Herfkens, Annette 2015

Annette Herfkens beschrijft in ‘Turbulentie’ hoe ze een vliegtuig ramp verleefde

Acht dagen overleven in de Vietnamese jungle als enige overlevende van een vliegtuigramp, hoe speel je dat klaar? Het antwoord daarop geeft Annette Herfkens in haar boek ‘Turbulentie’ met als ondertitel ‘Ik overleefde een vliegtuigramp’. Uitgave Boekerij. Annettes vriend Willem van der Pas (Pasje), met wie ze al dertien jaar een relatie heeft, trakteert haar op een vliegreisje naar de kust. Annette heeft claustrofobie en ‘De Jak’ is een erg klein verkeersvliegtuig. Ze wil er niet in, maar Pasje stelt haar gerust, het is maar even vliegen van Ho Chi Minhstad naar Nha Trang, zegt hij. Annette zwicht, maar in het vliegtuig doet ze haar gordel niet om: ‘zonder gordel voel ik me al opgesloten genoeg.’ Het vliegtuig crasht, een paar kilometer voor Nha Trang Airport: ‘Volgens het dalingsprofiel dat is opgesteld door Vietnam Airlines sloeg het weer op de ochtend van 14 november 1992 plotseling om, waardoor extreme turbulentie is ontstaan.’ Annette overleeft, Pasje is dood net als alle anderen. Annette ligt ‘op een berghelling onder bomen, tussen dikke begroeiing. Overal liggen stukken van het vliegtuig. Het heeft zijn vleugels verloren en de cockpit is losgescheurd. Alles is groen. En die junglegeluiden! Hoe meer ik ernaar luister, hoe doordringender ze lijken te worden.’ Annette is letterlijk en figuurlijk gebroken. Ze probeert echter niet met zichzelf bezig te zijn en niet aan Pasje te denken. ‘Lieve God, help me dit te overleven. Mijn mond is droog. Zo droog.’ Op dag twee begint het te regenen: ‘Ik kokhals bijna van geluk: hele slokken water.’ Op dag drie beweegt ze zich langs de grond met behulp van haar ellebogen. Haar benen zijn gebroken. Ze besluit de tas van een overleden Vietnamees meisje te pakken, waar een regencape in zit. Annette trekt de cape over haar hoofd. Op dag vier kijkt ze naar de kapotte vliegtuig vleugel en ziet dat het isolatiemateriaal uit een soort schuim bestaat. Ze sleept zich er naar toe en kneedt er balletjes van. Later gaat het regenen en vullen de balletjes zich met water. ‘O, beter dan Veuve Clicquot!’ Op dag vijf schrijft Herfkens: ‘Ik wacht. Ik bereken hoeveel tijd er verstrijkt en wacht. Ik wacht al zo lang! Wat een geduld!’ Ze concentreert zich ‘op de geluiden van de zoemende insecten, de tjirpende krekels, de kwetterende vogels.’ Op dag zes is het alsof Annette uit haar lichaam is getreden. ‘In eerste instantie dwong ik mezelf me te concentreren op de schoonheid; nu zit ik er middenin. Ik ben één geworden met alles om me heen. Met de schoonheid. Met de dood. Met het proces van vergaan, sterven en opnieuw geboren worden. Het is prachtig.’ Op dag zeven hoort ze geluid van krakend hout. Het is een man, helemaal in het oranje gekleed. Ze schreeuwt en schreeuwt, maar hij is ineens weg. Dacht hij dat ik een geest was? Of hallucineerde ik? Dag acht is de dag van de bevrijding. De man is er weer. De redding is nabij. Annette heeft het gehaald. Daarna moet ze herstellen en het leven weer in. Die terugkeer als vrouw zonder Pasje doet veel pijn, maar ze redt het opnieuw. Herfkens beschrijft die terugkeer overweldigend, evenals de rest van haar levensgeschiedenis. Ze komt uit een welgestelde en warme familie, ging in Leiden studeren, leerde er Pasje kennen, kreeg prachtige banen bij allerlei banken, maakte reizen en vestigde zich tenslotte in New York. Ze trouwt, krijgt een dochter, Joosje, en zoon Maxi, die autistisch is. Opnieuw een dreun, evenals de dood van haar vader en broer. Maar Annette is een vrouw met een positieve instelling en doorzettingsvermogen en ze heeft een ongelooflijke veerkracht. Bovendien is ze een ster in het incasseren van tegenslagen. Ze beschouwt het leven als een leerproces en heeft geleerd het te nemen zoals het is. ‘Geluk betekent niet dat je hebt wat je wilt, maar dat je wilt wat je hebt’, leert ze ons. En: ‘Het leven is een proces van ont-ikken. Mijn gelukkigste momenten heb ik beleefd toen ik helemaal geen ‘zelf’ ervoer.’ Na ruim dertien jaar besluit Annette terug naar Vietnam te keren om de berg te beklimmen waar het vliegtuig neerstortte. Wat zal er in haar omgaan en hoe gaat ze daarna verder? Het ontroerende nawoord van Annettes dochter Joosje, maakt het boek compleet evenals de sprekende foto’s. Herfkens koos voorin het boek een citaat van Albert Einstein: ‘Het mooiste wat we kunnen ervaren is het mysterie’. Als er iets van toepassing is op haar aangrijpende en leerzame levensverhaal zijn het deze woorden.

Ellen de Jong