Smit, Susan 2013 - Gisèle

‘Gisèle’ van Susan Smit: Een liefdes- en oorlogsroman ineen

Evenals ‘Vloed’ is Susan Smits onlangs verschenen roman ‘Gisèle’, uitgave Lebowski Publishers, op historische feiten gebaseerd. ‘Het is een merkwaardige positie, die van een schrijver van historische romans, van fictie gebaseerd op ware gebeurtenissen. Je leest, bekijkt en onderzoekt alles wat er te kennen valt, maar je bent geen geschiedschrijver en geen biograaf. Je bent romancier’, aldus Smit in haar nawoord. De ruim 500 pagina’s tellende roman speelt zich voornamelijk af rond drie hoofdpersonen, de begaafde glazenierster en kunstschilder Gisèle d’Ailly van Waterschoot van der Gracht, de dichter Adriaan Roland Holst, voor familie en vrienden ‘Jany’, en actrice Mies Peters. Smit situeert haar roman rond de Tweede Wereldoorlog en laat haar personages beurtelings aan het woord. Gisèle en Jany krijgen een amoureuze relatie, zij aanbidt hem maar Jany, een notoire rokkenjager, koestert niet genoeg erotische gevoelens voor haar. Wel hebben ze hun leven lang een zielsverwantschap en discussiëren ze samen urenlang over hun kunst. Zo concludeert Jany: ‘Het lijkt zo’n omweg om woorden te zoeken terwijl je ook een kwast kunt pakken om het tot in detail te verbeelden, met precies de juiste kleuren, schaduwen, lading. Misschien zijn woorden sowieso ongeschikt om werkelijk iets te vangen, te omklemmen. Het lukt me nooit om de taal helemaal te laten samenvallen met wat in mij leeft.’ Toch publiceert hij vele dichtbundels waaronder ‘Winter aan zee’, die zeer succesvol zijn. In zijn woonplaats Bergen ontvangt hij beroemde schrijvers en dichters zoals Slauerhoff met wie hij een innige vriendschap onderhoudt. Beiden hebben een vluchtig liefdesleven: ‘Alleen aan jou voel ik me verwant onder de levenden,’ had Slau hem eens geschreven toen hij de nadelen van zijn vluchtige liefdesleven met hem had gedeeld.’ Jany had niet de kracht om vrouwen te weerstaan. Smit: ‘Elke nieuwe vrouw die zijn pad kruiste, leek zijn honger er alleen maar groter op te maken.’ Gisèle zoekt troost bij andere mannen en stort zich op haar werk. De derde persoon is Mies Peters. Ze is een gevierd actrice en voor Jany is ze dé vrouw. Maar ook zij neemt het niet nauw met de liefde: beiden zijn ‘trouw aan hun ontrouw’ en hebben minnaars en minnaressen. Toch blijkt hun band onverbrekelijk als Mies, uiteindelijk toch zijn grote liefde, overlijdt. Al ontmoet Jany later Asta die ‘zijn behoefte aan warmte en erotiek vervult, gebonden was hij nog steeds alleen aan Mies. Hun liefde was gesacraliseerd. Hij behoorde haar toe en had, meer dan tijdens het leven ooit mogelijk was geweest, het gevoel dat ook zij zijn bezit was.’ Gisèle blijft overigens eveneens tot zijn dood toe innig met hem bevriend.
Tussen al deze liefdesgeschiedenissen door speelt de oorlog een belangrijke rol in hun levens. Gisèle neemt Joodse vluchtelingen op - in haar huis aan de Herengracht 401 in Amsterdam - en ook Jany moet zien te overleven. Ondanks alle oorlogsellende, tegenstrijdigheden en verwikkelingen blijven ze elkaar in liefde trouw. Hoe grillig die ook is. Evenals in hun gedrevenheid voor het vak dat ze met hart en ziel uitoefenen. Het is een liefdes- en een oorlogsroman ineen die Smit met verve schreef. Ze geeft een goed en tevens ontroerend beeld van het kunstenaarsleven in oorlogstijd. In de epiloog lezen we hoe hun levens verliepen en dat van andere personages die Smit in haar roman ook een plaats gaf. In het nawoord beschrijft ze hoe ze Gisèle ontmoette en haar honderdste verjaardag meemaakte. Hoe ze geïnspireerd raakte door deze bijzondere vrouw en ze het middelpunt van haar boek werd. Een boek met personages die Smit diepgang gaf omdat ze in het ‘hoofd en het hart’ van hen kroop en uitdrukte ‘met verbeelding en ontvankelijkheid voor inspiratie wat ze moeten hebben gedacht, gevoeld, gezegd, geweten.’

Ellen de Jong 2014