Timm, Uwe 2014

‘De macht van begeerte’ van Uwe Timm: ‘hulpeloze pogingen om het mechanisme van ons verlangen te begrijpen’

Christian Eschenbach heeft zich teruggetrokken op een Duits eiland in de Oostzee. Als vogelwachter. In ’De macht van begeerte’, uitgave Podium, vertaling Gerrit Bussink, beschrijft de bekende Duitse schrijver Uwe Timm, hoe Eschenbach, nadat zijn software bedrijf failliet ging, hij zijn huis en geliefde Saab moest verkopen en zijn hartstochtelijke verhouding met Anna stuk liep, de draad van zijn leven weer oppakt. ‘Het was zes jaar geleden dat hij haar stem voor het laatst had gehoord: Alsjeblieft, bel me niet meer. Ik wil en ik kan niet meer. Begrijp je. Voorgoed. Dat was haar boodschap op zijn voicemail geweest.’ Als vogelwachter houdt hij zich dagelijks bezig met het observeren en tellen van de vogeltrek en het verzamelen van aangespoeld afval. Tussendoor redigeert hij voor een uitgeverij van reisboeken en werkt hij voor een enquête bureau aan een onderzoek dat tot doel heeft het begeren te kunnen berekenen. Zo probeert hij zijn verleden te verwerken en te relativeren. Een verleden waarin ex vrouw Bea, dochter Sabrina, en een overleden Engelse vriend, die hem tijdens het observeren van vogels vergezelt, aan bod komen. Het eiland is de ideale plek (‘Zo moet de wereld er vlak na de scheiding van land en water, van hemel en aarde hebben uitgezien. Leegte zonder bewustzijn’), om alle verdriet en pijn te laten weg ebben. Eschenbach die in het boek alleen met zijn achternaam een stem krijgt, blikt ook terug op zijn verhouding met sieradenmaakster, Selma. Met deze Poolse vriendin heeft hij het goed, maar als hij Anna, lerares kunst, ontmoet wordt Selma naar de achtergrond verdrongen. Timm beschrijft hoe hij op slag verliefd werd op Anna tijdens een lezing over stadsplanning. Later komen ze elkaar weer tegen bij een opening van een tentoonstelling die hij samen met Selma bijwoont. Anna is daar ook met haar man Ewald die architect is. Het viertal raakt bevriend en komen bij elkaar thuis. Eschenbach is volkomen in de ban van Anna, niet alleen is hij gebiologeerd door haar lange haar, bijeengehouden door een elastiekje, maar ook zou zij hem kunnen behoeden. ‘Waarvoor? Voor alles. Voor onverschilligheid. Voor onbeduidendheid. Willekeurigheid.’ Op een zeker moment spreken ze met elkaar af in een café en later gaan ze samen naar Eschenbachs huis: ‘Een tastend, verbazend samenzijn, vervuld van twijfels.’ Het loopt uit op een heftige, hartstochtelijke affaire van ‘drie krankzinnige maanden zonder dat er vragen werden gesteld. Ze waren buiten zinnen.’ Daarna moest het afgelopen zijn meldde Anna, ze vertelde wat het huwelijk voor haar en Ewald betekende, dat ze koos voor ‘stabiliteit en duurzaamheid van gevoelens. Dat pas door het huwelijk de willekeur van het begeren werd doorbroken.’ Eschenbach geeft als antwoord dat verlangens ‘indruisen tegen alle goede bedoelingen en morele denkbeelden.’ En: ‘alle aangevoerde argumenten zijn volstrekt hulpeloze pogingen om het mechanisme van ons verlangen te begrijpen. Het is de honger en de dorst van een lichaam naar een lichaam. Niet naar een willekeurig lichaam, maar naar het enige, het unieke, het lichaam waarvan we hopen dat het onszelf verrijkt, als een mooie aanvulling op onszelf.’ Maar ‘elke poging om uit elkaar te gaan was weer een nieuw begin.’ Tot haar telefoontje kwam: ‘Ik wil en ik kan het niet meer.’ Terwijl het boek afstevent op het bericht van Anna zes jaar later, dat ze hem op het eiland wil komen opzoeken, zijn er heel wat momenten van eenzaamheid, herinnering, reflectie, die Timm aan bod laat komen. Zo concludeert hij in een gesprek met zijn Engelse vriend die dan nog leeft: ‘Een van de voorbeelden hoe je liefde en begeren van elkaar kunt onderscheiden: liefde houdt ook in dat je afstand doet van dingen – begeerte niet. Dat is de macht van begeerte, het kan geen afstand doen. Het is een amorele macht.’ En dan komen we uiteindelijk aan bij het ingenieuze einde: Als Anna aankomt op het eiland: ‘Ze lachte en omhelsde hem, maar iets langer dan bij alleen maar spontaan gebaar, zodat hij heel even, maar toch lang genoeg, haar warmte en zachtheid kon voelen.’ Is het verlangen gedoofd? Als Anna stelt dat ‘Begeren, dat is toch alles en niets tegelijk. Een grijze kat in de nacht.’ Timm schreef een subtiele roman die nergens plat wordt en waar je vanaf de eerste bladzijde al wordt ingezogen. Ook qua opbouw, als Eschenbach op het eiland bivakkeert en een telefoontje van Anna krijgt, ‘of hij zin en tijd had’, tot hun laatste samenzijn. En zijn schitterende beschrijvingen van het eiland met zijn zee en zandduinen, helmgras en krijsende meeuwen getuigen tevens van een talentvol schrijver wiens werk vaak werd bekroond.


Ellen de Jong 2014