Ferrante, Elena 2015

‘De nieuwe achternaam’ van Elena Ferrante: De bijzondere vriendschap tussen Elena en Lila grijpt diep in

De Italiaanse, internationaal succesvolle schrijfster Elena Ferrante is van mening dat slechts haar werk belangrijk is en niet haar persoon. Niemand weet wie ze is, ze houdt zich schuil en komt nooit in de openbaarheid. Ze groeide op in Napels, dat is wat we weten. In ‘De geniale vriendin’, het eerste deel van Ferrantes Napolitaanse romans gaat het om de vriendschap tussen Elena en Lila. Ze worden samen groot in een Napolitaanse armetierige wijk in de jaren vijftig. Elena’s vader is conciërge, die van Lila schoenmaker. In de wijk heerst haat en nijd, geweld, achterklap, en jaloezie tussen de diverse families die Ferrante in het leven roept. Nadat Elena van Lila’s zoon Rino te horen krijgt dat zijn moeder spoorloos verdwenen is, begint ze hun gezamenlijke geschiedenis op te schrijven: ‘alles wat ik me ervan herinner tot in de details.’ Ze zitten bij elkaar in de klas, Lila is een mooi meisje en ze is slim en bijdehand. Elena is brildragend, verlegen en onzeker. Lila heeft vaak wilde plannen en Elena gaat daarin mee. Ze kan niet tegen Lila op. Ze concurreren met elkaar, maar ze zijn ook elkaars beste maatjes. Elena gaat naar het gymnasium, Lila moet in de winkel van haar vader helpen. Nu is Elena degene die wint. Maar als Lila op haar zestiende jaar met Stefano, een bemiddelde kruidenier, trouwt en Elena achterblijft, is ze toch jaloers. In het onlangs verschenen tweede deel van Ferrante: ‘De nieuwe achternaam’, uitgave Wereldbibliotheek, vertaling Marieke van Laake, krijgt Elena van ‘een erg opgewonden Lila’ een doos met acht schriften: ‘Ze zei dat ze ze niet langer in huis kon bewaren. Ze was bang dat haar man ze zou lezen.’ Lila zei dat Elena de doos nooit ofte nimmer mocht openen, maar Elena deed het toch. ‘Ze schreef over van alles: een boomtak, de meertjes, een steen, een blad met witte nerven, de pannen thuis […].’ Lila heet nu ze met Stefan is getrouwd, mevrouw Raffaella Carracci. Een nieuwe achternaam die haar overigens geen geluk brengt. In de huwelijksnacht waarin Stefano ‘vurig en bruut haar vlees verscheurde’, was Lila afwezig. ‘De avond, de kamer, het bed, zijn kus, zijn handen op haar lichaam, alle gevoeligheid werd door één enkel gevoel opgezogen: ze haatte Stefano Carracci, ze haatte zijn kracht, ze haatte zijn gewicht boven op haar, ze haatte zijn voornaam en zijn achternaam.’ Lila wordt door hem vernederd en geslagen. Ze heeft wel geld en een mooi huis. Elena haalt haar gymnasium diploma en gaat in Pisa studeren. Hun levens gaan uiteen. Lila verlaat Stefano voor Nino, een student waar ze, evenals Elena, hevig verliefd op is. Nino is ook bezeten van Lila en ze besluiten samen te gaan wonen, al kunnen ze nauwelijks rondkomen. Als Lila zwanger is en hij zich niet langer vrij voelt, laat hij haar in de steek. Ondanks alles blijft Lila overeind. Elena publiceert een roman. Op een gegeven moment ontdekt ze een schriftje met een verhaaltje dat Lila op school als dertien, veertienjarige, had geschreven. Het heet ‘De blauwe fee‘ en ze ontdekte dat Lila’s ‘kinderlijke bladzijden het geheime hart’ van haar boek vormden. Elena besluit Lila nu weer te gaan opzoeken. Ze blijkt in een worstenmakerij te werken, leeft samen met een jeugdvriend en heeft een zoon, Rino.  Ze kusten elkaar en wilden elkaar niet meer kwijtraken. Elena ‘had er moeite mee om bij haar weg te gaan, was er zoals vroeger van overtuigd dat me zonder haar nooit iets echt belangrijks zou overkomen […].’ Toch overkomt Elena tijdens de presentatie van haar roman wel degelijk iets echt belangrijks. Totaal onverwacht doemt er namelijk iemand uit haar Napolitaanse jeugd op. Noch Elena noch de lezer had dat ooit kunnen bevroeden. Een verbijsterend slotakkoord van deze temperamentvolle en hartstochtelijk geschreven roman, met een rijk scala aan emoties die Ferrantes briljante inlevingsvermogen verraden. De bijzondere vriendschap die Elena en Lila hebben is een boeiende en grijpt diep in, omdat die voortdurend aan veranderingen onderhevig is. Afgeschilderd tegen het decor van het gecompliceerde dagelijks leven in een verlopen Napolitaanse wijk is het opnieuw een geniaal boek geworden. Laat Ferrante zich als persoon niet bloot willen geven, als ze dat maar wel blijft doen in haar werk. ‘Ik kan niet wachten op de volgende twee delen’, aldus Marja Pruis in De Groene Amsterdammer. Dat geldt ook voor ondergetekende.

Ellen de Jong  2015