Mazzantini, Margaret 2014

Margaret Mazzantini houd je in haar roman ‘Ter wereld gekomen’ in haar greep

De Italiaanse Gemma speelt de hoofdrol in de lijvige roman ‘Ter wereld gekomen’ van de half Ierse, half Italiaanse auteur Margaret Mazzantini, uitgeverij Wereldbibliotheek. Ze is drieënvijftig jaar als ze na een telefoontje van een bevriende dichter, Gojko, die ze jaren geleden in Bosnië leerde kennen, besluit terug te keren naar Sarajevo met haar zoon Pietro. Er zijn op een tentoonstelling een serie foto’s te zien van Diego, Pietro’s overleden vader, die hij nooit gekend heeft,  en Gemma’s grote liefde.  Gemma wil niet alleen laten zien wie Pietro’s vader was maar ze wil er zelf ook achter zien te komen waarom het tussen Diego en haar niet meer boterde. Mazzantini schrijft: ‘Maar bovenal mis ik de stille overgave na het vrijen. Als Diego mijn haar uit mijn nek veegde en me uren bleef zoenen, in dat kuiltje tussen de botten van mijn nek waar mijn haar begint, en waar volgens hem de geur van mijn geboorte nog in zat. Ik wacht niet meer op de dag van de wederopstanding, van het vliegtuig dat ons hier weg wil halen. Misschien gaan we gewoon niet meer terug en zullen we samen sterven in deze stad, waar we elkaar hebben ontmoet. Waar we voor het eerst de liefde hebben bedreven, in het bed van Gojko’s moeder, naast een lege wieg. Ik had naar dat voorteken moeten luisteren, dat was ons lot.’ Gemma leert Diego tijdens de Olympische Spelen in 1984 in Sarajevo kennen. Hij is een gedreven fotograaf uit Genua en bevriend met Gojko. Met z’n drieën verkennen ze de stad en Gemma en Diego worden er verliefd op elkaar. Stapelverliefd wordt ze op die ‘jongen uit Genua’ en hij op haar: ‘Het zal een feest worden, kleintje, elke dag een feest. Ik zal je alles geven, dat zweer ik.’ Later trouwen ze en leven hun leven in Rome. Hij als fotograaf en zij als publicist. Ze zijn gelukkig, toch kan Diego zijn draai niet vinden in Rome. Hij gaat terug naar Sarajevo en Gemma volgt hem. De oorlog breekt uit, ze leven in een hel van verschrikkingen die met geen pen te beschrijven is. Mazzantini lukt dat wel. Zij weet woorden te vinden voor de verschrikkingen in deze verscheurde stad die je zo bij de keel grijpen dat ze je het hele boek door niet meer loslaten. Afgezien van de oorlogsellende die Diego en Gemma meemaken hebben ze één groot verdriet wat ze met zich mee torsen: ze kunnen geen kinderen krijgen, Gemma is onvruchtbaar. Ze hebben er alles voor over om er een te krijgen en om die wens in vervulling te laten gaan maken ze rare sprongen…Diego blijft achter als het vliegtuig vanuit Sarajevo richting Rome vertrekt: ‘Diego staat niet meer achter me. Ik ben hem kwijt. Ik draai me om, maar ik weet dat mijn zoektocht zinloos is. Want ik ben hem allang kwijt.’ Wanneer Diego later overlijdt, breekt Gemma’s hart, al heeft ze nu een zoon en krijgt haar leven een andere wending. Mazzantini houd je in haar greep tot het verpletterende einde toe waarin veel dingen afschuwelijk duidelijk worden en we tot de slotsom komen dat het lot niet te ontlopen is. Het is met recht een meeslepende roman (vaak liet ik m’n tranen de vrije loop) toegespitst op de levensloop van Gemma en Diego die echt uit het leven gegrepen is. Het opschrift bij de flaptekst: ‘Liefde is sterker dan de dood/maar het leven is sterker dan de liefde’, slaat de spijker op zijn kop.

Ellen de Jong

Vertaling: Miriam Bunnik en Mara Schepers

ISBN 9 789028 424104