De Rosnay, Tatiana

‘Het appartement’: ijzingwekkende roman van Tatiana de Rosnay

Tatiana de Rosnay heeft ‘Het appartement’ in de periode 1998 – 1999 geschreven. Een asociale buurman hield haar ’s nachts uit haar slaap. Wat ze ook probeerde niets hielp. Ze werd ‘horendol’ van die buurman. Ze besloot er een roman over te schrijven en dat werd ‘Het appartement’, uitgave Artemis & co, vertaling Noor Koch. ‘De hoofdpersonen zijn ontsproten aan mijn verbeelding, al is die verbeelding wel gevoed door mijn frustraties. Iedereen met luidruchtige buren zal de buurman herkennen’, aldus De Rosnay in een inleidende brief aan ‘Beste lezers’. En vervolgt ze: ‘Deze keer was het niet mijn bedoeling u te laten huilen, maar u te laten kermen. U zult zien dat het boek traag van start gaat, heel traag. Behoedzaam. En dan voer ik het tempo op. Mijn droom? U de hele nacht te laten lezen.’ Het verhaal komt, mijns inziens, totaal niet traag van start, gezien de aanhef: ‘Van haar kruin tot en met haar hielen wordt ze door de bedspiraal tegen de grond gedrukt. Ze kan zich nauwelijks verroeren. Liggend op haar buik, met haar kin op het parket en met open mond, hijgt ze als een hond.’ En dat is nog maar het begin van een ijzingwekkende geschiedenis die De Rosnay tot in de puntjes uitwerkt. Haar droom werd voor een deel waar, want ik las het overgrote deel in een paar avonden, alleen het slot in een nacht. Overdag vroeg ik me tussen de bedrijven door af hoe De Rosnay deze, volgens haar, ‘huiselijke thriller’, gestalte zou geven. Colombe Barou heeft ‘goudbruine ogen en fijne gelaatstrekken’, toch is ze een onopvallende vrouw van rond de dertig. Ze is getrouwd met Stéphane, een doorsnee man die van erotiek weinig kaas heeft gegeten. Ze hebben twee tienerjongens en wonen in een appartement in Parijs. Colombe heeft een baan als ghostwriter: ‘Al haar haren gaan overeind staan van dat woord, maar er is geen andere benadering voor haar beroep. Sinds vijf jaar schrijft ze boeken zonder dat haar naam ooit op de kaft verschijnt.’ Al is ze daar zeer gefrustreerd over, het ontbreekt haar aan lef om zelf een boek te gaan schrijven. Colombe is een angsthaas en ze heeft weinig durf, in tegenstelling tot haar zus Claire die daadkracht en lef heeft. Colombe legt zich erbij neer, ze is zoals ze is. Wèl zet ze zich in om een groter appartement te vinden en dat lukt haar wonder boven wonder want er waren veel gegadigden. Het appartement ligt aan de avenue de La Jostellelerie 27 – IV, een droomappartement. ‘Ze heeft een nieuw huis, ze krijgt een nieuw leven alleen weet ze nog niet dat haar nachtrust ernstig verstoord zal worden… Het duurt inderdaad niet lang of ze schrikt ’s nachts rond 3.00 uur met een schok wakker. Ze hoort keiharde rockmuziek meestal van de Rolling Stones, van haar, zoals later blijkt, bovenbuurman dokter Faucleroy. En telkens als haar man er niet is… Wat Colombe ook onderneemt als ze kans ziet zijn appartement in te komen, bijvoorbeeld het insmeren van zijn bad met zonnebrandolie zodat het glibberig wordt en hij een smak zal maken als hij er zijn voet inzet, ze krijgt geen vat op hem en wordt elke nacht opnieuw wakker van het lawaai dat hij maakt. Ze slaapt niet meer, haar huwelijk stelt niets meer voor en haar werk kan ze ook niet meer aan. Niemand gelooft haar, ze wordt voor gek verklaard, want de dokter staat bekend als een sympathieke en correcte man. Tot overmaat van ramp vraagt haar baas haar om een artikel te schrijven over een filmster met een heftig leven vol erotiek. Colombe gaat zich verdiepen in erotische literatuur en dat doet ze ’s nachts want dan kan ze toch niet slapen. Het windt haar op en doet haar beseffen dat haar liefdesleven is doodgebloed. Tot haar verbazing is het een nacht stil. Ze mist het kabaal, ze mist ‘de decibellen’. Gekker moet het toch niet worden. Het gaat steeds meer bergafwaarts met haar, tot ze niet meer is dan een wrak. En dan komt de dag dat ze dokter Faucleroy in levende lijve tegenkomt op een totaal onverwachte plaats en moment.  Vervolgens volgen de gebeurtenissein elkaar in een rap tempo op en val je van de ene verbazing in de andere. Ik kon het boek niet meer wegleggen en bereikte rond 3.00 uur ’s nachts de luisterrijke en vindingrijke climax. Het is De Rosnay toch gelukt haar droom waar te maken en me uit de slaap te houden!


Ellen de Jong