Plath, Sylvia

‘De glazen stolp’: Klassieker van Sylvia Plath. Het pijnlijke verslag van een jonge vrouw

Esther Greenwood krijgt een beurs om te kunnen studeren. Ze wint een prijs met een verhaal dat ze heeft geschreven. Een maand lang mocht ze in Hotel Amazon verblijven om stage te lopen bij een gerenommeerd vrouwentijdschrift. Ze is als negentienjarige nog nooit uit de regio van Boston,New England, weggeweest. In ‘De glazen stolp’ (The Bell Jar), een Amerikaanse klassieker, beschrijft Sylvia Plath, die voornamelijk gedichten en essays schreef, Esther Greenwoods pijnlijke levensweg. Uitgave De Bezige Bij, vertaling René Kurpershoek. Esther krijgt een mooie kans om omhoog te klimmen maar ze kan haar weg niet vinden. ‘Ik zal mijn leven lang heen en weer blijven vliegen tussen de ene onverenigbare wens en de andere’, schrijft Plath. Aan haar moeder heeft Esther niets en haar vader is gestorven. Ze ontmoet Buddy Willard die arts wil worden en haar inpalmt met zijn mooie praatjes, maar Esther komt er achter dat hij ontrouw is en bovendien een huichelaar. Toen ze hoorde dat ze niet toegelaten werd tot een schrijfcursus stortte ze in: ‘De hele maand juni had de cursus in het verschiet gelegen als een stralende, veilige brug over de grauwe kloof van de zomer. Nu zag ik de brug wankelen en inzakken, en een figuurtje in een witte blouse en een groene rok in de afgrond tuimelen.’ Ze probeert nog een boek te schrijven maar dat mislukt. Het gaat van kwaad tot erger. Ze kan al zeven nachten niet slapen en niet lezen en belandt op advies van haar huisarts bij psychiater dokter Gordon ‘en dan zou ik de woorden vinden om hem te vertellen dat ik zo vreselijk bang was, alsof ik steeds dieper werd weggepropt in een zwarte, benauwde zak waar ik niet meer uit kon en me vertellen waarom ik niet kon slapen en waarom ik niet kon lezen en waarom ik niet kon eten en waarom alles wat iedereen deed zo zinloos leek, omdat ze tenslotte toch doodgingen. En daarna, dacht ik, zou hij me helpen om, stap voor stap, weer mezelf te worden.’ Maar dokter Gordon helpt haar niet. Esther zakt dieper en dieper weg. Ze wordt opgenomen in een inrichting en krijgt shockbehandelingen, een vreselijke ervaring:  ‘ik dacht dat mijn botten zouden breken en het sap uit me zou spatten als uit een gekloofde stengel.’ Ze hielpen echter niet. Esther probeert vervolgens haar polsen door te snijden en zich op te hangen. Als dat niet lukt komen de pillen aan de beurt. Maar ze wordt weer wakker en voelt zich gevangen in een glazen stolp: ‘De lucht onder de stolp zwachtelde zich als een wattendeken om me heen en ik kon me niet meer verroeren.’ Ze krijgt weer shockbehandelingen maar nu is er een vrouwelijke psychiater, dokter Nolan, die echt met Esther begaan is en haar geruststelt en haar verzekert dat het deze keren veel beter zal gaan. Als ze ontwaakt schrijft Plath: ‘Alle koortsigheid en angst waren uit me weggestroomd. Ik voelde me wonderlijk vredig. De stolp hing, gewichtloos, een kleine meter boven mijn hoofd. Ik stond in vrije verbinding met de buitenlucht.’ Naarmate het beter gaat met Esther besluit ze ‘het geschikte soort man te vinden.’ Hoewel ze tegen dokter Nolan, met wie ze een vertrouwelijke band heeft, zegt: ‘Waar ik zo de pest aan heb, is het idee onderworpen te zijn aan een man. Een man hoeft zich nergens om te bekommeren, terwijl ik een kind boven mijn hoofd heb hangen als een dikke stok, om me in het gareel te houden.’ Esther laat zich ontmaagden door Erwin, ze heeft genoeg van haar maagdelijkheid, maar daar blijft het ook bij. ‘Het gaat gebeuren, dacht ik. Het gaat gebeuren. Als ik hier nu maar blijf liggen en niets doe, dan gebeurt het.’ Tegen het einde van het boek hoopt ze ontslagen te worden uit de inrichting en leek het haar ‘maar zo’n peulenschil om, na een onderbreking van zes maanden, de draad weer op te vatten waar ik hem zo heftig had weggeworpen.’ Toch is ze angstig en vraagt zich af: ‘hoe wist ik dat niet op een dag - op College, in Europa, ergens, waar dan ook - de stolp, met zijn verstikkende vertekeningen, weer over me zou neerdalen?’ Dokter Nolan spreekt haar moed in als ze in de wachtkamer hoopt op een goed bericht, ‘ik was tenslotte geanalyseerd.’ Ze tikt Esther op de schouder: ‘’t Is zover, Esther. Ik stond op en volgde haar naar de open deur.’ Een aangrijpend verhaal dat lang blijft hangen. Met indringende scènes die blijk geven van dichterlijk talent met een zin als deze bijvoorbeeld: ‘De kamer zweefde met grote tederheid om me heen, alsof de stoelen en de tafels en de muren hun gewicht inhielden uit piëteit voor mijn plotselinge broosheid.’ ‘De glazen stolp’ is Plaths enige roman en werd aanvankelijk wegens het semiautobiografische karakter onder pseudoniem in 1963 gepubliceerd. Kort erna  pleegde Plath zelfmoord.

Ellen de Jong