Lindhout, Amanda & Corbett, S.

‘Een huis in de hemel’: Een indrukwekkend verhaal van een oorlogscorrespondente over haar gijzeling in Somalië

Amanda Lindhout woont in het stadje Sylvan Lake (Canada), samen met haar moeder en twee broers. Haar vader ontpopte zich als homo en woonde samen met een partner. Haar moeder heeft een veel jongere vriend die teveel drinkt met als gevolg vaak slaande ruzie: ‘Een bijzonder verkloot gezin’, volgens Amanda’s broer. Om aan de ellende te ontkomen koopt Amanda tweedehands National Geographics. Ze vergaapt zich aan de plaatjes van verre landen en droomt ervan die te gaan zien: ‘Mijn wereld, daar was ik zeker van, was ergens anders.’ In ‘Een huis in de hemel’ ‘Een memoir’, beschrijven Amanda Lindhout & coauteur Sara Corbett (schrijfster voor The New York Times), hoe die wereld eruit zag. Uitgave Artemis & co, vertaling Karin Pijl en Lidy Pol. Amanda gaat als serveerster in een cocktailbar werken om te kunnen gaan reizen. Ze boekt als eerste een reis naar Caracas (Venezuela). Daarna volgen landen als Latijns-Amerika, Zuidoost-Azië, Bangladesh en Afghanistan. Reizen zit in haar bloed, ze kan niet meer zonder. Haar droomreis voert haar naar Afrika, maar als ze in Addis Abeba arriveert voelt ze zich plotseling eenzaam. Op het juiste moment ontmoet ze dan de Australiër Nigel die fotojournalist is. Ze krijgen een affaire, later biecht hij op dat al getrouwd is. Hoewel dat voor een verwijdering zorgt, blijven ze contact houden. Amanda besluit haar horizon opnieuw te verruimen en gaat naar Irak, waar ze in Bagdad een baan als televisieverslaggever krijgt. Maar:  ‘Na bijna zeven maanden in Bagdad richtte ik mijn blik op Somalië.’ Het gevaarlijkste land ter wereld, dat realiseert ze zich, maar: ‘Ik was zevenentwintig en mijn grootste successen tot dusver - hoe bescheiden ook - had ik beleefd in oorlogsgebieden.’ Nigel gaat met haar mee. Vanuit het vliegtuig vangt Amanda ‘een eerste glimp op van de Somalische kustlijn- diepgroene vegetatie omzoomd met een witte zandstrook naast een schuimende, blauwgroene zee. Dit moest wel een van de meest betoverende plekken op aarde zijn.’ Nigel en zij verblijven in Mogadishu, in het SHAMO hotel. Amanda schrijft er op een van de eerste dagen een column voor een krant. Met als opschrift: ‘In Somalië  ben je nergens veilig.’ Het verhaal zou op maandag gepubliceerd worden: ‘Op die dag zou ik daar zelf het levende bewijs van zijn. Vanaf maandag zou niemand weten waar ik was.’ Op de vierde dag van hun verblijf worden ze beiden ontvoerd door een groepje moslimfundamentalisten. Ze worden vastgehouden in verschillende onderkomens zoals in Het Elektrische Huis, Het Duistere Huis en Het Boshuis. Onder de meest verschrikkelijke omstandigheden, totaal afgesloten van de wereld, trachtten ze in leven te blijven. Amanda wordt verkracht en geslagen en ook Nigel krijgt het zwaar te verduren. Ze besluiten zich tot de islam te bekeren, voor een deel om beter behandeld te worden, maar ook om de verveling te verdrijven, want ze moeten nu de koran bestuderen en leren bidden op gezette tijden. Om fit te blijven loopt Amanda rondjes in haar kamertje en geeft zichzelf  ‘een toekomst als beloning. Hou vol, zei ik. Hou vol, hou vol.’ Ondertussen wordt er onderhandeld over het losgeld (tweeënhalf miljoen dollar), want daar is het om te doen. De familie van Nigel en Amanda proberen het geld bij elkaar te krijgen maar dat kost tijd. Op een dag ontsnappen ze en vluchten naar een moskee. Amanda valt in de armen van een vrouw die haar, met gevaar voor eigen leven, tot het laatst toe probeert te redden als zij en Nigel opnieuw gepakt worden door de ontvoerders. Ze zal die vrouw nooit vergeten. Nigel zegt tegen hen dat het Amanda’s schuld is, dat zij op het idee kwam om te ontsnappen (terwijl hij zelf op de gedachte kwam). Ze voelde ‘haat, liefde, verwarring, afhankelijkheid, alles door elkaar heen […].’ Vanaf dat moment wordt Amanda als een slavin behandeld en wordt ze geketend, gemarteld en stelselmatig verkracht. Vreselijke scènes, te erg voor woorden. Om niet ten onder te gaan fantaseert ze een huis in de hemel: ‘In het huis in de hemel gingen alle mensen van wie ik hield aan tafel voor een groot feestmaal. Ik voelde me veilig en beschermd.’ En dan ineens worden Nigel en zij vrijgelaten. Ze vertokken daarna uit Somalië, ‘463 dagen nadat we er aangekomen waren; we stegen op en zagen onder ons de glinsterende kustlijn die er op het eerste gezicht zo prachtig uit had gezien, en de stad die ooit zo rustig had geleken.’ In de epiloog lezen we hoe Amanda de draad van haar leven weer probeert op te pakken. Ze richtte de Global Enrichment Foundation op, een non-profitorganisatie die zich inzet voor de ontwikkeling van Somalië en Kenia.  ‘Eigenlijk voor haar, zes maanden na mijn terugkeer naar Canada […]. Als ik aan Somalië denk, denk ik aan haar. Ik zie haar gezicht voor me, haar gescheurde hoofddoek, haar ogen, nat van de tranen. Haar naam ben ik nooit te weten gekomen. Ik weet niet of ze nog leeft.’ Amanda koos ervoor ‘de mensen te vergeven […].’ Elisabeth Gilbert, schrijfster van ‘Eten, bidden, beminnen’, vindt het, aldus de tekst op de cover: ‘Een van de indrukwekkendste verhalen die ik ooit gelezen heb. Aangrijpend, rauw, hoopvol, subtiel en echt. Een verhaal over menselijkheid en onmenselijkheid. Prachtig, afschuwelijk en heldhaftig tegelijk.’ Treffender kan het niet gezegd worden. Al zijn er eigenlijk geen woorden voor.

Ellen de Jong       2014