Kumpfmüller, Michael

Michael Kumpfmüller beschrijft in ‘De heerlijkheid van het leven’ Kafka’s laatste liefde

In 1921 schreef Franz Kafka in zijn dagboek: ‘Het is heel goed denkbaar dat de heerlijkheid van het leven in al haar rijkdom rondom iedereen en altijd klaarligt, maar versluierd, in de diepte, onzichtbaar, heel ver weg. Maar ze ligt daar, niet vijandig, niet onwillig, niet doof. Als je haar met de juiste woorden roept, bij de juiste naam, dan komt ze.’ Op basis van die dagboeken schreef Michael Kumpfmüller een roman over de laatste liefde van Franz Kafka: ‘De heerlijkheid van het leven.’ Uitgave Van Gennep, vertaling Hans Driessen en Marion Hardoar. In het eerste deel ‘Komen’ ontmoet de 25 jarige, joodse Dora Diamant, afkomstig uit Polen, de aan tuberculose lijdende Franz Kafka, op het strand van de Duitse badplaats Müritz, aan de Oostzee. Ze is vijftien jaar jonger dan Franz en werkt in de zomervakantie als kokkin in een opvanghuis voor joodse kinderen. Als ze Franz in zijn strandstoel ziet lezen staat ze direct in vuur en vlam. En hij niet lang daarna. Ze worden hevig verliefd op elkaar en beleven vele gelukkige uren op het strand en op zijn kamer in het pension waar Franz verblijft. ‘Het is zijn mond, zijn gepraat is als een warm bad dat in alle kalmte tot haar doordringt. Geen enkele man heeft ooit zo naar haar gekeken, hij ziet haar vlees, het onderhuidse huiveren, het trillen, en ze vindt het allemaal goed.’ En: ‘s Avonds in bed houdt hij zich af en toe bezig met een zin, met een stuk huid, de zoom van haar rok [….].’ Dora leest de ‘doctor’ zoals Kumpfmüller hem betitelt, voor in het Hebreeuws en op het strand zitten ze ‘elkaar verhalen te vertellen over wachten. Ook de doctor heeft zijn halve leven gewacht, tenminste dat is zijn gevoel achteraf, je wacht en gelooft er niet in dat er nog iemand komt, en ineens is precies datgene gebeurd.’ Zo ontwikkelt zich een intieme liefdesrelatie die subtiel door Kumpfmüller wordt beschreven. Over seksualiteit wordt nergens gerept. Na hun verblijf in Müritz vatten ze het plan op om samen naar Berlijn te gaan, de stad waar ze beiden van houden. Ze komen op een huurkamer terecht die ze maar net kunnen betalen. Het is een tijd van economische crisis, stakingen en politieke onrust, maar ze zijn er gelukkig hoewel Franz steeds meer tobt met zijn broze gezondheid. De meeste tijd brengen ze samen door, ze kunnen niet zonder elkaar. Maar als Franz schrijft, en dat is meestal ’s nachts, wil hij alleen zijn. Terwijl de dagen voortschrijden laat Dora bij elke gelegenheid, schrijft Kumpfmüller ‘weten dat ze zichzelf pas kent sinds ze bij hem is. Alles heeft liggen sluimeren, alles was voor jou, maar ik kende je niet. Of beter: ik kende je, maar ik wist helaas nooit waar ik je kon vinden, en toen vond ik je op het strand.’ Of Franz zegt: ‘Je bent mijn redding. Hoewel ik niet meer in redding geloofde.’ In deel Twee ‘Blijven’ noteert Kumpfmüller: ‘Hij is in Berlijn, en hij heeft deze jonge vrouw. Hij kan haar te allen tijde aanraken, maar vaak kijkt hij alleen maar, volkomen betoverd door een plekje, de buiging van haar hals, haar wiegende heupen als ze door de kamer loopt. Alles is voor hem, lijkt ze te zeggen, wat hij bij haar vindt, mag hij hebben.’ Helaas gaat Franz’ gezondheid weer achteruit, hij hoest vaak en krijgt koorts. Dora beseft dan pas goed dat ze hem gaat verliezen. Hij schrijft nog wel enkele verhalen, maar veel energie heeft hij niet meer. Hun liefde blijft ook onder deze omstandigheden hecht en intens, ‘er zijn nog steeds mooie momenten, ’s middags, als ze bij hem in bed kruipt, als hij iets eet, zijn blik, zijn dankbaarheid, hoewel zij dankbaar zou moeten zijn, voor zijn handen, zijn voeten, ja ook die, omdat die steeds naar haar toe zijn gelopen, de eerste middagen in Müritz. Ze wil niet minder van deze dagen genieten, alleen omdat Franz en zij misschien weg moeten, want het zijn dagen met hem, het leven samen.’ Maar ze moeten Berlijn verlaten vanwege zijn slechte gezondheid. Franz komt in een sanatorium terecht, in een dorpje buiten Wenen. In deel Drie ‘Gaan’ doet Franz Dora nog een huwelijksaanzoek dat haar nieuwe krachten geeft, want ze heeft het zwaar met zijn verzorging. Ze blijft voor hem vechten hoewel het haar duidelijk wordt dat het zijn laatste dagen zijn: ‘Ze zal alles, alles verliezen als hij weg is, zijn handen, zijn mond, de schuilplaats die hij is geweest, alsof haar liefde een huis is en iemand haar er voor altijd uit wil verdrijven.’ Hij sterft tenslotte in haar armen, kort ervoor glimlachte hij nog. Kumpfmüller heeft een sobere, ingetogen stijl, vol verstilde beelden, die dankzij zijn zorgvuldige en poëtische woordkeus doen denken aan Kafka’s eigen werk.

Ellen de Jong