Bove, Emmanuel 2016

‘Het voorgevoel’ van Emmanuel Bove bedriegt hem niet

Evenals Emmanuel Boves boek ‘De liefde van Pierre Neuhart’ is ‘Het voorgevoel’, uitgave De Arbeiderspers, vertaling Mirjam de Veth, herontdekt. ‘Op 13 augustus 1931, tegen het eind van de middag, liep er een man van een jaar of vijftig over de Avenue du Maine. Hij droeg een donker pak en een vale lichtgrijze vilthoAAed. Hij had wat boodschappen voor zijn avondeten bij zich, die zorgvuldig waren ingepakt in bruin papier met een touwtje erom. Niemand let op hem, zo alledaags zag hij eruit.’ Zo begint Boves verhaal over advocaat Charles Benesteau. Charles loopt op z’n gemak door allerlei Parijse straten in de buurt van de Avenue du Maine en observeert - daar is Bove een meester in - een paar spelende kinderen, gaat een sigarenwinkel binnen, ziet vrachtrijders bij het Gare Montparnasse, die elkaar verwensingen toeriepen, ‘zonder dat iemand zich er iets van aantrok.’ Hij eindigt zijn wandeling bij Rue de Vanves, een achterbuurt bij station Montparnasse, waar hij een schamel onderkomen heeft. Charles was een paar jaar geleden bij zijn vrouw en kinderen weggegaan, ‘hij had gebroken met zijn familie en schoonfamilie, met zijn vrienden, en zijn appartement aan de Boulevard de Clichy had hij verlaten. Wat was er gebeurd?’ Niemand begreep waarom Charles de eenzaamheid verkoos en niet langer de schijn wilde ophouden. ’Hij vond de wereld slecht. Niemand was in staat tot onbaatzuchtigheid.’ Zijn dagen zijn gevuld met wandelingen, boodschappen doen, en zijn eten koken. Hij geniet van zijn anonimiteit en ’s avonds schrijft hij zijn herinneringen op zonder veel emotie: ‘Want eerlijk gezegd werd hij niet gedreven door een innerlijke behoefte om zijn herinneringen op te schrijven. Voor hem had zijn leven niets bijzonders. Hij koesterde geen enkele wrok of liefde’, schrijft De Veth in haar nawoord. Dat alleen zijn wordt ruw doorbroken als zijn broers en zus voor de deur staan en het met hem over de erfenis willen hebben, daar hun vader overleden was. Charles is razend want ze wensen dat hij afstand doet van zijn (bescheiden) kapitaal. Maar Charles is ook maar een mens en vraagt zich af: ‘Moest hij dat doen? Hij was weggegaan omdat zijn omgeving voor hem ondraaglijk was geworden. Hij had gemeend daarmee aan te tonen dat hij anders was. Was dat wel zo? […] Was hij eigenlijk niet hetzelfde als degenen die hij verachtte, omdat geld voor hem even belangrijk was als voor hen?’ Inmiddels is hij in de vijftig en gaat de ene dag rustig over in de andere. Maar dan komen de buurtbewoners opzetten. Op een dag vraagt een man hem om advies over een scheiding van zijn vrouw. Charles helpt hem, maar niet lang daarna slaat de man zijn vrouw in elkaar. Hij gaat voor hun dochtertje zorgen die alleen achterblijft en neemt een huishoudster in dienst. Vanaf dat moment wordt Charles geconfronteerd met de slechtheid van de mens, terwijl hij het zo goed bedoelde. Zijn ‘Voorgevoel’ bedriegt hem tenslotte niet. De Veth in haar nawoord: ‘In een van zijn na zijn dood gevonden notitieboekjes schrijft Bove: ‘het noodlot dat de mens geïsoleerd is, dat hij ondanks al zijn inspanningen altijd aan de zijlijn staat, dat hij zijn plaats niet kan innemen, dat hij altijd een buitenstaander is.’ Evenals ‘De liefde van Pierre Neuhart’ is dit boek ook een echte Bove: wat betreft zijn tot in de puntjes overdachte woordkeus, zijn ‘kale’ schrijfstijl en zijn vermogen personages te creëren met hetzelfde kwetsbare levensgevoel als Bove zelf. 

Ellen de Jong  2016