De Rosnay, Tatiana 2014

‘Overspel’ van Tatiana de Rosnay: Een thriller die je doet huiveren

Slanke, goed verzorgde Hélène is een beheerste en gedisciplineerde vijftig jarige vrouw. Ze is getrouwd met Henri, een succesvol uitgever. Ze heeft twee prachtige kinderen en ze is een ‘onverstoorbare grootmoeder.’ Ze doet met plezier vrijwilligerswerk. In Parijs woont ze in een herenhuis op stand. Kortom, Hélène heeft niets te klagen want ze leidt een ongecompliceerd luxe leventje. Waar de klad inkomt. In ‘Overspel’ van Tatiana de Rosnay, vertaling Martine Woudt, uitgave Ambo/Anthos, beschrijft ze hoe dat leventje van de ene op de andere dag totaal op z’n kop wordt gezet. Als ze op een mooie zomerdag een vriendin gaat bezoeken komt ze een man tegen met opvallende groene ogen. Hij wil dat ze met hem meegaat naar zijn kamer. Hij blijkt in de Passage du Désir te wonen, toepasselijker kan het niet. Hélène bezwijkt voor zijn charmes en belandt met hem in bed. Ze laten er geen gras over groeien, er is geen sprake van voorspel, wel van overspel! De Rosnay beschrijft zonder een spoortje terughoudendheid: ‘Alles ging heel snel. Hij was in haar. Aanvankelijk onderging ze het, onthutst, verward. Maar beetje bij beetje leek haar orgasme van zojuist weer aan te trekken, te vertienvoudigen. Het was een heerlijk en tegelijkertijd onverdraagzaam gevoel. Het middelpunt van de wereld, deze kamer, gloeiend heet als een oven, deze onbekende die haar lichaam kneedde, het gegrom en de kreten waarvan ze de indruk had dat zij ze niet slaakte, maar die toch uit haar mond kwamen. Hun huid, glibberig geworden van het zweet, plakte tegen elkaar met een dof zuigend geluid.’ En: ‘De tijd was stil blijven staan. Voor Hélène bestond er niets anders meer dan deze woeste, zinnelijke paring, waaruit ze een hartstochtelijke wellust putte.’ De man, een Serviër, krijgt tijdens het onstuimige nummertje een hartaanval en sterft. De politie belt ze niet: ‘Ze zag zichzelf al voor een spotlustige inspecteur van politie staan: We waren de liefde aan het bedrijven, en hij is overleden op het moment dat hij klaarkwam.’ Ze gaat er als een haas vandoor maar vergeet haar tas. En die nalatigheid heeft vanzelfsprekend gevolgen. Als haar vragen gesteld worden, liegt ze er op los. Ze wil haar luxe, aangename leventje niet op het spel zetten, alleen omdat ze een keer toegaf aan een impuls om echt begeerd te worden.  Want met Henri stelde de seks weinig meer voor. Ze had zin in iets anders gehad dan zich maar voegen naar haar man, kinderen en kleinkinderen. Ze wilde onbezonnen en spontaan zijn. ‘Alles wat ze zo weinig had gekend.’ Bovendien: niemand had haar gezien. Waarom zou ze zich zorgen maken? Ze wil weer een normaal leven gaan leiden, maar ze krijgt nachtmerries die haar uitputten. Ze raakt op van de zenuwen, hoe ze zich zelf ook toespreekt. Als de dood is ze dat haar ‘faux pas’ ontdekt wordt. Het wordt nog erger als ze op een zeker ogenblik gechanteerd wordt door bekenden van de overleden Serviër. Hélène gaat er steeds slechter uitzien en blijft in bed liggen. Ze is permanent misselijk en heeft aanvallen van migraine. Maar niemand merkte iets aan haar. De Rosnay: ‘Het kon ze niets schelen. Ze hadden er maling aan. Per slot van rekening was zij altijd degene die zich om anderen bekommerde, die voor anderen zorgde. Er was niemand die zich zorgen maakte over haar.’ Zal Hélène ooit weer opkrabbelen uit het dal waarin ze verzeild is geraakt? De Rosnay bouwt de spanning vakkundig op en verslapt geen moment. Het is opnieuw, evenals ‘Het appartement’ een thriller die je doet huiveren. Geschreven door een vrouw die alles goed op een rij heeft en voor wie niets menselijks vreemd is.

Ellen de Jong  2014