Mazzantini, Margaret 2014

Filmische roman van Margaret Mazzantini

Op een avond zit een recent gescheiden echtpaar in een restaurant. Na tien jaar huwelijk konden Delia en Gaetano elkaar niet meer bereiken en waren ruzies niet van de lucht. Terwijl Gaetano haar een glas wijn inschenkt is hun kille verstandhouding al op de eerste bladzijde van Margaret Mazzantini’s roman ‘Niemand overleeft alleen, uitgave Wereldbibliotheek, voelbaar: ‘Je kunt liefdeloosheid niet op smaak brengen met goede wijn. Het zijn weggegooide gebaren, weggegooid geld.’ En een paar pagina’s verder: ‘Hij heeft tien jaar met haar samengewoond. En zij heeft die jaren verspild met het bekritiseren van anderen, hoe ze geld uitgeven en vervolgens moeten rennen om het terug te verdienen, hoe ze onnodig hun best doen om alleen maar onbelangrijke gevoelens, onduidelijke zwaarmoedige gedachten en microdepressies na te streven.’ Terwijl ze hun gerechten bestellen is de spanning te snijden en komt er in eerste instantie niet veel van hun plan, om te praten over de omgangsregeling betreffende hun twee zoons, niet veel terecht. Ze kibbelen over van alles en nog wat en vragen zich af hoe het zo ver heeft kunnen komen. In het begin waren ze verliefd op elkaar en bedreven regelmatig de liefde: ‘Ze hadden ook op afstand de liefde bedreven, meer dan eens zelfs. Zonder het tegen elkaar te zeggen begonnen ze ineens te zweten, voorover te buigen midden in een park, in de bus. De gedachte was heel sterk; het waren net armen die je ribben wegrukten.’ Nu is die bevlogenheid ernstig bekoeld. ‘De dingen zijn verkeerd gegaan en vervolgens verkeerd in elkaar geknoopt als behekste takken, en jij ligt in dat bos onder een boomstam die op je borst drukt. Je stikt.’ Mazzantini maakt door haar krachtige en invoelende manier van schrijven de lezer deelgenoot van het getob en gevecht dat Delia en Gaetano met elkaar, ‘vastgeroest in hun wraakgevoelens’ èn met zichzelf voeren. Verderop in het restaurant zit een bejaard echtpaar dat in tegenstelling tot Delia en Gaetano liefdevol met elkaar omgaat. Delia kan haar ogen niet van het stel afhouden. Ze is jaloers op hen, zij die elkaars hand vasthouden… Verbitterd en vol irritaties en frustraties verloopt hun etentje en bereikt zijn hoogtepunt als Delia haar toetje van ijs in Gaetano’s gezicht smijt. Ondertussen beschrijft Mazzantini hoe ze elkaar zoveel jaar geleden vonden en hoe ze elkaar kwijtraakten, niet in staat met elkaar te communiceren. Mazzantini portretteert Delia terloops als anorexia patiënt, later zet ze een praktijk op voor mensen met eetstoornissen. ‘Delia wist dat je lichaam je vijand kon worden. Een vuilnisbak, een verstopte gootsteen. Een dode put. Nu droeg ze zelf de doktersjas en zette zij de glimlach op.’ En Gaetano, als scenarioschrijver die ‘in de woonkamer schreef, in zijn onderbroek, een kopje koffie bij de hand.’ Het hele boek door zijn ze in feite op zoek naar zichzelf, echter zonder resultaat. Prachtig beeldt Mazzantini het echtpaar uit dat als Delia en Gaetano naar huis willen gaan hen aanspreekt. Hij is ernstig ziek en vraagt hen voor hem te bidden. Gaetano zegt: ‘Ik geloof niet dat ik weet hoe ik moet bidden’, Delia: Ja, natuurlijk.’ ‘Hij pakt van beiden een hand vast en als hij die schudt, knijpt hij er even in. Niemand overleeft alleen.’ Dankzij Mazzantini’s beeldende en vloeiende stijl trekken de levens van dit echtpaar als een flitsende film aan de lezer voorbij.

Ellen de Jong

Vertaling: Miriam Bunnik en Mara Schepers

ISBN 9 789028 424777