Montefiore, Santa 2014 (3)

‘Onder de ombu-boom’ van Santa Montefiore: Indringende roman over een verboden liefde

‘Ik begreep de angst of de ‘vuile oorlog’ van de jaren zeventig niet, zoals de praktijk werd genoemd waarin het leger na de dood van Péron zijn tegenstanders uitschakelde. Dat werd me pas duidelijk toen ik jaren later terugkeerde en ontdekte dat de oorlog door de hekken van Santa Catalina was geglipt[…]’. Sofia Solana Harrison verliet Argentinië in de zomer van 1976: ‘Ondanks alles wat er sindsdien is gebeurd, blijft mijn hart naar die weidse groene vlakte uitgaan. Santa Catalina, onze familieranch, of Campo  zoals ze in het Spaans zeggen, lag midden in de vlakte, in het uitgestrekte oostelijke deel van Argentinië dat de pampa wordt genoemd.’ In ‘Onder de ombu-boom’ van Santa Montefiore, uitgave Boekerij, in een prachtige vertaling Karien Gommers en Hanneke van Soest, ligt het accent van de roman op de relatie tussen Sofia en haar volbloed neef Santi. Sofia’s moeder Anna Melody, komt uit Ierland en trouwde met de Argentijnse Paco Solanas, een paardenfokker. Anna kreeg twee zoons en toen dochter Sofia, met wie ze het niet kon vinden. In tegenstelling tot vader Paco met wie Sofia een innige band heeft waarop Anna jaloers is. Sofia, die liever een jongen wilde zijn, is een ongetemde schoonheid en ze doet alles wat God verboden heeft volgens haar diepgelovige moeder. Ze is dol op paardrijden en ze ziet kans heel bedreven te worden in de polosport, zeer tegen de zin van haar moeder want het is een typische mannensport. Neef Santi vindt zijn nichtje Sofia een apart meisje en houdt van haar spontaniteit en ongekunsteldheid. Samen klimmen ze vaak in de ombu-boom: ‘Voor de kinderen die waren opgegroeid op Santa Catalina was het een magische boom, die hun wensen kon doen laten uitkomen.’ Naarmate Sofia en Santi meer met elkaar optrekken ontstaat er een band tussen hen die meer is dan vriendschap alleen…Hoewel verboden geven ze zich aan elkaar en bedrijven de liefde zonder enige terughoudendheid. Als Santi naar Amerika gaat om er te studeren breekt Sofia’s hart en beseft ze dat ze zich ‘met haar gevoelens op verboden terrein begaf.’ Maar ‘ze hield van hem.’ Haar nichtje en hartsvriendin Maria, zusje van Santi, ‘huilde boze tranen’ toen ze merkte dat Sofia en Santi hevig verliefd op elkaar waren. Ze was jaloers en voelde zich buitengesloten. Later wreekt ze zich op een afschuwelijke manier op hen... Al spoedig blijkt dat Sofia zwanger is. Ze is pas zeventien en Santi achttien. Haar moeder is in alle staten en stuurt haar weg. Niemand mag het weten en ook Santi niet. Met pijn in haar hart neemt ze afscheid van Santi bij de ombu-boom en zegt dat haar ouders achter hun relatie zijn gekomen en dat ze haar naar Europa sturen om er verder te studeren: maar ze zouden altijd van elkaar blijven houden. Ze verzwijgt dat ze zwanger is van hem. Ten afscheid kerven ze hun initialen in de ombu-boom. Hartverscheurend. Anna vertelt aan Maria  dat Sofia ‘vanwege de vele afleidingen in Buenos Aires slecht gepresteerd had, zodat ze voor straf werd weggestuurd.’ Sofia komt in Genève terecht en baart er een zoon, Santiguito. Ze kan niet voor hem zorgen en staat hem af ter adoptie, zal ze hem ooit weer terugzien? Ze gaat door een diep dal, de pijn die ze voelt slaat op de lezer over daar Montefiore de kunst verstaat met indringende beelden tot het hart door te dringen. Ook Santi weet zich geen raad als Sofia Santa Catalina heeft verlaten en wil met haar een nieuw leven beginnen: ‘Zonder haar zou alles wat hij koesterde op Santa Catalina uiteenvallen, als een lichaam waaraan de zuurstof werd ontnomen. Zij was de levenskracht die alles bezielde.’ Maar het leven neemt zijn loop en het ziet er naar uit dat de tijd alle wonden heelt…Sofia ontmoet David in Londen en krijgt twee dochters. Santi trouwt met Claudia en krijgt ook kinderen. Op een dag krijgt Sofia een brief waarin staat dat Maria op sterven ligt. Wie die brief geschreven heeft wordt later duidelijk. Sofia gaat terug naar Santa Catalina om Maria weer te zien en dat is een emotioneel gebeuren. En natuurlijk ontmoette ze er ook Santi, dat lag voor de hand. ‘Van binnen huilde ze nog altijd om Santi, ze had hem als een ballon losgelaten, om te ontdekken dat hij voor eeuwig in de wolken van haar herinnering zou blijven zweven.’ En schrijft Montefiore: ‘In de herfst van 1974 had Sofia noodgedwongen Argentinië moeten verlaten. Nooit had ze ook maar één moment gedacht dat ze pas vierentwintig jaar later zou terugkeren. Zo had ze het niet gepland. Ze had nooit iets gepland. Maar de jaren hadden zich aaneengeregen tot decennia en de dag was aangebroken dat haar verleden haar wenkte om naar huis te komen.’ Opnieuw vallen ze voor elkaar en krijgt Sofia een briefje in haar hand gedrukt: ‘Kom om middernacht naar de ombu-boom.’ Maar het blijft een verboden liefde zonder toekomst. Het is te laat voor alles. Sofia neemt afscheid, ze gaat terug naar David en haar dochters maar ze wil nog éénmaal naar de ombu-boom die haar door alle moeilijke tijden had heen geholpen: ‘Ze streek liefdevol met haar hand over de stam en dacht terug aan de gelukkigere tijden met Santi.’ Montefiore geeft in een soepele schrijfstijl glans aan een romantische liefde die van meet af aan geen kans van slagen had.                   

Ellen de Jong  2014