Gerritsen, Esther 2013

‘Dorst’ van Esther Gerritsen: messcherpe dialogen tussen moeder en dochter

‘Het is de eerste keer in haar leven dat Elisabeth haar dochter onverwachts treft. Ze komt van de apotheek op de Overtoom. Wil net oversteken naar de tramhalte als ze haar dochter ziet fietsen aan de andere kant van de straat. Haar dochter ziet haar ook. Elisabeth staat stil. De dochter stopt met trappen maar remt nog niet. De hele Overtoom zit tussen hen in, twee fietspaden, twee rijbanen en een dubbele trambaan. Elisabeth weet meteen dat ze haar dochter moet vertellen dat ze doodgaat en ze lacht als iemand die van plan is een grap te vertellen.’ Dit zijn de eerste regels uit ‘Dorst’, uitgave De Geus, van Esther Gerritsen. Moeder Elisabeth en dochter Coco zien elkaar sporadisch. Coco studeert zonder veel enthousiasme Russisch en moeder werkt met hart en ziel bij een lijstenmakerij. Van jongs af aan klikte het niet tussen de twee. Coco’s vader, Wilbert, die verslaafd is aan alcohol, verlaat zijn vrouw en dochter als Coco nog maar een peuter is. Hij krijgt een relatie met Miriam en drinkt dan niet meer. Ook vader en dochter hebben nauwelijks een band. Coco heeft een problematische verhouding met Hans, die vooral seksueel gericht is, ze drinkt net als haar vader bepaald niet met mate, samen hebben ze een niet te lessen dorst, en ze kan haar weg in het leven niet vinden. Ze is stuurloos en behalve haar uitspattingen met drank gaat ze zich ook seksueel te buiten met elke man die zich maar aandient. Intussen trekt Coco ongevraagd bij haar moeder in daar die niet meer lang te leven heeft en ze zich toch enigermate verantwoordelijk voor haar voelt. Elisabeth doet haar best zich aan te passen aan deze nieuwe situatie, maar het contact tussen hen loopt uiterst stroef. Elisabeth zou liever alleen zijn om niet geconfronteerd te worden met haar dochter, maar ze accepteert haar, storende, aanwezigheid omdat het zo hoort. Ze praat liever met haar kapper, die Coco trouwens ook bezoekt, en met Martin van de lijstenmakerij. Toch proberen beiden het beste ervan te maken en nader tot elkaar te komen, maar daar is het te laat voor. Elisabeth, die niet voor het moederschap in de wieg is gelegd, is nooit gelukkig geweest met haar kind: ‘Er ging iets mis tussen haar en Wilbert na Coco’s geboorte en nu is alles voorbij en Wilbert is weg en Coco is hier. Wilbert ging vreemd naar haar kijken en Coco keek later al net zo. Ze is pas vreemd sinds ze moeder is en ze weet dat ze dat het kind niet kan verwijten al begrijpt ze steeds minder waarom niet en heeft ze nu al spijt dat Coco’s bureau hiernaartoe komt.’ Toen Coco twee jaar was sloot ze haar op in haar kamer en ze reageerde apathisch toen Coco, net vijf jaar geworden, een ongeluk kreeg en door het serreraam viel, bloedend en wel…. De vreemdsoortige verbondenheid tussen moeder en kind typeert Gerritsen aldus: ‘het viswijf en de vis die uit de handen van het viswijf glibbert. Gerritsens dialogen tussen moeder en dochter, zijn stilistische wondertjes èn messcherp. Hun onvermogen om ook maar een stap dichter bij elkaar te komen legt ze genadeloos in staccato zinnetjes bloot. Over taal gesproken: Elisabeth spreekt de taal van de kapper, die ligt haar, Coco spreekt een totaal andere, voor de moeder niet te vatten. Het wordt ook om die reden nooit wat tussen hen. Elisabeth wil ondanks alles geen ‘zwaarte’, ze wil het ‘licht’ houden in haar laatste fase. Coco echter wil antwoorden op haar vragen: Waarom sloot Elisabeth haar op en wat gebeurde er precies toen ze door het serreraam viel? Ze krijgt er geen antwoord op. Hun stroeve en beklemmende relatie vindt haar hoogtepunt in een plot waarbij je haren ten berge rijzen. Dorst naar meer is voorlopig gestild.

Ellen de Jong 2013
ISBN 9 789044 525 182