Gerritsen, Esther 2014

‘Roxy’ van Esther Gerritsen: een ijzersterk verhaal waarin ze schrijnende en pijnlijke situaties licht houdt

 ‘Ze houdt niet van vreemden in huis. Een halve dag kan verloren gaan als er een wasmachinereparateur langskomt. Eerst zijn er de uren waarin ze op de vreemdeling wacht, dan is het huis al niet meer van haar.’ Maar als de politie voor de deur staat moet Roxy de twee agenten wel binnenlaten. Ze brengen slecht nieuws, haar man Arthur is dodelijk verongelukt: zijn auto is op de vluchtstrook aangereden. Hij was naakt en even naakt was zijn stagiaire. Hoe zal Roxy Rombouts, moeder van de driejarige Louise en schrijfster van drie boeken - ze debuteerde met ‘een hilarische en tragische roadnovel, over de zomervakantie waarin een trucker zijn dertienjarige dochter meeneemt zodat niet de hele zomervakantie bij haar zuipende moeder hoeft achter te blijven’- dit verdriet te boven komen? Esther Gerritsen geeft daar zonder omhaal van woorden, met messcherpe dialogen, antwoord op in haar boek ‘Roxy’. Uitgave De Geus. Op de originele omslag kijken een stel dromerige schapen de verte in. Roxy is als zeventienjarige dochter van een moeder die zwaar aan de drank is en een vulgaire vrachtwagenchauffeur, van huis gevlucht. Ze loopt Arthur tegen het lijf en ze zoekt troost bij hem. Hij is dertig jaar ouder. Ze trouwen en krijgen dochter Louise. Roxy spoort echter niet, ze is een eenling en zit het liefst op haar zolderkamer te schrijven. Na het doodsbericht van Arthur zou je verwachten dat ze in elkaar zakt van ellende. Maar Roxy niet. Ze ontvluchtte altijd al de realiteit en dat doet ze nu weer. Ze gaat met de, getrouwde, begrafenisondernemer naar bed, losgeslagen als ze is: ‘ze hebben nu al een geschiedenis samen en ze begrijpt dat Arthur hier niet zonder heeft gekund, ze houdt weer van hem.’ De begrafenisondernemer vraagt aan Roxy: ‘Gaan we dit vaker doen?’ Aan het werk, jij,’ zegt ze, ‘de doden wachten.’ Gerritsens grote gevoel voor humor ligt er nooit dik bovenop, maar is subtiel verpakt. Roxy en de begrafenisondernemer worden betrapt door een fotograaf van een roddelblad: ’Weduwe Arthur Rombouts duikt de koffer in met begrafenisondernemer.’ Roxy zou zich schuldig moeten voelen, maar, zegt ze tegen Jane, de assistente van Arthur: ‘die dingen gebeuren’ en ze verbaast zich over haar gebrek aan compassie. Ze zou moeten snappen hoe het voor zijn vrouw is.  ‘Zij die voorheen geen krant kon lezen zonder te huilen, die wakker lag van de gedachte dat ze de buurvrouw had beledigd omdat ze niet naar haar had gezwaaid, zij is nu in een prachtige vis omgetoverd, bevrijd van het medeleven en ze zegt: ‘All is fair in love and war.’ Roxy’s ouders besluiten bij haar in te trekken maar dat blijkt ze niet aan te kunnen. Ze besluit met Jane, oppas Feike en Louise naar Frankrijk te gaan, naar de Méditerranée. Het is het begin van een bizarre tocht. Tussen de twee vrouwen en haar botert het niet. Geen wonder: Ze gaat helemaal haar eigen gang, zegt de verkeerde dingen en laat zich onderweg door een paar kerels pakken. Ze is het spoor volkomen bijster, ze wil zich uitleven en ze wil zich wreken, hoe dan ook. Wat er dan gebeurt is te vreselijk voor woorden. Ze was al niet zo mak als lam, verre daarvan, maar ze is nu echt het zwarte schaap dat dik over de schreef gaat. Jane en Feike komen er al snel achter wat Roxy geflikt heeft en één van hen zegt: ‘Arthur zei wel dat je gestoord was, maar ik wist niet dat zo erg was.’ Roxy kan geen kant meer op, en gaat haar vader bellen. Ze ontmoet hem in een truckers restaurant. Zal hun samenzijn Roxy tot inkeer brengen en zal ze zich kunnen bevrijden van haar gekte? Gerritsen schreef een ijzersterk verhaal, waarin ze schrijnende en pijnlijke situaties licht houdt. Ze is enorm op dreef en ze laat de ene hilarische scène in rap tempo op de andere volgen. In korte ritmische zinnen zegt ze veel - tussen de regels nog meer - en geeft ze Roxy op haar karakteristieke manier gestalte, maar ze verklaart niets. Gerritsen is een auteur met uitzonderlijke kwaliteiten: ze is een schaap met vijf poten!

Ellen de Jong  2014