Salter, James 2013

‘Alles wat is’ van James Salter

De Amerikaanse auteur James Salter schreef onder meer verhalen en romans. Op zijn 87e jaar verscheen recent zijn roman ‘Alles wat is’, uitgave De Bezige Bij, vertaling Ton Heuvelmans. Voorin het boek de regels: ‘Er komt een moment dat je/je realiseert dat alles een droom is,/en dat alleen de dingen die geschreven zijn/een kans hebben om echt te zijn.’ Ze slaan naar mijn mening op Salters schrijverschap, want wat blijft is het geschreven woord. Het verhaal begint met hoofdpersoon Philip Bowman, marineofficier in de Tweede Wereldoorlog. Hij neemt deel aan de Amerikaanse inval op Okinawa, een eiland ten zuiden van Japan. ‘De oorlog, die al drieënhalf jaar duurde, verkeerde in de laatste fase.’ Het schip wordt aangevallen maar Bowman overleeft. Als hij weer thuis is gaat hij op Harvard studeren. ‘In het najaar van 1946 begon hij als een outsider op Harvard, hij was een jaar of twee ouder dan zijn jaargenoten, maar werd beschouwd als iemand met een sterk karakter - hij had in de oorlog gevochten en zijn leven was daardoor echter’, schrijft Salter. Bowman werd geboren in Manhattan, zijn vader verliet hem, hij bleef met zijn moeder Beatrice achter. Het liefst wilde hij journalist worden maar hij komt terecht bij een uitgeverij in New York waar hij een baan krijgt als lezer van manuscripten. Het bevalt hem goed, hij voelt zich zeer thuis in de literaire wereld van dat moment. Hij ontmoet er Vivian, een mooie, jonge blondine, en valt als een blok voor haar. Ze trouwen al snel, hoewel ze elkaar ternauwernood kennen. Hun werelden verschillen hemelsbreed van elkaar. Hij leest, zij niet, later blijkt dat vrouwen én boeken essentieel zijn in Bowmans leven. Vivian is geen stadsmens, ze groeide op een boerderij op en had als klein meisje al een eigen paard. Hun huwelijk blijkt na een tijdje een mislukking: ‘Ze hadden een leven van schone schijn geleid, waarin zij in wezen niets te doen had, behalve het onderhoud van het appartement.’ Ze gingen uit elkaar. Het leven herneemt zijn loop. Enid komt op Bowmans pad, weer een mooie vrouw, maar helaas getrouwd. Dat weerhield hen er niet van een extatische liefde te beleven die zo diep lijkt te gaan dat Bowman concludeert: ‘Er is geen ander, er zal nooit een ander zijn.’ Als lezer denk je, oké, deze vrouw zal dan wel de ware zijn. Maar nee, het gaat weer mis, Enid verlaat haar man toch maar niet. En dan verschijnt Christine, al leek Bowman zich gesetteld te hebben zonder vrouw of vriendin, ‘in een leven van gewoonten, zonder al te veel moeite; hij verscheen in een donkerblauw pak in restaurants en bij lezingen, op zijn gemak in de zichtbare wereld, vertrouwd.’ En vervolgt Salter: ‘Hij was eerder verliefd geweest, smoorverliefd, maar het was altijd op iemand anders geweest, iemand die anders was dan hij. Met Christine had hij het gevoel dat hij haar altijd al had gekend. Als ze van haar man af kon komen, zouden ze gaan trouwen. Ze was hem geschonken als een zegening, als een godsbewijs.’ Maar de lezer vermoedt het zo langzamerhand al: ook Christine is geen blijvertje. Ze gaat vreemd en verlaat ook haar man niet. Bowman deinst er niet voor terug haar dochter Anet te versieren en haar na een aantal vrijpartijen zonder pardon in een hotelkamer achter te laten. Om zodoende wraak te nemen op haar moeder. Het lukt Bowman maar niet een vrouw te vinden om mee samen te leven. Hij wordt ouder en blijft alleen, zonder kind noch kraai te hebben. Maar boven verwachting duikt er dan toch nog een collega op. Ann is een uiterst beschaafde, niet onknappe vrouw. Bowman staat niet direct in vuur en vlam maar naar verloop van tijd wèl. Salter: ‘Hijzelf was volmaakt gelukkig. Hij wilde niets meer dan dit. Hij geloofde in de liefde - zijn hele leven al - maar nu was het waarschijnlijk te laat. Misschien kon het altijd zo doorgaan, zoals levens in de kunst. Anna, zoals hij haar was gaan noemen, Anna, kom alsjeblieft. Kom hier naast me zitten.’ Zou deze liefde een lang leven beschoren zijn? Salter omringt Bowman behalve met een aantal liefdes ook met allerlei andere personages en doet een boekje open over hun vaak amoureuze belevenissen. Veel voegen ze niet toe, het zijn slechts ships that pass in the night. Het gaat om Bowman en zijn wederwaardigheden, die Salter zonder franje en zuiver tot op de graag in vloeiende zinnen giet, al blijft er veel ongezegd. Wáárom gaat het toch telkens mis in zijn leven? Salter laat het voor wat het is: Bowmans leven is tenslotte ook slechts wat het is.

Ellen de Jong       2013