Oosten van, Mila 2016

Mila van Oosten in ‘Even leek alles normaal’: ‘De liefde vieren is het enige wat je kunt doen in het leven

Mila van Oosten ( 1979, pseudoniem), schrijft over haar heftige depressies in ‘Even leek alles normaal’. Uitgave Boekerij.  Ze ziet er goed uit, woont in een appartement in Amsterdam en werkt bij een trendy reclamebureau. Helaas kan ze vaak niet van haar leven genieten omdat ze ernstige depressies heeft. Ze is overgevoelig voor prikkels en is om het minste geringste uit haar evenwicht. Als ze een borrel op haar werk heeft en zich sociaal moet gedragen raakt ze geblokkeerd en heeft het gevoel elk moment flauw te kunnen vallen. Als ze vroeg dient op te staan en een druk bezette dag voor de boeg heeft slaat het angstzweet haar uit en is ze misselijk van ellende. Ze slikt al vijftien jaar antidepressiva, zonder die pillen kan ze niet leven. Als ze Thijs ontmoet heeft ze het heerlijk met hem ondanks de strubbelingen die hun liefde verstoren. Na een paar jaar verlaat hij haar: ‘De afwijzing raakt me in mijn ziel […] Het gaat nooit meer lukken. Ik ben gedoemd mijn leven te slijten in eenzaamheid zonder een man die van me houdt.’ Gelukkig heeft ze een kat die troost biedt. Mila constateert dat ze niet van zichzelf houdt en ‘gelooft heilig’, schrijft ze ‘dat ik een lege huls ben die niets te bieden heeft aan de wereld.’ Herhaaldelijk denkt ze aan zelfdoding en in het jaar 2004 slikt ze op een keer een serie pillen, maar een vriendje maakt haar wakker. Ze neemt de draad weer op en ontmoet Rogier. Het klikt tussen hen en hij heeft een zoontje waar ze goed mee kan opschieten, terwijl ze zelf nooit kinderen wilde ‘Not to be reproduced’ […] Wat zou het zielig zijn, als het kind al mijn problemen meekrijgt.’ Met hem lijkt het te lukken, ze wil ook zo graag bemind worden. In Voorjaar 2012-zomer 2013 schrijft ze: ‘Dat ik deelgenoot mag zijn van dit huiselijke geluk. Dat Rogier mij heeft binnengelaten in zijn leven. Ik hoor ergens bij.’ In Najaar 2013 is de liefde ‘opgeraakt’ en memoreert ze: ‘Het huis waarin ik leefde zoals andere mensen deden. In gezinsverband, niet in mijn eentje. Waar alles even normaal heeft geleken. Waar ik het allergelukkigst ben geweest.’ Van Oosten kiest voor korte, klinkende zinnen, die ondanks haar zware aanvallen van somberte, blijk geven van een romantisch levensgevoel. Helaas kon Rogier haar niet langer velen en is ze weer alleen. Daarna wil ze aan haar ‘kracht’ werken: ‘Mijn grootste wens is om niet meer zo afhankelijk van de liefde van een man te zijn.’ Maar in het hoofdstuk Later schrijft ze ‘De liefde vieren is het enige wat je kunt doen in het leven.’ In de epiloog stelt ze dat ze niet meer continu dood wil, maar wel bang is voor nieuwe depressies. Wat een oprecht en moedige vrouw is Van Oosten. Ze schrijft zo eerlijk over wat ze denkt en voelt en ze hoopt dat ze met haar boek begrip kweekt bij mensen die deze ziekte niet hebben. En voor degenen die er net als zij mee worstelen, dat ze erdoor getroost en herkend worden.
Ellen de Jong  2016