Schlink, Bernard 2015

‘De vrouw op de trap’ van Bernard Schlink: Een roman die beklijft

‘Een vrouw daalt een trap af. Haar rechtervoet rust op de onderste trede, haar linker raakt nog de trede erboven maar staat al op het punt de volgende stap te doen. De vrouw is naakt, haar lichaam bleek, schaamhaar en hoofdhaar zijn blond, het hoofdhaar glanst in het licht van een lamp. Naakt, bleek, blond - tegen een grijsgroene achtergrond van vage traptreden en wanden komt de vrouw de beschouwer met zwevende lichtheid tegemoet.’ Een advocaat uit Frankfurt loopt langzaam naar het schilderij - getiteld ‘Vrouw op een trap’- toe. Bernard Schlink, Duits schrijver en bekend van onder meer ‘De voorlezer’ laat deze advocaat de geschiedenis om het schilderij heen vertellen, in zijn roman ‘De vrouw op de trap’, uitgave Cossee, vertaling Gerda Meijerink. De vrouw op het schilderij is Irene. Ze is de vrouw van Peter Gundlach, een zeer vermogend zakenman die zijn vrouw op deze wijze op het doek wilde vereeuwigen. De schilder, Karl Schwind en Irene vallen op elkaar en gaan er samen vandoor. Gundlach wreekt zich op hen en beschadigt willens en wetens keer op keer het schilderij, waarna Schwind het weer moet herstellen. Er wordt een advocaat ingeschakeld die een contract dient te maken waarin staat dat de schilder Irene zal afleveren bij haar man en dat hij zijn schilderij mag houden. De advocaat wordt hals over kop verliefd op Irene en hij wil haar uit de klauwen van Gundlach redden en tevens de schilder klem zetten. Hij gaat er met haar en het schilderij vandoor in de hoop haar voor zich te winnen. Hij komt bedrogen uit. Zij wil met de drie mannen afrekenen: ‘Voor Gundlach was ik de jonge, blonde, fraaie trofee waarvan alleen de verpakking van belang was. Voor Schwind was ik inspiratie, ook daarvoor volstond de verpakking. Toen kwam jij. De derde stompzinnige vrouwenrol; na het vrouwtje en de muze kwam de in gevaar verkerende prinses die door de prins wordt gered.’ En: ‘Rollen maken je berekenbaar, inwisselbaar, bruikbaar.’ Irene wil haar droom waarmaken, ze wil zich totaal inzetten voor een grote zaak met alle risico’s vandien: ‘gerechtigheid voor degenen die worden uitgebuit of vernederd.’ Het overzichtelijke en wetmatige leven vol krampachtigheid, dat de advocaat leidt, is niets voor Irene. Hij is weduwnaar en heeft kinderen en hij denkt dat hij het goed gedaan heeft. Pas later komt hij erachter hoe gelijk Irene had: ‘Hoe moedig ze haar leven had geleefd en hoe angstig ik het mijne.’ Als hij veertig jaar later in Australië is om een zaak af te ronden, ontdekt hij in een Art Gallery het schilderij èn Irene. Ontroerende passages volgen: de advocaat wordt een andere man in haar nabijheid en zij aanvaardt hem nu wel als haar reddende engel. Veertien dagen lang leeft hij in een toestand van opperste gelukzaligheid, voor het doek valt. Dit is weer zo’n roman die beklijft: Schlink zette ‘m geweldig goed in elkaar met levensechte personages die vragen stellen die er echt toe doen. Hij stijgt hierdoor nog een paar treden hoger op de literaire ladder.

Ellen de Jong  2015