Foenkinos, David, 2016

In zijn roman ‘Charlotte’ bewees David Foenkinos een eerbetoon aan kunstenares Charlotte Salomon

De Franse schrijver David Foenkinos liet zich inspireren door het leven van de Duits-Joodse Charlotte Salomon en schreef een zeer aangrijpend boek over haar getiteld ‘Charlotte’, uitgave Cossee, vertaling Marianne Kaas. Zijn voornaamste bron is Salomons autobiografische werk Leven? of Theater? Een kunstproject dat honderden gouaches en tekeningen, teksten en muzikale aantekeningen omvat. Een leven in de vorm van een kunstwerk. Charlotte Salomon wordt in 1917 in Berlijn geboren. Haar vader is arts, haar moeder Franziska heeft een depressieve aard en na de zelfgekozen dood van haar geliefde zus Charlotte, benam zij zich eveneens van het leven. Meer familie leden zochten die uitweg: ‘De wortels van een stamboom aangetast door de kwaal’, schrijft Foenkinos. Charlotte krijgt te horen dat haar moeder aan griep is overleden. Pas veel later in haar zwaar beladen leven vertelt haar grootvader dat haar moeder uit het raam sprong. De jonge Charlotte is erg eenzaam, ze leeft in haar eigen wereld. Op school is ze een eenling en heeft als Joodse geen aansluiting bij haar klasgenoten. In Duitsland wordt het bestaan voor de Joden steeds zwaarder. Een lichtpuntje is dat haar vader trouwt met Paula, een beroemde Joodse zangeres, die Charlotte aanbidt. Ze woont als inmiddels zestienjarige al haar concerten bij. ‘In januari 1933 komt de haat aan de macht.’ Paula mag niet meer in het openbaar optreden, en ook Albert wordt in zijn beroep monddood gemaakt. Charlotte gelooft niet langer ‘dat de haat van voorbijgaande aard zal zijn.’ Ze wordt bang en stort zich op lezen en tekenen. Toch wordt ze toegelaten op de kunstacademie, omdat een docent haar bijzondere talent ontdekt en haar beschermt. Ze wint zelfs de eerste prijs, maar mag de trofee niet zelf in ontvangst nemen, wel haar Arische vriendin Barbara, die doet alsof zij de prijs gewonnen heeft. ‘Ze accepteert dat ze zich niet in het openbaar kan vertonen. Al twee jaar is ze een schim. Maar vandaag is dat zo onrechtvaardig.’ Foenkinos die in korte zinnen, allemaal onder elkaar, zijn relaas doet, haar voetsporen nauwgezet volgend, ontdekte Charlottes werk bij toeval op een tentoonstelling en had: ‘de onmiddellijke zwijgende verstandhouding met iemand.’ Hij ging aantekeningen maken, maar wist niet hoe zijn obsessie vorm te geven, tot hij ontdekte dat het nodig was steeds op een nieuwe regel te beginnen ‘om lucht te krijgen.’
Charlotte wordt verliefd op Alfred, de zangleraar van Paula. Hij is alles voor haar. In de Kristallnacht wordt haar vader in een kamp geïnterneerd. Hij komt gebroken terug en zegt tegen Charlotte dat ze moet vluchten. Ook Alfred wil dat ze naar Zuid-Frankrijk gaat waar haar grootouders eveneens verblijven. Charlotte weigert, ze laat alles achter, ‘vooral hem […] Haar grote, enige liefde.’ Het is een hartverscheurend afscheid dat Foenkinos in verstilde bewoordingen weet te vangen. Alfred fluistert in haar oor: ‘Dat je maar nooit mag vergeten dat ik in je geloof.’ Die zin zal ‘de kern van haar obsessie’ zijn. Charlotte komt in Villefranche-sur-Mer aan, in villa Ermitage ontfermt een Amerikaanse zich over haar. Ze maakt ook daar schokkende dingen mee, onder meer hoort ze daar van haar grootvader, die ze om diverse redenen veracht, dat haar moeder niet aan griep overleed maar voor de dood koos. Tot overmaat van ramp ontsnapt zij eveneens niet aan  de terreur van de nazi’s, maar toch overleeft ze kamp Gurs in de Pyreneeën.
Daarna wordt ze ziek. Haar huisarts zegt dat ze moet schilderen. Charlotte luistert naar hem en denkt aan de woorden van Alfred. ‘Ze moet leven, om te scheppen. Schilderen, om niet gek te worden.’ En dat doet ze, als een bezetene. Voor ze uiteindelijk op transport naar Auschwitz wordt gezet, zwanger van een nieuwe liefde, geeft ze aan haar huisarts een koffer met al haar werk: ‘Dit is heel mijn leven.’ In 1943 wordt ze in Auschwitz vermoord en in 1971 wordt haar werk door haar vader en Paula, die Westerbork overleefden, aan het Joods Historisch Museum geschonken. Regel voor regel, in de juiste cadans, schiep Foenkinos een onvergetelijk, aangrijpend beeld van de tragische levensloop van een moedige vrouw, die ondanks alle ellende haar leven optimaal vorm gaf in beeld, taal en muziek.

Ellen de Jong  2016