Steel, Danielle 2014 (2)

‘Echo’ van Danielle Steel vindt de weg naar het hart van de lezer

De familie Wittgenstein is een steenrijke Joodse familie die bestaat uit vader Jacob, bankier, moeder Monika, dochters Brigitte en Beata en zoons Horst en Uwe. Ze wonen in Keulen. In de zomer van 1915 brengen ze hun vakantie door in Genève. ‘Ruim een jaar geleden was de Eerste Wereldoorlog uitgebroken en dit jaar had haar vader erop gestaan dat ze de vakantie buiten Duitsland zouden doorbrengen.’ Beata is een volgzaam, intelligent jong meisje dat haar ouders, die beiden het orthodoxe joodse geloof aanhangen, in alles gehoorzaamt. Ze is heel religieus en dat doet vooral haar vader veel genoegen. Hij regeert zijn gezin met ijzeren hand en zijn wil is wet. Als dan juist Beata smoorverliefd wordt op Antoine, nota bene een Franse rooms-katholieke officier, is het hek van de dam. Dat Antoine een graaf is en van goede familie, verandert niets aan de zaak. Beata komt Antoine op een wandeling tegen en het klikt ogenblikkelijk tussen hen. Er is geen houden meer aan: hun leven is ‘in één klap veranderd.’ In ‘Echo’ van Danielle Steel, in een uitgave van Dwarsligger 191, vertaling Carla Bennink, komen we aan de weet hoe en ander afloopt met Beata en met haar dochters en dan vooral met de oudste Amadea. Beata is eenentwintig jaar en ze gaat haar leven delen met Antoine die twaalf jaar ouder is. Haar ouders verklaren haar dood: ‘Hij en haar moeder zouden een dodenwake voor haar houden en dat was dat. Zodra ze de voordeur achter zich dicht had getrokken, was ze wat hem betrof dood. Hij verbood haar dan nog ooit met iemand van hun gezin contact op te nemen.’ Ook Antoines familie wil hem nooit meer zien: ‘Een huwelijk tussen een Franse graaf en een Jodin was voor hen net zo’n weerzinwekkend idee als een huwelijk tussen Beata en een rooms-katholieke Fransman voor haar familie was. Ze gaan op een boerderij inwonen bij een boer en zijn vrouw en ze trouwen. Beata bekeert zich tot het rooms-katholieke geloof. Ze zijn gelukkig en de kroon op hun geluk is de geboorte van dochter Amadea (door God geliefd). Ondertussen steekt het nazisme in de Tweede Wereldoorlog steeds meer de kop op. Beata en Antoine krijgen de kans met hun dochter een kasteel met stallen te betrekken. Antoine gaat er ‘het beheer over de stoeterij voeren.’ Het kasteel lag toevallig in de buurt van Keulen en Beata hoopte dat ze weer met haar familie herenigd zou worden en dat haar vader met zijn hand over zijn hart zou strijken. Maar die hoop is ijdel. Zelfs als ze haar moeder achter het raam van haar ouderlijk huis ziet, terwijl ze samen met Amadea naar haar zwaait: ‘Zelfs het kleine meisjes naast haar had haar moeders hart niet doen ontdooien en haar niet de moed gegeven haar man ongehoorzaam te zijn.’ Onverwacht krijgen Beata en Antoine acht jaar later nog een dochter, Daphne. Ze hadden de hoop al opgegeven, het was een Gods wonder. Maar dan slaat het noodlot toe, juist nu ze zo gelukkig zijn. Als een donderslag bij heldere hemel valt Antoine op een dag van zijn paard en is op slag dood. Beata is op haar tweeëndertigste jaar weduwe. Ze stort in en heeft nergens meer belangstelling voor. Ook voor haar dochters heeft ze nauwelijks aandacht. Alleen de kerk bezoekt ze elke dag en soms de synagoge. Weliswaar zwaar gesluierd. Op een keer zit ze achter haar moeder. Hun handen raakten elkaar. Is er kans op verzoening? Intussen groeit Amadea op tot een zelfbewuste jonge vrouw. Ze gaat het klooster in, tot groot verdriet van haar moeder: ‘Net als haar ouders was ze bang dat haar dochter voor een te moeilijk leven had gekozen. De geschiedenis herhaalde zich; opnieuw klonk de echo van het verleden.’ In het heden is het de oorlog die maar voortduurt. Beata die altijd dacht dat ze met Daphne veilig zou zijn voor de nazi’s ook al werden de Joden stelselmatig uit de maatschappij verwijderd komt bedrogen uit. Evenals haar familie. In een krachtige, beeldende taal schetst Steel de verschrikkingen van de oorlog. Alleen Amadea  ging door het oog van de naald. Ze komt uitgeput en wanhopig in kamp Theresienstadt terecht maar hoorde ‘als een echo de stemmen van haar moeder en de moeder-overste zeggen dat ze van haar hielden.’ Ze ziet kans het kamp te ontvluchten en komt in het Franse verzet terecht. Ze ontmoet er Rupert, een Engelse geheime agent die veel Joodse kinderen heeft gered. Voordat Steel tegen het einde van het boek de romantiek de boventoon laat voeren last ze nog heel wat ingrijpende en spannende gebeurtenissen in: schrijnend en aangrijpend.

Ellen de Jong  2014