Coelho, Paulo 2015

Paulo Coelho in ‘Overspel’: ‘De belangrijkste les is leren lief te hebben’

‘Elke ochtend, als ik mijn ogen open voor wat “een nieuwe dag” heet, heb ik zin ze weer te sluiten en in bed te blijven. Maar dat kan niet. Ik heb een fantastische man die mateloos verliefd op me is, eigenaar van een respectabel investeringsfonds en - ook al wil hij dat niet - jaar na jaar vermeld wordt op de lijst van de volgens het tijdschrift Bilan driehonderd rijkste mensen van Zwitserland.  Ik heb twee kinderen die - zoals mijn vriendinnen zeggen - mijn “reden van bestaan” zijn.’ De eenendertigjarige vrouw die Paulo Coelho in zijn boek ‘Overspel’, uitgave De Arbeiderspers, vertaling Piet Janssen, hier aan het woord laat, is Linda. Ze is een gewaardeerd journaliste bij een bekende krant in Genève, waar ze ook met haar man en twee kinderen woont. Eén keer per jaar gaan ze met vakantie, ‘meestal naar een paradijselijk oord met een prachtig strand bij een “exotisch” stadje waar de arme bevolking ons nog rijker, nog meer bevoorrecht en nog dankbaarder laat voelen vanwege de zegeningen die het leven ons schonk.’ Je mag aannemen dat Linda alles heeft wat haar hartje begeert, ze moet wel erg gelukkig zijn. Maar dat is ze niet. Ze voelt zich apathisch en ziet tegen elke nieuwe dag op, omdat ze moet doen alsóf ze gelukkig is. Linda heeft het gevoel dat haar leven een sleur is geworden die ze niet kan doorbreken en dat de passie in haar huwelijk verdwenen is. Maar dat je na tien jaar huwelijk nog dezelfde passie zou voelen, is toch ook niet normaal, bedenkt ze zich. Dus wat mankeert haar, is ze soms depressief? Haar leven krijgt een andere wending als ze voor haar werk Jacob, een jeugdliefde van de middelbare school, moet interviewen: ‘Daar kan ik niet eens enthousiast van worden - ik ben echt de interesse in het leven aan het verliezen.’ Jacob is een vooraanstaand politicus en een echte carrièretijger. Hij is getrouwd met Marianne, die filosofie doceert. Linda is niet onder de indruk van Jacob, maar op het moment dat ze weg wil gaan zoent hij haar en zij beantwoordt die, ‘want het is al lang geleden dat we dat voor het laatst gedaan hebben.’ Ze voelt zich ‘met de minuut fijner, moediger en vrijer. En dan doe ik iets waarvan ik sinds de middelbare school gedroomd heb.’ Daarna is het hek van de dam en vindt ze waar ze naar op zoek was, namelijk passie. Maar hoe moet het nu verder? Haar man mag niets te weten komen en al voelt ze zich in eerste instantie schuldig, ze blijft Jacob ontmoeten. Linda ontdekt monsterlijke kanten in zichzelf, ze wil zich wreken op Marianne, die in haar ogen perfect is en alles heeft en haar op een feestje minachtte. Linda heeft er veel voor over om haar in het verderf te storten. Ondertussen vrijen Jacob en zij heel wat af in een hotel waar ze regelmatig afspreken. Coelho neemt bepaald geen blad voor de mond als hij hun woeste seksuele uitspattingen en pornografische scènes in beeld brengt. ‘Ik heb iets gedaan wat ik nooit eerder heb gedaan en daarmee ben ik begonnen de muren omver te halen die me gevangen hielden’, constateert Linda. Ze heeft nu een doel: een man veroveren en hem ‘uit zijn huwelijk trekken zonder dat hij er erg in heeft. ‘Ik heb lief en niemand kan me dat afnemen. Ik hou van mijn man, die me altijd gesteund heeft. Ik geloof ook dat ik hou van een man die ik in mijn tienertijd heb leren kennen. En toen ik naar hem toe wandelde, op die mooie herfstdag, heb ik mijn vestingmuren in elkaar laten storten en ik krijg ze niet weer opgericht. Ik ben kwetsbaar nu, maar spijt heb ik niet.’ Linda blijft met Jacob afspreken in de hotelkamer maar naarmate de tijd vordert beseft ze dat het om verliefdheid gaat, niet om liefde en dat ze niet van plan is ermee door te gaan: ‘Ik heb er al zoveel door verworven: avontuur, nieuwe seksuele ervaringen, vrolijkheid, het plezier van iets verbodens te doen. En dat alles zonder ook maar een greintje wroeging te voelen. Het is een cadeautje aan mezelf, welverdiend na zoveel jaren van goed gedrag. Ik heb vrede met mezelf. Beter gezegd, dat had ik tot vandaag.’ Die laatste woorden geven al te denken: Zal ze de vrede met zichzelf wel ooit vinden? En zal de liefde voor haar eigen man die onvoorwaardelijk van haar houdt het winnen? Voor Coelho daar antwoord op geeft weidt hij uitvoerig uit over onder meer het monster van Frankenstein en over de zonderlinge geschiedenis van Dr. Jekyll en Mr. Hyde, die een extra dimensie aan ‘Overspel’ geven. Tot slot verheerlijkt Coelho de liefde in al haar grootheid en schrijft: ‘Dit moet ons doel in de wereld zijn: leren liefhebben. Het leven biedt ons duizenden mogelijkheden om te leren. Wij allemaal, zowel man als vrouw, hebben elke dag een goede mogelijkheid om ons over te leveren aan de liefde. Het leven is geen lange vakantie, maar een voortdurend leerproces. En de belangrijkste les is leren lief te hebben.’ Een wijze les die we ter harte kunnen nemen: des te meer zal ‘Overspel’ ons overtuigen.

Ellen de Jong