Zwaan, Josha 2015

In haar roman ‘Dwaallicht’ kroop Josha Zwaan diep in de ziel van haar hoofdpersoon

Voor het schrijven van haar nieuwe roman ’Dwaallicht’, uitgave Ambo|Anthos, putte Josha Zwaan uit haar eigen ervaring met depressies en angsten en uit haar ondervindingen in de hulpverlening aan onder meer dak-  en thuislozen en drugsverslaafden. Ze kiest voorin haar boek voor een citaat van Wouter Kusters, 2014: ‘Liefde, met haar successen en mislukkingen, is een van de meest veronachtzaamde risicofactoren voor een psychose’. Het gaat om Marthe, moeder van drie kinderen en getrouwd met cellist Barend. Van jongs af aan is Marthe al anders. Ze hoort stemmen in haar hoofd en ze kan geen contact maken met andere kinderen. Ook niet met haar ouders en zus. Ze verliest zich in seks met jonge jongens, later met mannen. Het gaat bij Marthe alleen om fysiek genot, ze heeft dan even rust in haar hoofd. Dat ze Frans gaat studeren ligt voor de hand, want ze dweept met schrijvers als Flaubert, Baudelaire en Verlaine. ‘Als er maar voldoende mannen en boeken in mijn leven waren, dan ging het wel.’ Als ze Barend ontmoet wordt alles anders: ‘ze raakte verloren in het verlangen voortdurend bij hem te zijn. De veiligheid van het alleen-zijn met zichzelf loste op in de zekerheid dat zijn aanwezigheid haar voor altijd zou beschermen tegen de onheilspellende omgeving die de wereld al sinds haar kindertijd toescheen. Voor het eerst begreep ze de woorden die ze jaren geleden in het levensverhaal van Hedwig zo onbegrijpelijk gevonden had. Er moet gloeiing zijn tussen twee geliefden.’ Die gloeiing is voor Marthe en aanvankelijk ook voor Barend seksueel gericht. Ze vrijen hartstochtelijk en vaak. Daarna kan Marthe het leven weer even aan en zwijgen de stemmen. En vooral als ze zwanger is lijkt er geen vuiltje aan de lucht. Maar gaandeweg raakt ze in depressies en wordt beheerst door angsten en ziet overal leeuwen en beren op haar weg. Elke nieuwe dag is een bezoeking voor haar: ‘niet weer een dag. Ze rijgen zich aaneen, nu al wekenlang is iedere dag een rijstebrijberg waar ik mij doorheen moet eten. Het gaat trager en trager, alsof de substantie om mij heen stugger en dikker wordt’, schrijft Marthe in haar blauwe schrift. En: ‘Ik vergeet wat mijn richting is, er zijn cirkels in mijn hoofd, ik loop erin vast, er is geen begin en geen eind.’ Toch ‘waren er geluksmomenten, waren er pauzes tussen de angst, was er soms rust en vaker verlangen. Verlangen was wat het leven draaglijk maakte,’ aldus Zwaan. Maar al doet Marthe nog zo haar best het huishouden doelmatig te bestieren, echt aandacht voor haar gezin te hebben en haar werk als vertaalster goed te doen, het lukt haar niet. Barend en de kinderen gaan meer en meer lijden onder haar ziekte. Als ze eindelijk besluit tot een skivakantie met z’n allen, dé grote wens van Barend, gaat het mis. Voorspelbaar, want voor Marthe was reizen altijd al een levensgroot gevaar en bedreigend. Die dagen in de sneeuw eindigden dan ook in een lawine van emoties…Marthe ‘verdwaalt’, zal haar zwerftocht haar naar het ‘licht’ voeren? Zwaan dook diep in de ziel van Marthe en heeft haar psychoses op een aangrijpende manier op de lezer overgebracht: haar invoelende, liefdevolle stijl van schrijven droeg daartoe bij.

Ellen de Jong   2015