Kelder, Eva 2014

‘Het leek stiller dan het was’: Debuutroman van Eva Kelder ‘Een diep gravende, melancholische roman’

Het roodharige meisje Seije en haar alleenstaande moeder Fenna, wonen samen op Vlieland. Seije krijgt weinig aandacht van haar, de moeder weet niet wat er in haar dochter omgaat. Fenna werd ongewild zwanger en werd verlaten door haar man. Ze is een losbandige vrouw die vaak stoned is. Seije voelt zich op school buitengesloten, want haar klasgenoten laten duidelijk merken dat haar moeder niet deugt. Er is één vriend met wie ze alles deelt en dat is de homoseksuele Teun. Ze stoeien in de duinen, halen kattenkwaad uit, worden samen dronken en steken zich in allerlei nesten. Seije ondergaat zelfs een abortus waar alleen Teun weet van heeft. Ze besluiten als de grond te heet onder hun voeten wordt het eiland te verlaten. In de debuutroman van Eva Kelder: ‘Het leek stiller dan het was’, uitgave Meulenhoff, is Seijes levensgeschiedenis het hoofdthema. Teun en zij vertrekken naar Edinburgh om te gaan studeren. Seije kiest voor Engelse Letterkunde en ze blijkt al direct een briljante studente te zijn. Ze krijgt een kans om carrière te maken maar ze kan het leven maar moeilijk aan, omdat ze aan zichzelf twijfelt en denkt dat ze als persoon te min is. En dat heeft alles te maken met de onverschillige houding van haar moeder die haar veronachtzaamt, zelfs niet reageert op Seijes achttiende verjaardag, waardoor ze zich ongewenst en onbegrepen voelt. Seije spant zich tot het uiterste in om aan het beeld dat ze van zichzelf voor ogen heeft, te voldoen. Dat is een volmaakte persoonlijkheid die tot alles in staat is. Wat ze niet waar kan maken. Maar wat dan wel? Ze wordt benoemd tot hoofdredacteur van het faculteitsblad en krijgt de kans om te promoveren. Maar dan ontmoet ze Daniel waar ze verliefd op wordt en ook hij staat in vuur en vlam voor haar. Ze vertrekt met hem naar New York en besluit zich aan hem te wijden: ‘omdat ik dacht alleen dan zijn liefde waardig te zijn, maar ook uit vertrouwen dat hij mijn toewijding begreep, dat het ons één maakte, geklonken in één lot.’ Maar die opoffering leidt tot niets. Ze gaat een leven vol leugens leiden om haar ware ‘ik’ te verbergen (het openingsgedicht van de Schotse dichter Robert Burns voorin het boek zou Seije ter harte moeten nemen : ‘To be able to see ourselves as others see us /It would save us from many mistakes/ and foolish thoughts […].’ Maar die raad slaat ze in de wind. Daniel komt achter haar onwaarheden en gaat weg, met achterlating van een briefje: ‘Kom maar bij me terug wanneer je niet meer hoeft te liegen.’ Seije stort in: ‘Naast Daniel was ik geworden wie ik was. Pas naast hem had ik mijn eigen verdorvenheid in volle glorie kunnen zien. Naast zijn goedheid, zijn onmetelijke goedheid stond mijn slechtheid.’ En schrijft Kelder: ‘Ik had geen idee wie ik zonder hem was. Ik wist niet tot wie ik kon uitgroeien, wie ik kon worden, wie ik was geweest.’ Seije gaat terug naar Vlieland en als ze van een afstand naar haar leven keek, ‘niets zag dan een aaneenschakeling van momenten en belevenissen die als los zand het verhaal van een leven vertelden. Gebleekt zand, heet zand, vuur aan mijn voeten. Een strand, een zandvlakte, de leegte van een eiland.’ Met ‘het gekrijs van de meeuwen, overal en altijd, waardoor alles stiller leek dan het was.’ Kelder schreef een melancholische roman die diep graaft in de menselijke ziel. Gegoten in een lyrische taal, met beeldende zinnen, geeft ze tevens blijk van een fijnzinnig gevoel voor stijl.

Ellen de Jong     2014