Hermsen, Joke J. 2014

‘Kairos’, Een nieuwe bevlogenheid van Joke J. Hermsen: ‘Waar het om gaat is om met een vergrootglas naar het heden te kijken, en daar de nog nie


‘Dit boek wil ik opdragen aan mijn beide kinderen, Rodante en Sebald, die mij de thematiek van deze essays geschonken hebben, omdat zij de generatie zijn waarop wij onze hoop gevestigd hebben om het nieuwe begin mogelijk te maken’, aldus Joke J. Hermsen in het nawoord van haar recent verschenen essaybundel ‘Kairos, Een nieuwe bevlogenheid’, uitgave De Arbeiderspers. Om mee te beginnen koos ze uitspraken van filosofen Ernst Bloch: ‘Wees realistisch. Denk het onmogelijke’, van Hannah Arendt: ‘Onze hoop blijft altijd gevestigd op het nieuwe dat elke generatie voortbrengt’ en van Aristoteles: ‘De hoop is de droom van de wakkere mens.’ De tijd staat centraal in Hermsens boek evenals in ‘Stil de tijd’. De jongste zoon van Zeus is Kairos ‘ook wel de god van het geschikte moment’ genoemd. ‘Aandacht, rust en het zorgvuldig wikken en wegen van argumenten en omstandigheden waren de belangrijkste voorwaarden om het kairotische ogenblik te creëren. Waar Chronos staat voor de universele, statische en kwantitatieve tijd, die noodzakelijke is om tijd in een lineair verband te plaatsen, betekent Kairos het subjectieve, dynamische en kwalitatieve moment, dat juist rekenschap geeft van de specifieke en immer veranderende omstandigheden en daarom ook tot verandering van inzicht kan leiden. Het gaat hier dus niet om een keuze, maar om het bewaken van een evenwicht tussen beide tijden, vandaar ook dat Kairos altijd een weegschaal in zijn hand houdt.’ Hermsen stelt dat Kairos ook verwantschap met ‘de ziel’ vertoont’ en dat ‘het kairotische ogenblik in die zin als een bezield of bevlogen moment beschouwd kan worden.’ De afgelopen jaren waarin wij op zoek zijn ‘naar nieuwe vormen van samenleven en naar nieuwe, harmoniserende verhoudingen teneinde de wereld bewoonbaar en de aarde leefbaar te houden, zien we een sterke opleving van Kairos. We leven in tijden van individualisering en van technologische en digitale transformatie, wat om nieuwe interventies en overdenkingen vraagt.’ Hermsen ‘zal in haar boek’, schrijft ze, ‘het Kairos-moment verbinden aan vele verschillende aspecten van reflectie en creativiteit, zoals inspiratie, bevlogenheid en enthousiasme, maar ook aan de rol die hij binnen de kunst, politiek en het onderwijs kan spelen. Een nieuwe interpretatie van Kairos kan hopelijk tegenwicht bieden aan de mechanisering en technologisering van ons mens - en wereldbeeld […].’ Waarbij ze vragen stelt als: ‘Wat is de invloed van de moderne technologie op onze ervaring van tijd en hoe kunnen we ‘een juiste menselijke maat’ binnen de zich razendsnel ontwikkelende digitale wereld vinden? De juiste maat zal van persoon tot persoon verschillen’, licht Hermsen toe, ‘maar dat het verstandig is om de beeldschermen minstens een paar uur per dag uit te zetten om tot rust te komen en onze hersens de kans te geven alle informatie te verwerken, zullen slechts weinig technofielen willen ontkennen.’ Behalve de filosofie voert Hermsen ook de literatuur en de kunst op bij haar ‘zoektocht naar een eigentijdse interpretatie van het Kairos-ogenblik.’ Ze brengt onder meer het werk van filosofe Hannah Arendt, dat haar zeer inspireerde, onder de aandacht en zet haar denkbeelden uiteen. Arendt acht ‘het begin en het nieuwe, de belangrijkste kenmerken van de menselijke conditie.’ En: ‘de mens wordt niet een, maar twee keer geboren. De eerste fysieke geboorte van de mens vindt plaats binnen het privédomein van de familie, en deze wordt later hernomen in een tweede, metaforische of symbolische geboorte, als de mens tot het openbare domein van de politiek-culturele wereld toetreedt om daar iets nieuws aan te vangen of te verkondigen.’ In het hoofdstuk ‘Sta me toe een verhaal te vertellen’ beschrijft Hermsen de levensloop van Arendt die voor de nazi’s moest vluchten, twee keer ontsnapte, en uiteindelijk in Amerika terecht kwam. Haar onverschrokken karakter komt duidelijk tot uiting. Arendt botste dan ook met heel wat liefdes waaronder Günther Anders, met wie ze nog geen jaar getrouwd is. ‘Günther’, stelt Arendt ‘wil van hen net zo’n bedaard, intellectueel koppel smeden als zijn eigen ouders, die al hun psychologische onderzoeken samen verrichten. Een soort werk-en-denkeenheid, maar zij moet af en toe alleen zijn om te kunnen denken. Voor het denken moet ze zich dus terugtrekken uit de wereld, ja zelfs uit haar huwelijk […].’
Literatuur
De literatuur, die een belangrijke bron van inspiratie voor Hermsen is, ‘zorgt voor de broodnodige intermezzo’s in ons bestaan […]’maar spoort ons ook aan de gebaande paden te verlaten en vrijmoedig tot een nieuwe interpretatie van onszelf en de wereld te komen. Er zijn nog voldoende boekhandels en bibliotheken in de stad. Laten we er zuinig op zijn.’ De Engelse onderzoekers Ella Berthoud en Susan Elderkin schrijven in The Novel Cure (2013), in Nederland als De boekenapotheek verschenen, dat het inmiddels wel gebleken is dat ‘het lezen van literatuur een bewezen remedie is voor onder meer geheugenverlies, stress, depressiviteit en slapeloosheid. Zij noemen hun studie naar de genezende werking van literatuur zelfs ‘een medisch handboek’ en geven maar liefst 365 voorbeelden van ‘helende romans’. Voor Pieter Steinz in de NRC kan hun studie daarom als een mooie illustratie van de onderliggende stelling: ‘A novel a day keeps the doctor away’ beschouwd worden.’ In het essay ‘Over bevlogen docenten, iPadscholen en narratief onderwijs’ is Hermsen van mening dat bij de oprichting van ‘zogenaamde iPadscholen waar het om het digitale leren gaat en de docent slechts coach is,’ over het hoofd wordt gezien ‘dat objectieve feiten op zich niet bestaan. Ze ontstaan pas als ze opgenomen worden binnen de context van een bepaald verhaal of wetenschappelijk paradigma, dat zelf ook altijd een interpretatie van de werkelijkheid is. Leerlingen moeten die verhalen en paradigma’s leren wegen en dat lukt niet als ze alleen feiten verzamelen op een iPad.’ Hermsen scheef een bemoedigend en leerzaam boek dat je aan het denken zet en je laat beseffen dat haar pleidooi voor bevlogenheid en bezieling en de woorden van de Franse schrijver Honoré de Balzac: ‘Een mens sterft voor het eerst, wanneer hij zijn enthousiasme verliest’, maar al te waar zijn. ‘Waar het om gaat is om met een vergrootglas naar het heden te kijken, en daar de nog niet gerealiseerde mogelijkheden te ontdekken. Die mogelijkheden liggen om ons heen te sluimeren en wachten alleen nog op de alerte en creatieve geest die ze op het juiste ogenblik met de juiste verwondering tevoorschijn weet te toveren’, besluit Hermsen haar interessante betoog.

Ellen de Jong      2014