Bove, Emmanuel 2016

Emmanuel Bove beschrijft het rijke grijs van onopvallende levens in ‘De liefde van Pierre Neuhart’.

Auteur Emmanuel Bove (Parijs, 1898-1945) was de zoon van een Joods-Russische emigrant uit Kiev en Henriette Michels, een uit Luxemburg afkomstig dienstmeisje. Hij heeft een aantal romans en verhalenbundels op zijn naam staan, waaronder ‘De liefde van Pierre Neuhart’. Uitgave Coppens & Frenks, vertaling en nawoord Mirjam de Veth. Bove beschrijft hoe hoofdpersoon, de veertigjarige Pierre Neuhart, afkomstig van een welgestelde familie, totaal verslingerd raakt aan Éliane, een zeventienjarig  meisje, dat opgevoed wordt door haar moeder, die niet spoort en bovendien onbemiddeld is. Pierre heeft in zijn jonge jaren een hang naar een frivool en bohémien leven. Na de Eerste Wereldoorlog zorgt zijn vader ervoor dat hij in een steenfabriek kan werken. Hij houdt het er niet uit en wordt, in het naoorlogse Parijs van de jaren vijftig, handelaar in grind. Hij heeft dan zijn leven aardig op de rit, maar op het gebied van de liefde zit het hem niet mee. Tot hij op een avond op een soiree bij een zekere mevrouw Aspi, een chique dame die Pierre in haar salon uitnodigt, de veel jongere Éliane ontmoet. Zij wil actrice worden en loskomen van haar moeder en haar armlastige milieu. Hij ziet ineens in dat zijn bestaan kleurloos is: ‘Zijn vroegere leven kwam hem nu ondraaglijk voor en het verbaasde hem dat hem dat niet eerder was opgevallen. Hij zag zichzelf naast mensen met wie hij oppervlakkige betrekkingen onderhield en hij herkende zichzelf niet. De voorbijgangers waren treurig; de liefste herinneringen lieten hem koud. Behalve Éliane deed niets er meer toe.’ Ze spraken samen af en ontmoetten elkaar in tearooms en cafés. Hij bracht bloemen en cadeautjes voor haar mee. Zij negeerde die attenties afwezig en dat begreep hij niet, maar hij bleef haar verwennen. Na een scène met haar moeder trekt ze bij Pierre in: ‘Toen begon voor hem verreweg de gelukkigste tijd van zijn leven. Éliane, om wie hij zoveel gaf, woonde nu dus met hem samen! Hij kon het niet geloven.’ Vanaf dat moment kent zijn liefde geen grenzen. Hij overlaadt haar met cadeaus, wat ze wil hebben, krijgt ze. Ze is een grillig en uiterst ontevreden persoontje, dat al snel genoeg heeft van zijn overdreven aandacht, maar hij ‘genoot van haar streken, haar grillen, haar stemmingswisselingen […].’ Ze was voor hem een verrukkelijk wezen, dat van hem was, voor wie hij lief moest zijn om het niet af te schrikken, een diertje dat hij moest bewaken om te zorgen dat het niet ontsnapte.’ Maar op zekere dag ontglipte ze hem. Bove beschrijft met weinig woorden maar o, zo subtiel, hoe Éliane uit Pierre’s leven verdwijnt. Inmiddels is hij drieënveertig. Hij is gesloopt: ‘Moedeloos, gebogen en berooid woonde hij in een goedkoop hotel in Montmartre, gebruikte zijn maaltijden in een restaurant dat bij tien bonnetjes korting gaf en overleefde dankzij de paar honderd franc die hij los wist te krijgen van oude kennissen die medelijden met hem hadden.’ Zou hij haar in de grijsheid van zijn bestaan nog eens terugzien? In De Veths nawoord zet ze de onrustige levensloop van Bove en zijn succesvol schrijversbestaan uiteen en noteert: ‘Onopgesmukt, met karige middelen, noteert Bove Pierres ondergang. Met een scherp oog, bijna wetenschappelijk, legt hij de ziel van Pierre Neuhart onder de microscoop.’ En schrijft ze: ‘Het oog kan bij Bove niet genoeg gespitst zijn op de details van de taal.’ In zijn dagboek schreef hij: ‘dat het voor hem vooral om de toon, om de kleur van de tekst gaat.’ Ook stelt hij ‘dat niet het onderwerp telt maar het gevoel.’ ‘Bove’, aldus De Veth, ‘toont het rijke grijs van onopvallende levens, waarop we niet uitgekeken raken.’
Hij wordt in de literatuurgeschiedenis al snel vergeten, gelukkig dat deze bijzondere schrijver herontdekt werd en ‘De liefde van Pierre Neuhart’ opnieuw het daglicht ziet.

Ellen de Jong  2016