Weidermann, Volker 2015

Nog één keer het leven vieren in ‘Zomer van de vriendschap’ van Volker Weidermann

‘Maar er is deze zomer waarin alles nog één keer anders kan zijn. Hier, aan deze brede promenade met haar weelderige hotels, haar belle-époquevilla’s, haar schitterende casino, dat fenomenale paleis van geluk.’ Hoe deze zomer, die van 1936, voor een aantal kunstenaars, waaronder dichters en schrijvers, verloopt, beschrijft literatuurcriticus Volker Weidermann, in zijn roman: ‘Zomer van de vriendschap’ met als ondertitel ‘Oostende, 1936’. Uitgave Cossee, vertaling Els Snick. Weidermann belicht vooral de ‘literaire beroemdheden’ Stefan Zweig en Joseph Roth. Beiden zijn joods en bewonderen elkaars werk. Centraal staat hun vriendschap. Weidermann: ‘ Al vele jaren zijn deze beide mannen door een heel bijzondere vriendschap met elkaar verbonden. Zweig is de zoon van een rijke textielhandelaar in Wenen, een wereldburger, dertien jaar ouder dan Roth, bezitter van een villa met kasteelallures in Salzburg en in de hele wereld beroemd door talrijke bestsellers. Roth maakte in de jaren na de Eerste Wereldoorlog als journalist carrière in Wenen, Praag en vervolgens in Berlijn, waar hij een van de bekendste journalisten van Duitsland werd en voorzichtig zijn eerste romans publiceerde.’ Ze zijn alle twee gevlucht voor het naziregime. Ze hebben elkaar lange tijd niet gezien, alleen brieven naar elkaar geschreven. Roth die in Amsterdam in een hotel verblijft, schrijft Zweig dat hij met hem wil ‘praten, samen schrijven, drinken, zorgeloos samenzijn met degene die voor hem de rekeningen betaalde, die met zijn schrandere en optimistische geest voor elk probleem een oplossing vond.’ Zweig stemt toe, zijn boeken zijn evenals die van Roth in Duitsland verbrand. Hij besluit met Roth naar het Belgische Oostende te gaan, waar hij vroeger een gelukkige tijd had. Later komen er andere kunstenaars bij, onder meer de auteurs Hermann Kesten, Arthur Koestler en Irmgard Keun. Samen vormen ze een hechte groep. Ze discussiëren heel wat af en ze vieren het leven uitbundig. Er vloeit veel drank en ze zeggen elke keer tegen elkaar dat België neutraal is en dat zal blijven. Maar diep in hun hart twijfelen ze daar aan en voelen ze de dreiging  van de Tweede Wereldoorlog. Zweig neemt met zijn nieuwe vlam, Lotte Altmann, intrek in een villa op de Zeedijk. Roth logeert in een hotel dat Zweig betaalt en hij ondersteunt Roth ook financieel op andere fronten. Soms wordt dat Zweig te gortig, als Roth zich dag in dag uit bedrinkt en hij de rekening dient te betalen. Roth blijft Zweig om geld vragen en ook op literair vlak vraagt hij om hulp, daar Zweig als auteur succesvoller is. Al ziet Zweig in dat Roth, die steeds verder afzakt, niet meer te redden is, toch verliest hij hem niet uit het oog. Op een avond ontmoet Roth in een café, de knappe schrijfster Irmgard Keun die direct onder de indruk is van Roth en ook stevig drinkt. Als zij hem ziet zegt haar huid ‘meteen ‘ja’.’ Ze krijgen een innige relatie en vinden dat ‘ze moeten drinken om te kunnen leven en schrijven.’ Zweig die zich vooral met literatuur wil bezig houden en aan een roman wil werken vertrekt naar Brazilië. Onderweg heeft hij een droom:  aan boord van een schip sluit hij vriendschap met Giovanni, een van de kelners. Hij vraagt Zweig een brief voor te lezen. ‘Waarom hij hem niet zelf leest. Hij kan het niet, hij kan niet lezen - de reiziger kan het niet bevatten. Want zijn wereld is een wereld van boeken, alles wat hij liefheeft, wat hij weet en denkt, alles heeft hij altijd uit boeken gehaald […]. Hij weet niet wat hij zonder literatuur, wat hij zonder boeken zou zijn.’ Zweig neemt afstand van Roth die in zijn brieven maar aan hem blijft trekken. In februari 1938 gaat Zweig samen met Lotte naar Roth in Parijs waar ze hem wanhopig, berooid en eenzaam aantreffen. Irmgard Keun heeft hem intussen ook verlaten. Daarna hebben de vrienden elkaar niet meer teruggezien: ‘Ze hebben elk op hun eigen manier de laatste weg afgelegd. Het einde was al in zicht.’ Weidermann geeft een boeiend beeld van een groep kunstenaars die zich in die heerlijke badplaats vermaakt, maar zich tegelijkertijd ontheemd en machteloos voelt en onder de oorlogsdreiging lijdt. Maar vooral de bijzondere vriendschap tussen Zweig en Roth en het analyseren van hun zo verschillende karakters, die desondanks met elkaar strookten, beschrijft hij magistraal.

Ellen de Jong 2015