Carleton, Jetta 2014

Jetta Carleton geeft een bijzondere kijk op een familie in ‘Het bloeien van de avondwinde’

Een herontdekking van uitgeverij Van Gennep, ‘Het bloeien van de avondwinde’, is een aanrader. Deze tijdloze Amerikaanse klassieker van Jetta Carleton, werd uit het Engels vertaald door André Fransse en volledig herzien door Rebecca Wilson. ‘Mijn vader had een boerderij in het westen van Missouri, beneden de rivier, waar het Ozarkplateau geleidelijk overgaat in de vlakte. Het is een streek die wordt doorsneden door beken en waar hooggelegen velden oprijzen uit beboste dalen, om het zonlicht op te vangen en dan achter kalkstenen rotsen te verdwijnen. Het is een lieflijk landschap.’ Zo begint Mary Jo haar verhaal. Toen haar ouders Matthew en Callie Soames voor het eerst op die boerderij aankwamen, was de negentiende eeuw nog niet ten einde. Het gezin telt nog drie dochters, Jessica, Leonie en Mathy. Ze zijn inmiddels volwassen en hebben ieder hun eigen leven. Maar in de zomer keren ze allemaal terug naar hun ouders op de boerderij. Er is altijd veel te doen, er wordt uitgebreid gekookt, jam gemaakt, reparaties verricht, gepoetst en de dieren worden verzorgd.  Een dagelijks ritueel is het samen kijken naar het opengaan van de knoppen van de avondwinde: ‘Het bloeien van de avondwinde was een soort wonder en bezat, zoals alle werkelijke wonderen, en helend vermogen.’ Ze vormen een hecht, diepgelovig  gezin. Vader Matthew zwaait er de scepter en voedt zijn dochters streng in de leer op. Al zijn Mary Jo’s zusters inmiddels rond de vijftig, haar ouders in de zeventig en is ze zelf ook al in de dertig, als ze allemaal bij elkaar zijn is het alsof ze nooit weggeweest zijn en vallen ze terug in hun eigen rol: ‘Ik keek naar ze - mijn moeder, nog altijd een tiran, met haar bezem en haar weckpotten; mijn vader, met de jaren milder geworden, maar slechts zoals een steen zachter wordt door het mos wat erop groeit; Leonie, die altijd tegendraads de wereld tegemoet trad; Jessica met ma’s hoed achterstevoren op. Ik wist dat ik meer van hen hield dan van enig ander levend wezen.’ Het boek bestaat uit zes delen. Na het verhaal van Mary Jo, ‘De familie’, komt dat van Jessica, Matthew, Mathy, Leonie en Callie aan de orde. Deze laatste vijf verhalen worden in de derde persoon verteld. Jessica is een onzeker meisje dat naar aandacht snakt. Ze krijgt die van Tom, een eenvoudige jongen die op de boerderij komt helpen. Ze worden verliefd en zeer tegen de zin van haar ouders gaat Jessica weg om met hem te trouwen. Een fikse dreun voor Matthew en Callie die een ander leven voor hun dochter voor ogen hadden. Matthew is schoolhoofd en werkt hard om zijn gezin te kunnen onderhouden. Callie doet als een bezetene het huishouden en voedt haar dochters vaak alleen op daar Matthew nogal eens afwezig is. ‘Voor zijn opgroeiende dochters was Matthew Soames zoiets als God of het weer. Hij was almachtig en alomtegenwoordig - thuis, op school en in de kerk. Er was geen plaats waar hun vader niet de dienst uitmaakte. En net als de regen of de zonneschijn hadden zijn stemmingen invloed op alles wat ze deden.’ Toch is hun vader niet zonder zonde: hij wordt regelmatig verliefd op schoolmeisjes: ‘het was een chronische aandoening, iets als epilepsie; lange tijd liet het zich niet gelden, dan stak het weer de kop op en kreeg hij een aanval. Wilde hartkloppingen, vochtige handpalmen, onweerstaanbare lichtzinnigheid, en de waan dat hij briljant, aantrekkelijk en onoverwinnelijk was, kortom, grootheidswaan.’ Al wordt hij overmand door zonde en schuld, ‘de meisjes bleven komen, jaar na jaar; elke herfst een nieuwe oogst, rijen rijpende meisjes als om in te bijten. En vol droefheid zou hij, dacht hij, al zijn levensdagen van de appel eten.’ Mathy is de dochter die eruit springt, ze verzet zich van jongs af aan tegen het gezag van haar ouders en gaat er vandoor met een jongen waar vooral haar vader een gruwelijke hekel aan heeft. Later verongelukt ze dodelijk. Leonie draagt ook zo haar steentje bij in de roman. Ze is plichtsgetrouw maar vaak niet van harte, en trouwt uiteindelijk met weduwnaar Ed, de man van Mathy, die overleden is. Callie is de laatste in de rij waarover, met een meeslepend einde, verteld wordt. Zij, nu een vrouw van zeventig is dol op de zomer: ‘waarin de nachten snel voorbijgingen en de ochtenden lang waren - de zomer waarin de kinderen naar huis kwamen. Eindelijk stond ze zichzelf toe daaraan te denken. Vandaag zouden ze komen!’ Ze kijkt terug op haar leven met Matthew, waarvan ze vermoedde dat hij wel eens een ander had, omdat hij haar vaak niet zag staan, maar die ze toch altijd bleef steunen. Ook zij is niet zonder zonde, de laatste bladzijden van haar levensverhaal tonen dat. Maar Callie zet haar schuldgevoelens opzij en gaat op in de natuur. Carleton eindigt met: ‘O, zelfs al kwam ze nooit in de hemel, dit was genoeg, deze schitterende aarde met haar zonlicht, haar ochtenden en altijd iets om naar uit te kijken. (Want dat had de aarde op de hemel voor!). Ze keek omhoog naar het heldere blauw. Dank u,’ zei ze en ging naar huis om te ontbijten.’ Carletons kijk op een familie met al haar wel en wee is bijzonder: niet alleen omdat we de karakters van heel dichtbij leren kennen, maar ook vanwege haar openhartige stijl van schrijven. Die zowel het prachtige landschap van haar jeugd (Carleton zelf groeide ook op een boerderij in het westen van Missouri op, wat een nostalgisch verlangen oproept, en haar vader was ook schoolhoofd), als wel de ingewikkeldheid van de menselijke ziel in beeld brengt.

Ellen de Jong  2014