McBride, Eimear 2015

‘Een meisje is maar half af’ van Eimear McBride: Een verhaal van vlees en bloed

‘Begin van onze puberjaren. Ik dertien jij vijftien zestien. Hormonen golf na golf. Als warme opvliegers koude plens in mijn nek. Gutsen nieuwe gedachten, lastig en ze moeten altijd uitgesproken. Gooi het eruit. Gooien.’ De vertelster in ‘Een meisje is maar half af’ van Eimear McBride, uitgave Hollands Diep, vertaling Gerda Baardman, heeft een broer waar ze erg veel van houdt. Ze hebben een moeilijke jeugd met een vader die al vroeg dood gaat en een getraumatiseerde moeder. Dochter en zoon worden zwaar katholiek opgevoed en opgezadeld met complexen. De broer heeft een hersentumor die hem van karakter doet veranderen. Maar de liefde tussen hen blijft overeind. Als hij terminaal is zegt ze: ‘Ik hou van je. Weet je wel dat ik van je hou? vraag ik. Ja. Hou jij ook van mij? Ik. Hou je van? Ja. Ja. Goed dan.’ Uit deze regels blijkt onder meer het opvallende taalgebruik van McBride. Zij hakt haar zinnen in stukken. Ze zijn onaf evenals het meisje onaf is. Zij wordt als dertienjarige stelselmatig verkracht door haar oom. De honden lusten er geen brood van, zo rauw en wreed gaat hij seksueel tekeer: ‘Mijn rok naar de enkels omlaag getrokken. Weggevallen. En het was overal zo stil dat ik hoorde hoe hij me openmaakte. Me openhaalde mijn benen opende. Me bij zich nam.’ De hel breekt los, het meisje gaat zich later als studente te buiten aan seksuele uitspattingen met elke jongen die zich maar aanbiedt: ‘Ik heb er twee of drie achter de keet gepakt. Een paar dagen achter elkaar. Die jongens. Modder tot je knieën. Mijn laarzen glijden erin weg. Hun knieën doen pijn van het doorbuigen want ze weten van niks. Ik werk ze allemaal af.’ Ze gruwt er zelf ook van maar denkt op deze manier boete te doen voor haar zondige gedrag. Wat dit boek uitzonderlijk maakt is vooral de hortende, stotende en afgeknotte taal. Daar moet je als lezer aan wennen, maar na een aantal bladzijden buiten adem doorgeworsteld te hebben word je door McBrides vindingrijke woordenspel meegezogen tot het duistere einde toe, al gloort er licht aan het einde van de tunnel. Het kostte haar een paar jaar om een uitgever te vinden. Maar inmiddels is het boek heel vaak bekroond. Terecht, want het is een verhaal van vlees en bloed: helemaal af!

Ellen de Jong  2015