Posthuma de Boer, Eva

‘Ica’ van Eva Posthuma de Boer: ‘Zonder haar geen verhaal’

‘Deze tragedie zal de opbouw volgen die Aristoteles voor het genre ontwierp’, aldus Eva Posthuma de Boer in haar boek ‘Ica’, uitgave Ambo|Anthos. In deze tragedie spelen Nadine Sprenger en Ica Maria Metz de hoofdrol. Toen Nadine drieëntwintig jaar was las ze ‘Canon en kettingzang’, waarmee Ica Metz debuteerde. Ze las de roman drie keer achter elkaar. Later zag ze Ica in televisie programma’s en smolt ‘voor haar wijsheid en zelfverzekerdheid, haar humor.’ Nadine wil zelf schrijfster worden en dat lukt haar. Ze publiceert ‘Roman’: over een beeldhouwer bij wie ze introk. Op het Boekenbal ontmoet ze Ica en raakt met haar in gesprek: ‘Haar vertraagde manier van praten en haar diepe stem wekten het verlangen op om je bij haar te bergen, je op te krullen en met gesloten ogen naar haar te luisteren, mee te gaan in de stilstaande wereld van haar woorden.’ Nadine wil Ica analyseren in een roman met haar als hoofdpersoon. Ze besluit haar man en twee kinderen achter te laten en Ica - die net haar tweede echtgenoot verloren heeft - mee te nemen naar het familiehuis in de Franse Morvan, waar Nadine vaak met haar ouders vertoefde. Ze wil daar een boek over Ica schrijven, maar, vraagt ze zich af: ‘Schond ze Ica’s vertrouwen door over haar te schrijven? En zou Ica haar erom gaan verafschuwen?’ Tegelijkertijd beseft ze dat ze zonder Ica geen verhaal had. In Frankrijk besluiten de twee ‘de tijd buiten te sluiten.’ Ze doen samen boodschappen, verkennen het dorp en slaan veel flessen drank in. Nadine laat zich meeslepen door Ica’s overmatige drankgebruik en rookgedrag. Ze is geobsedeerd door haar. Ica gaat elke dag zwemmen en is vaak alleen op haar kamer. Dan maakt Nadine aantekeningen in haar dagboek. Naarmate de dagen zich aaneenrijgen vraagt Nadine zich af of ze Ica ooit écht zal leren kennen, want ze is moeilijk te doorgronden. Met het schrijven over haar vlot het niet erg: ‘Veel stof leverde Ica’s fysieke aanwezigheid helaas nog niet op.’  Wel noteert Nadine ‘alle typische Ica-uitspraken’, maar soms denkt ze ‘huiverend aan het moment waarop ze Ica over het boek moet vertellen, maar de geheimhouding valt haar mee en vooralsnog kan ze zich gelukzalig wentelen in het samenzijn met haar heldin.’ Intussen vloeit de drank rijkelijk en blijkt Ica wel erg gecharmeerd van twee Franse vrouwen waar ze in het dorp kennis mee maakt. Nadine is ontzet en scheurt ‘een halve onbeschreven bladzijde uit haar dagboek’ en schrijft: ‘Ica sterft?’ Op dat moment ontstaan er flinke barsten in hun vriendschap en al helemaal als Nadine Ica aantreft met de schoonmaakster: ‘Pas op hoor, Françoise, hecht je niet te veel, en waan je vooral niet bijzonder, voor je het weet raak je weer uit de gratie. Wij zijn inwisselbaar, moet je weten, het maakt niet uit wie we zijn, en aan Ica’s superioriteit valt niet te wrikken.’ En: ‘wat doe je nou, Ica, wat moet je met dat verloederde mens, kom bij mij alsjeblieft, zo verspil je de nacht en vergaan de dagen, de tijd die we zo vakkundig hebben stilgezet […].’ Ica valt radicaal van het voetstuk af waarop Nadine haar had geplaatst, volgens de regels van de tragedie die Posthuma de Boer in vijf bedrijven samenvatte. Volgens de flaptekst speelt Posthuma de Boer ‘een spannend spel met feit en fictie’. Vragen bij de lezer kunnen niet uitblijven, wel duidelijk is dat ‘Ica’ echt gebaseerd is op schrijfster Connie Palmen (zie voetnoten en leeslijst achterin het boek), maar is Nadine Eva Posthuma de Boer zelf en wat is er in deze tragedie waar gebeurd en wat niet? Posthuma de Boer speelt het spel met vernuft en flair. En ze weet de karakters van de twee vrouwen met diep inzicht te typeren. In een heldere, eigentijdse taal.  Als citaat voorin het boek koos ze een uitspraak van Connie Palmen: ‘Tussen de waarheid en het schrijven botert het niet’. Met dit motto als leidraad maakte ze haar roman méér dan waar.

Ellen de Jong 2015