Klaussmann, Liza 2015 (2)

Liza Klaussmanns ‘Tijgers in rood weer’ heeft een grandioze apotheose

Liza Klaussmanns debuut ‘Tijgers in rood weer’, uitgave Meulenhoff, vertaling Maaike Bijnsdorp en Lucie Schaap, beslaat vijf hoofdstukken waarin haar personages hun verhaal vertellen. Te weten: Nick, haar dochter Daisy, echtgenoot Hughes, nicht Helena en haar zoon Ed. Klaussmann situeert haar boek in de jaren 1945 tot 1967 met het accent op het leven van hen in naoorlogs Amerika. Nick trouwt met luitenant Hughes na zijn terugkeer uit de oorlog en Helena trouwt met Avery. De nichtjes Nick en Helena vieren hun vakantie in het familiehuis genaamd ‘Tiger House’, aan de Oostkust op het eiland Martha’s Vineyard. Ze hebben het er fijn mede door het drinken van ettelijke gin-tonics en wodka- martini’s en de schitterende natuur waar ze zich eveneens aan laven. Dat het huwelijk van Nick wankelt lezen we al op bladzijde negenentwintig. Die ene zin: ‘hij leek iets te zijn geworden wat alleen op de bon verkrijgbaar was’, spreekt boekdelen. Een aantal pagina’s verder leest Nick bij toeval een kaart waarop een vrouw haar liefde aan Hughes verklaart. ‘O, god,’ verzucht Nick’ en drinkt achter elkaar drie martini’s waarna ze de kaart verbrandt. De toon is gezet. Al heeft Hughes later spijt van zijn slippertje en blijkt hij toch veel van Nick te houden. Zij laat echter haar ware gezicht niet alleen niet aan Hughes, maar aan niemand zien, al lijkt ze een toegankelijke en aimabele vrouw.  Tussen Helena en haar man Avery botert het evenmin. De nichtjes houden van elkaar maar er is ook afgunst. Helena heeft geld nodig voor Avery’s project (nota bene om een film over zijn overleden echtgenote te kunnen financieren). Maar Nick weigert te helpen. Ze heeft met dochter Daisy ook een moeizame verhouding en die wordt nog vervelender als blijkt dat ze elkaars rivalen zijn in de liefde voor Tiger, een mooie jongen waar niet veel bij zit. Daisy’s leven komt op zijn kop te staan als ze samen met neef Ed, met een vermoord dienstmeisje geconfronteerd wordt. Ed weet wie de moordenaar is en op welke wijze de moord gepleegd is. Die man ‘vormde’ hem en maakte Ed tot een psychopaat met een voorliefde voor ‘gluren’, met alle gevolgen van dien. Als Hughes hem op heterdaad betrapt zegt hij: ‘Ik doe alleen maar onderzoek.’ Ed wil weten wat er in mensen omgaat en hij aarzelt niet daarbij op brute wijze grenzen te overschrijden. Klaussmann portretteert haar personages met een diep psychologisch inzicht. Vooral het laatste hoofdstuk waarin Ed zijn woordje doet grijpt je bij de keel, omdat het getuigt van grondige kennis van de, in dit geval, pathologische geest, van een jongen die door zijn aanleg, maar ook omdat hij slachtoffer is van zijn opvoeding, gewelddadig wordt. Als enig kind van Helena en Avery, die beiden ook niet sporen, krijgt hij te weinig aandacht en liefde. Hij kan die zelf ook niet geven, alleen voor zijn nichtje Daisy voelt hij iets. Als hij ziek wordt leest ze hem voor: ‘Ik luister naar het geluid van haar stem en vind het het mooiste wat ik ooit gehoord heb.’ Een van de zinnen die Daisy citeert maakt op Ed grote indruk: ‘Alleen, hier en daar, is er een oude zeeman,/die dronken ligt te slapen met zijn schoenen aan/en jaagt op tijgers/in rood weer […]. Ik denk aan Daisy en haar gedichtenbundel. Ik denk aan tijgers in rood weer. Dat bevalt me.’
Klaussmann heeft een psychologische roman en thriller ineen geschreven. Zorgvuldig, voetje voor voetje opgebouwd, tot de grandioze apotheose in het laatste hoofdstuk: Tijgers in rood weer bevalt me zeer. 

Ellen de Jong 2015