Koch, Herman 2014

Zomerhuis met zwembad: opnieuw knap opgebouwde en spannende roman van Herman Koch

 Na ‘Het diner’ van Herman Koch, dat de NS-publieksprijs 2009 won verscheen ‘Zomerhuis met zwembad’. Evenals ‘Het diner’ een bestseller. Uitgegeven als dwarsligger in samenwerking met Ambo/Anthos uitgevers. De ik-figuur, huisarts Marc Schlosser, heeft een ‘medische fout’ gemaakt waarvan een bekend acteur Ralph Meier de dupe werd. Marc moet voor het Medisch Tuchtcollege verschijnen. Hij maakt zich er geen zorgen over, het zal volgens hem wel niet veel voorstellen. ‘Het enige waar ik mijn best voor moet blijven doen, is dat de leden van het College het straks ook inderdaad als een medische fout blijven zien. Ik moet mijn kop erbij houden. Ik moet er zelf voor de volle honderd procent in blijven geloven - in de medische fout.’ Zou het terecht zijn wat Marc verweten wordt? En waarom kan hij er niet tegen dat Ralph met een roofdierenblik naar Marcs vrouw Caroline kijkt’?  ‘Je ziet het wel eens bij roofvogels in natuurfilms. Roofvogels die ergens in de diepte, van hoog uit de lucht, of vanaf een boomtak, een muis of een ander smakelijk hapje hebben ontdekt. Zo bekeek Ralph Meier het lichaam van mijn vrouw: als iets eetbaars waar het water hem bij in de mond liep.’ Terwijl Marc zelf Judith, de vrouw van Ralph probeert te versieren: ‘Zou je het ermee kunnen? dacht ik terwijl ik haar in haar ogen keek. Ja, luidde het antwoord.’ Hij begint er zelfs een soort van affaire mee. Koch werpt net als in ‘Het diner’, ook hier heel wat vragen op. Marc reserveert twintig minuten voor elke patiënt om die maximaal aandacht te kunnen geven. Maar die is geveinsd: het is ‘de illusie van aandacht’. Als hij een patiënt onderzoekt trekt hij zijn ‘belangstellendste gezicht’. ‘Heeft u die pijn ook als u op uw zij ligt? vraag ik, terwijl ik aan de echtparen denk die met het licht aan of het licht uit elkaars achterzijdes betasten. Ik wil eigenlijk dat het nu snel voorbij is. Dat ze zich weer aankleden. Dat ik weer alleen naar hun pratende hoofd hoef te kijken.’ Koch weet als geen ander met cynische humor over Marcs vak en alles wat dat met zich meebrengt, te schrijven. Die humor doorspekt trouwens de hele roman die als volgt verloopt: Ralph nodigt Marc met Caroline en hun twee dochters, Julia en Lisa, uit in hun zomerhuis met zwembad in Zuid-Frankrijk. Met nog twee gasten. Ze besluiten te gaan maar willen kamperen op een camping in de buurt. Hoewel Marc kamperen haat gaat hij overstag omdat Caroline er zo van houdt. Schitterend verwoordt Koch Marcs ongenoegen: ‘Ik wist natuurlijk dat deze camping het gunstigste lag ten opzichte van het zomerhuis, maar er zijn grenzen aan wat een mens verdragen kan. De zieke-dierenlucht wekte nu al een doffe woede bij me op. Het was een lucht die ik soms ook in mijn spreekkamer rook. Bij patiënten die de natuur haar gang lieten gaan, zoals ze het zelf noemden. Patiënten die weigerden hun lichaamsbeharing te verwijderen van plekken waar geen lichaamsbeharing hoorde; die zich bij voorkeur wasten met water uit een put of uit een sloot, en die ‘uit principe’ geen chemische of cosmetische producten gebruikten voor hun persoonlijke lichaamshygiëne. Als er van hygiëne al sprake was. Ze roken vanuit al hun openingen en poriën naar stilstaand water. Water met aarde en dode bladeren in een verstopte dakgoot. De lucht werd erger wanneer ze zich uitkleedden. Alsof je het deksel van een pan haalde. Een vergeten pan achter in de ijskast. Ik ben arts. Ik heb de eed afgelegd. Ik behandel iedereen zonder onderscheid des persoons. Maar niets of niemand wekte zozeer mijn woede en afkeer op als de milieusparende stank van de zogenaamde natuurmensen.’ Wat volgt zijn de vele barbecues met grote stukken vis als hoofdmoot , de drinkgelagen en de onderlinge discussies. Een lust om te lezen! Vooral vanwege Kochs onbegrensde, lijkt het wel, bijtende gevatheid. De voor niets en niemand terugdeinzende Ralph heeft het heft in handen. Hij, ruim aan overwicht lijdende macho van het eerste uur meet alles breed uit. Hij maakt er onder meer geen geheim van dat hij van vrouwen èn jonge meisjes houdt. Hij kijkt, kijkt hij alleen maar? dan ook vaak verlekkerd naar de beeldschone Julia, Marcs oudste dochter. Marc zelf is ook geen heilig boontje, hij begint iets met Judith maar behandelt haar bruut als hij in het nauw gedreven wordt… Het verhaal komt in een stroomversnelling als de dertienjarige Julia op een zwoele zomeravond verdwijnt. Alex, de zoon van Ralph en Judith, was in de buurt. ‘Waar is Julia?’  Ze blijkt na een lange uitputtende zoektocht verkracht te zijn. En dan ontpopt Marc zich als een vader van kaliber. Julia moet genezen van die vooral psychische dreun en hij doet er samen met Caroline alles aan om haar weer op het spoor te krijgen. Koch schrijft: ‘Waar is Julia? Wanneer ik mijn leven terugspoel, begint het meestal met deze woorden. Verder terugspoelen heeft geen zin. Je ziet een strand en een zomerhuis, een zwembad en vuurpijlen, stukken zwaardvis die liggen te sissen op het rooster van een barbecue. Gewone vakantieplaatjes. Plaatjes zonder dubbele betekenis. Zonder lading. Vanaf Waar is Julia? Spoelde mijn leven alleen nog maar vooruit. Het was niet eens zo dat de vakantieplaatjes met terugwerkende kracht opeens wel een betekenis of lading kregen. Nee, het was iets anders: je wilde ze gewoon nooit meer zien.’ Wie de dader is blijft tot het einde toe een groot raadsel in deze uiterst spannende en knap opgebouwde roman die qua inhoud en schrijfstijl uitzonderlijk genoemd mag worden. Geen wonder dat Koch hoge ogen gooit in het literaire wereldje waar hij overigens vaak de spot mee drijft.

Ellen de Jong 2014