Siebelink, Jan

In zijn roman ‘De herfst zal schitterend zijn’ maakte Jan Siebelink de ontreddering in een huwelijk knap waar

Dertiger Michiel Wijlhuyzen is werkeloos. Hij is mislukt als leraar en ook de wil om te promoveren ontbreekt hem. Als hij gevraagd wordt voorzitter te worden van een commissie lijkt hem dat een goed idee. Het gaat om een sporthal, gebouwd achter zijn huis, die problemen veroorzaakt en waarover bij omwonenden geklaagd wordt. Michiel merkt al snel dat het geen eenvoudige zaak is als hij buiten zijn wil om, betrokken raakt bij een aantal hachelijke procedures die niet goed aflopen. Dat is een belangrijk onderwerp in ‘De herfst zal schitterend zijn van Jan Siebelink. Uitgave De Bezige Bij. Een ander item is Michiels huwelijk met Hella. Nadat Michiels pogingen om een proefschrift te schrijven mislukten, viel hij in het bekende zwarte gat: ‘Hij sloot zich op in zijn kamer, werd cynisch als hij dronk en weigerde elk bezoek. In die tijd was Hella verliefd geworden op Id, de broer van Michiel. ‘Zijn manier van leven trok haar aan, ook de manier waarop hij haar aankeek en met de rug van zijn hand haar kin aanraakte.’ Maar in een gesprek met Hella’s zus, Claire, constateert ze: ‘Ik zal Michiel nooit kunnen verlaten. Zelfs toen ik op Id verliefd was, kon daar geen sprake van zijn. Al zou er een tijd komen dat ik niets meer om hem geef, dan zou ik toch bij hem blijven.’ ‘En Id?’ ‘Dat was de onderbreking van een monotonie. Ik had het toen nodig om op iemand verliefd te worden. Ik heb er nooit spijt van gehad.’ Michiel begon namelijk te veel te drinken en Hella, zijn mooie vrouw die overigens ook geen werk kon vinden, reageerde daarop met een diepgaande flirtation met Id. In Martins bar danste ze tot in de late uurtjes met hem. Ze werden betrapt door Michiel. Hij neemt revanche en begint een verhouding met Emmy, die een slecht huwelijk heeft. Michiel voelt echter niets voor haar en zet haar aan de dijk. Hella en Michiel vormen een wonderlijk paar. Ze hebben elkaar lief en stoten elkaar af, het is een wankel evenwicht. Dochter Yvonne is de enige stabiele factor in hun leven. Siebelink laat nog wat personages toe in zijn roman: Hella’s zusje Claire die ook haar eigen geschiedenis heeft en haar vader en overleden moeder. Hella heeft met Claire en haar vader een moeizame relatie die ook weer gekenmerkt wordt door ambivalentie: dan weer innig, dan weer afstandelijk. En dat gold ook voor Hella’s band met haar moeder. Op bladzijde 267 overpeinst ze: ‘Waarom dat moeizame in mij, waarom ken ik zoveel momenten dat alle gevoel dood is […]?’ Al hebben Michiel en Hella elkaar en Yvonne en kunnen ze doen wat ze willen, toch concludeert Hella: ‘maar de samenhang ontbreekt. Iets ontglipt ons.’ Zowel Michiel als Hella hebben voornamelijk problemen met zichzelf, ze dromen en verlangen teveel en verliezen om die reden de realiteit uit het oog, met als gevolg dat ze zich ontredderd voelen. Die ontreddering heeft Siebelink knap waargemaakt, in beeldende zinnen laat hij zien dat er geen greep te krijgen is op het ingewikkelde patroon van  verlangens, ambities en sentimenten in hun huwelijk. Michiel roept op een gegeven moment in een romantische bui uit dat ‘de herfst schitterend zal zijn.’ In de hoop op een betere toekomst voor beiden. Is die voor hen weggelegd? Siebelink zal het weten.

Ellen de Jong  2014