Dullemen, Van, Inez 2015

Inez van Dullemen in ‘De twee rivieren’: ‘wat me ontroert is het voorbijstromen’

‘Hoe graag zou ik nog één keer in mijn leven de bijna-eeuwigheid willen ervaren, de vrij ademende wildernis zoals die zich manifesteerde in dat ver weg gelegen Alaska’, luidt de openingszin van Inez van Dullemens boek ‘De twee rivieren’, uitgave De Bezige Bij. Deze schrijfster heeft een indrukwekkend oeuvre op haar naam staan. Ze is bijna negentig jaar en ze laat weten dat ze niet meer de kracht heeft voor het schrijven van een roman. ‘De twee rivieren’ kan beschouwd worden als haar memoires die ze met liefde aan het papier toevertrouwde. Op de eerste bladzijde komt de zee al in beeld. Van Dullemen vraagt zich af hoe het komt dat die in haar boeken ‘zo’n grote rol heeft gespeeld? De zee betekent: weggaan uit Holland, ruimte zoeken, breken met het bestaande. Geconfronteerd worden met onbekende werelden, onbekende mensen. Al heel jong brak dat gevoel in me los, ik wilde weg uit Holland. En voor alles: de oorlog achter me laten.’ Reizen zit in haar bloed: ‘Het is ook uitstel van leven, een dwarsdoorsnede van zien zonder er direct aan te hoeven deelnemen […]. Reisde ik om mezelf te ontdekken? Nee, zo belangrijk vond ik mezelf niet. Eerder wilde ik een oog zijn dat alles opzuigt […]. Altijd wilde ik een zwerver zijn, met zo weinig mogelijk bagage.’ Van Dullemen heeft een fijn gevoel voor de natuur. Vooral voor de vogels, of het nu mussen, kauwen of eenden zijn, ze voelt zich er innig mee verbonden wanneer ze haar huis aandoen, en ze neemt er ruim de tijd voor om ze gade te slaan en vast te pakken. Over het schrijven heeft Van Dullemen het nogal eens. Ze zag er altijd tegenop, maar ze deed het ‘een leven lang. Het was mijn beroep om wat ik waarneem om te zetten in woorden. Ik moest mijzelf daartoe dwingen want het is een vermoeiend karwei. Maar het was ook aanlokkelijk, ik verbond me met iets dat een geheim vormde tussen mij en wat ik dacht waar te nemen, want wat je ziet is niet wat het lijkt.’ Ook het oud zijn komt herhaaldelijk aan bod. Van Dullemen maakte vroeger ‘vitaal deel uit van het volle leven. Nu ben ik meer toeschouwer, een nieuwe ervaring.’ En concludeert ze: ‘Het komt me absurd voor dat ik plotseling oud ben geworden. Het heeft mij overvallen dat ik min of meer zit te wachten op mijn einde. Mijn bezigheden worden met de dag minder, alsof ik afstand moet doen van waar ik recht op had.’ Ongeveer halverwege het boek beschrijft Van Dullemen hoe ze zich soms voelt ‘wegglijden in somberte. In nutteloos zijn[…] nu ik niet meer de kracht bezit om boeken te schrijven.’ En wat ze nog het meest mist is het ‘over de wereld zwerven.’ Ze haalt ook herinneringen op aan kunstenaars die haar inspireerden. Onder meer de Chileense dichter Pablo Neruda met zijn hartstochtelijke gedichten en Frida Kahlo die voor altijd zwaar geblesseerd was, maar nooit opgaf en bleef schilderen. Tegen het einde van het boek meldt ze: ‘Ik word klaargemaakt voor de dood en het leven trekt de gordijnen dicht.’ Maar na deze woorden: ‘Toch voel ik me nog best thuis in mijn huid en ben ik volop in staat te reageren, te denken en te voelen.’ Om tot slot uit te komen bij het water, ‘wat me ontroert is het voorbijstromen. De twee rivieren omhelzen elkaar […]. Ik tuur naar het ononderbroken stromen van het water […] en het dringt tot mij door dat het wel eens de laatste keer kan zijn dat ik dit proces meemaak.’ Ik treur om deze woorden van een schrijfster die de taal in al haar rijkheid zó in de vingers heeft, en ik hoop dat ‘De twee rivieren’ een vervolg krijgt, en dat het citaat voorin het boek (van hindoe-filosoof Vatsyayana), dat Van Dullemen koos: ‘it’s not the road you walk, it is the walking’, op haar van toepassing zal blijven.

Ellen de Jong 2015