Andersson, Lena 2015

In ‘Onbetamelijk gedrag’ van Lena Andersson, is de vrouw slaaf van de liefde

‘Die vreselijke speelruimten tussen gedachte en woord, wil en uitdrukking, werkelijkheid en onwerkelijkheid, en dat wat er in die speelruimten groeit, daarover gaat dit verhaal.’ Lena Andersson, journalist en schrijver, vertelt dat verhaal in haar roman ’Onbetamelijk gedrag’, uitgave Lebowski Publishers, vertaling Lia van Strien. Het draait om de eenendertigjarige Ester Nilsson, dichteres en essayiste en de veel oudere Hugo Rask, die met bewegend beeld en tekst werkte. Ester heeft grote bewondering voor Rasks werk. Als ze gevraagd wordt om er een lezing over te houden zegt ze volmondig ja. Rask zal er als eregast bij zijn. Ester zet alles op alles om haar deadline te halen; ondertussen voelt ze zich al schrijvend steeds dieper verbonden met zowel zijn kunst  - die volgens hem maatschappij kritisch moet zijn - als met zijn persoon. Het is geen wonder dat ze zich vastbijt in het schrijven daar ze al op achttienjarige leeftijd besefte ‘dat het leven uiteindelijk neerkwam op het verjagen van de saaiheid en met dat doel zelfstandig de taal en de ideeën ontdekte […].’ En later legde ze zichzelf de taak op ‘om de werkelijkheid te ontcijferen en de meest waarachtige talige veraanschouwelijking ervan te vinden. Op een dag zou ze snappen hoe alles met elkaar samenhing.’ Ester is getrouwd met Per, maar hoe meer ze zich aangetrokken voelt tot Hugo, des te meer drijft ze van Per af. De lezing wordt een succes en als ze na afloop ervan met Hugo in gesprek gaat en hij haar prijst, is ze verloren. Ze verlaat Per zonder pardon en stort zich op Hugo. Althans eerst verbaal. Ze gaan vaak samen eten en filosoferen over allerhande onderwerpen. Ester is het lang niet altijd met hem eens als het bijvoorbeeld over esthetiek of over politieke kwesties gaat. Het liefst wil hij dat zijn gehoor hem blindelings volgt als hij zijn stellingen over kunst en maatschappelijke verhoudingen verkondigt. Ester interviewt hem ook nog een keer, met als onderwerp ‘Ik en Jij’. Ze had daarbij ‘het gevoel dat ze woorden gaf aan wat hij deed en wie hij was, en dat hij ondertussen geloofde dat het zijn gedachten waren.’ Het duurt een tijd eer Ester en Hugo het bed delen. Ze doen dat drie nachten, daarna laat Hugo zich niet meer zien of horen. Hij moet altijd werken. En dan slaat Ester op tilt. Hugo heeft totaal bezit van haar genomen, er is geen ruimte voor iets of iemand anders. Ze is obsessief verliefd en ze begrijpt niet waarom hij niet reageert op haar aanhoudende sms’jes en op de boeken die ze stuurt. Hij kwetst en kwelt haar door zijn onbetamelijk gedrag. Maar als hij dan weer eens een levensteken geeft, heeft haar leven opnieuw zin. Ze is slaaf van haar liefde geworden en blijft hopen op zijn toenadering. ‘Hoop’, stelt Andersson, ‘is een parasiet. Hij eet de onschuldigste aller weefsels, gedijt daarop. Hij dankt zijn overleven aan een welontwikkeld vermogen alles wat niet aan zijn groei bijdraagt te negeren en zich te storten op datgene wat zijn voortbestaan voedt.’ En over geluk noteert ze: ‘Geluk zit zelden in de beleving van geluk. Het huist in de verwachting ervan en vrijwel uitsluitend daar.’ Ester blijft volhouden, maar trekt aan het kortste eind. In een vloeiende taal ‘teksten zoeken hun ritme’, beschrijft Andersson - blijk gevend van een glasheldere kijk op de krochten van de ziel - hoe Hugo voor Ester de liefde van haar leven is en zij voor hem slechts een tussendoortje. Gevoelsmatig kies je partij voor Ester al zou het verstandig geweest zijn als ze zich aan ‘haar zelfopgelegde taak om de werkelijkheid te ontcijferen en de meest waarachtige talige veraanschouwelijking ervan te vinden’, gehouden had. Is er nog wel hoop voor Ester als ze uiteindelijk bruut wordt geconfronteerd met Hugo’s bedrog?  ‘Er hoefde niets meer begrepen te worden’, besluit Andersson.

Ellen de Jong  2015