Knausgård, Karl 2013

Knausgårds ‘Nacht’

In de serie ‘Mijn strijd 4’ van de Noorse schrijver Karl Ove Knausgård (1968) verscheen ‘Nacht’: het vierde deel. Uitgave De Geus. Vertaling Marianne Molenaar. De achttienjarige Karl Ove uit Kristiansand heeft net eindexamen gedaan, is ‘net uit huis gegaan, met niet meer werkervaring dan een paar avonden en weekenden in een parketfabriek, een aantal bijdragen in een lokale krant en net een zomerbaantje van een maand in een psychiatrische kliniek, zou klassenleraar worden aan een basis- en middenschool in Håfjord.’ Karl Ove kan zich helemaal vinden in ‘Boeken over jonge mannen die hun draai in de maatschappij niet konden vinden, die meer van het leven verlangden dan sleur, meer dan een gezin, kortom, jonge mannen die de burgerlijkheid verafschuwden en op zoek waren naar de vrijheid. Ze reisden rond, ze dronken zich een stuk in de kraag, ze lazen over en droomden van de grote liefde of de grote roman. Alles wat zij wilden, wilde ik ook. Overal waar zij van droomden, daar droomde ik ook van.’ Karl Ove haatte welke vorm van autoriteit dan ook, met zijn burgerlijke moraal. In de zomer dat hij zestien was wilde hij ‘maar drie dingen. Het eerste was een vriendinnetje. Het tweede was met iemand naar bed gaan. Het derde was me bezatten. Of, als ik eerlijk ben, waren er maar twee dingen: met iemand naar bed gaan en me bezatten.’ Nee. Als het er echt op aankwam, was er eigenlijk maar één ding: Ik wilde met iemand naar bed. Dat was het enige wat ik wilde.’ Bezatten ging snel genoeg, een vriendinnetje op de kop tikken ook nog wel, maar met een meisje naar bed gaan, was een ander verhaal. Toen hij eenmaal zo ver was, blonk hij daar niet in uit. Als hij een meisje slechts wat knuffelde had hij, weliswaar tegen wil en dank, in een oogwenk zijn hoogtepunt bereikt. Pas toen hij veel ouder was en eindelijk volwassen werd was hij in staat zijn seksuele drang te doseren. Karl Ove heeft ondanks zijn weerzin tegen het schoolse systeem het gymnasium met glans gehaald. Hij gaat nu in Noord Noorwegen, in Håfjord, als hulpleraar aan een school werken. In zijn vrije tijd leest hij en stort hij zich op de muziek (op zijn zestiende was hij al vaste platen recensent van een krant) en luistert naar zijn geliefde rock & roll platen, terwijl hij naar hartenlust rookt en drinkt. Meestal is hij in het zwart gekleed. Dat overmatig roken en zich bezatten en het wellustig verlangen naar jonge grietjes met lekkere kontjes is een belangrijke rode draad in het boek.
Daarnaast heeft Karl Ove nog een passie, iets waar hij echt voor wil gaan: hij wil een groots en bekend schrijver worden. Naast zijn verplichtingen en talrijke feest- en drinkgelagen lukt het hem wonder boven wonder verhalen te schrijven. Overdag op school heeft hij het in het begin naar zijn zin. Het lesgeven aan de niet zo bijster slimme dorpskinderen stelt geen hoge eisen aan hem. Toch raakt hij verzeild in een winterdepressie. De duisternis in en om hem heen verstikt hem. Hij vlucht in drank en vooral in sterke. Hij weet vaak niet meer wat hij onder invloed daarvan uitspookte. Toch is hij er niet onder te krijgen. Ook zijn vader waar hij altijd bang voor is geweest, heeft geen vat meer op hem. De vader is ook vaak dronken: de appel valt niet ver van de boom. Karl Ove ontwikkelt zich tot een goede leraar, hij is populair bij de leerlingen en bij de meeste leraren. Beeldend zijn Knausgårds  beschrijvingen over de collegiale spanningen en de communicatie in de klas. En natuurlijk wordt zijn voorkeur voor mooie meisjes breed uitgemeten. Het ligt dan ook voor de hand dat hij toch een keer serieus verliefd zal worden. En dat gebeurt. Ondertussen wordt hij op de schrijversacademie aangenomen en neemt afscheid van zijn school. Hij is blij dat hij er af is: een nieuwe lente, een nieuw geluid. Dan komt het grote moment dat hij met Vilde een tent induikt en met haar naar bed gaat. ‘We deden het nog een keer, en toen nog een keer. We lagen te praten en te lachen en te drinken en ik dacht, is dit waar, is dit werkelijk waar, lig ik naast een naakt meisje met wie ik kan doen wat ik wil?’ Het antwoord is: ja, als je wil geloven wat Karl Ove in de laatste regels van zijn boek uitkraamt. Zijn belangrijkste droom is uitgekomen en zijn passie om een groot schrijver te worden heeft hij tevens in ‘Nacht’ keihard waargemaakt.

Ellen de Jong  2013