O'Farrell, Maggie 2013-2

Twee verhaallijnen die soepel samenvloeien in: ‘De hand die de mijne vasthield’ van Maggie O’Farrell

De 34-jarige Innes Kent, kunsthandelaar, journalist, recensent, ziet de 21-jarige Alexandra in een tuin onder een boom zitten. Setting: Omgeving Devon, Engeland. Innes heeft autopech op het moment dat hij Alexandra in ’t oog krijgt: ‘met haar gele sjaal en haar blauwe jurk, ziet hij een tafereel in een fresco. Het is werkelijk een schitterende compositie, met de boom boven haar hoofd contrasterend met het vlakke grasveld en de kaarsrecht zittende vrouw en haar hals.’ Alexandra wil eerst niets van Innes hebben als hij haar aanspreekt, maar daar komt snel verandering in als ze een briefje vindt dat Innes in de heg verstopt heeft. ‘Kom een keer langs als je in Londen bent. Dan neem ik je mee uit lunchen.’ Gevolgd door: ‘Volgens mij heb je een wat pittiger naam nodig. Ik zie jou eerder als een ‘Lexie’.’ Alexandra ontvlucht haar ouderlijk huis met haar conservatieve ouders en begint een nieuw leven in Londen. Hoe haar leven verder gaat en dat van het jonge echtpaar Elina en Ted beschrijft Maggie O’Farrell in haar roman ‘De hand die de mijne vasthield’, uitgave Artemis & co, vertaling Ernst de Boer en Ankie Klootwijk. Het zijn twee verhalen die O’Farrell afwisselend beschrijft. Lexie krijgt een verhouding met Innes, hij wordt de liefde van haar leven en omgekeerd:
‘Hij begrijpt het niet helemaal. Maar hij weet wel precies wanneer het begon, deze lichtelijke gekte, deze bezetenheid. Toen hij iets meer dan twee weken geleden door een heg keek en een vrouw op een boomstronk zag zitten.’  Innes werkt als redacteur op het kantoor van tijdschrift Elsewhere en Lexie gaat hem assisteren. Na verloop van tijd ontpopt ze zich als een bedreven journaliste. Ze vinden een appartement en gaan samenwonen. Innes was getrouwd met Gloria en heeft een dochter, Margot. Ze dringen op een slinkse manier het leven van Lexie en Innes binnen en nemen beiden wraak uit pure jaloezie. Toch beïnvloedt dat hun leven niet. Ze blijven hecht met elkaar verbonden tot het noodlot toeslaat…Intussen krijgt Lexie een zoon, weliswaar van een andere man…O’Farrell laat op ruim over de helft van het boek doorschemeren dat opnieuw een rampzalige gebeurtenis zal plaatsvinden: Lexie is aan het typen en kijkt op een gegeven moment in de spiegel: ‘Ze  heeft nu fijne, bijna onzichtbare rimpels om haar mond en bij haar ooghoeken. Ze ziet ze als breuklijnen, glimpen van de toekomst, de lijntjes waar haar gezicht zich zal plooien en slap van het bot loskomt. Ze weet niet dat dit nooit zal gebeuren.’ Maar wat er gaat gebeuren is nog een geheim dat pas later wordt ontrafeld. Het tweede verhaal heeft het jonge stel Elina en Ted als onderwerp. Ze wonen in Londen en zij is net bevallen van een zoon, die pas later de naam Jonah krijgt. Het was een dramatische bevalling, Elina ging bijna dood en is daarna totaal van slag. Ze probeert zich die nachtmerrie voor de geest te halen maar dat lukt haar keer op keer niet. En aan Ted heeft ze niet veel. Tot aan de geboorte van Jonah schilderde ze zeer verdienstelijk, het was haar passie. Maar daar is nu de klad ingekomen: haar leven bestaat uit het verzorgen van haar kind, haar man en het doen van huishoudelijke klussen. Elina kan het monotone leven met al die dagelijkse beslommeringen niet aan, ook al helpt Ted af en toe een handje. Ze is snel in paniek als dingen anders lopen dan ze verwacht. Ook Ted blijkt niet goed in z’n vel te zitten en heeft zo zijn trauma’s die O’Farrell stap voor stap uit de doeken doet. Hun huwelijk wordt uit zijn voegen gerukt, mede door de komst van de baby. Toch weet Elina niet ‘waarom Ted van me wegdrijft, ik weet niet hoe ik het goed moet krijgen…’ In het begin heb je als lezer niet door dat er een verband bestaat tussen de door O’Farrell zo vernuftig uitgedachte levens van haar personages - hoe komt haar creatieve geest er op – maar gaandeweg licht ze telkens een tipje van de sluier op tot de twee verhaallijnen soepel samenvloeien tot een verbijsterend einde dat de lezer bepaald niet met lege handen achterlaat. Het boek won in 2010 de Costa Novel Award.

Ellen de Jong     2013-2