zijn tweeëndertigste jaar. Allene bleek niets geërfd te hebben behalve zijn speelschulden. Allene en haar kinderen vertrekken naar New York: ‘Ze liet haar echtgenoot en jongste dochter achter in hun graven in de heuvels […] En ze keek niet meer om.’ Effectenhandelaar Morton Nichols werd Allenes tweede echtgenoot. ‘Eigenlijk’, schrijft Van der Zijl, ‘was er maar één manier waarop een vrouw zonder professie of eigen middelen van bestaan in deze dagen haar leven een nieuwe draai kon geven, en dat was via een man. En die kwam er dan ook, behoorlijk vlot zelfs.’ Ook Morton bleek gek op gokken en leefde zich uit in de heren sociëteiten. Opnieuw scheidde Allene, maar ze bleef nu wel rijk achter. Ansor Wood werd haar derde echtgenoot. Hij was geen gokker, maar ‘een rustige, stabiele selfmade man die zich geheel en al op eigen kracht had opgewerkt tot een van de toonaangevende ingenieurs van het land.’ Ze was gelukkig met hem, He was the one. Anson bouwde een huis op Long Island, daar lag ‘het centrum van hun leven.’ Het noodlot slaat weer toe, Allenes beide kinderen sterven en ook Anson, haar grote en enige liefde. Haar hart is ‘verminkt’, maar: ‘Voor de victorianen was het noodlot simpelweg iets om te dragen, en dat deed ze, zonder klagen.’ Ze ging naar Europa op haar vierenzestigste, ze deed vier jaar van haar leeftijd af, verfde haar haar en liet het verleden achter zich. Henry Reuss was de volgende kandidaat, een Duitse prins, zeven jaar jonger. Na hun huwelijk mocht Allene de prinsessentitel voeren, ‘als een van de eerste Amerikaansen ooit.’ Om allerlei redenen strandde ook dit huwelijk. De vijfde man in haar leven werd graaf Paul Kotzebue, die nog jonger was dan Henry. Allene werd gravin en ontmoette in die tijd de jonge Bernhard von Lippe-Biesterfeld. Ze werd zijn Amerikaanse tante en mede door haar bemoeienis trouwt Bernhard met kroonprinses Juliana. Inmiddels is Allene een oude vrouw geworden en ook haar vijfde man verdween uit haar leven. In haar geliefde villa in Zuid-Frankrijk blies ze tenslotte in haar Blauwe Kamer, haar laatste adem uit. Van der Zijl bracht in haar goed gedocumenteerde boek, de door haar zeer bewonderde Allene met elan over het voetlicht en illustreerde het met een serie foto’s. Tot slot beschrijft ze haar gedachten bij dit boek. Onder meer: hoe met verlies om te gaan? Waarbij ze zich afvraagt of Allenes levenshouding - je niet laten meeslepen door het verleden en na elke tegenslag hoe zwaar ook weer moedig doorgaan - niet gelukkiger maakt dan het eindeloos verwerken van verdriet en teleurstellingen. Allene verloor nooit het plezier in haar leven en ook Van der Zijl verloor nooit het plezier in het schrijven van deze roman: ‘Al was het maar omdat het me besmette met iets wat ik van tevoren misschien niet had verwacht of gezocht, maar waarvan je nooit te veel kunt hebben: hoop en goede moed.’

Ellen de Jong  2016