Coetzee, J.M. 2013

‘In ongenade’: filmische roman van J. M. Coetzee

David Lurie werkt in Kaapstad als wetenschappelijk hoofdmedewerker Communicatieleer aan de Kaapse Technische Hogeschool. Hij is tweeënvijftig jaar en gescheiden. Op de eerste bladzijde krijgen we al te weten dat hij een affaire heeft met Soraya, een hoer, ‘Hij is volkomen tevreden over haar.’ J.M. Coetzee verhaalt in zijn succesvolle roman: ‘In ongenade’, uitgave Cossee, vertaling Joop van Helmond en Frans van der Wiel, hoe Davids leven, nadat Soraya eruit is verdwenen, verloopt. Hij is dol op vrouwen en het duurt dan ook niet lang of hij valt voor Melanie, een studente. Ze volgt Davids college Romantiek. Ze is jong, ‘klein en tenger, met dik, gemillimeterd zwart haar, brede, bijna Chinese jukbeenderen, grote, donkere ogen. Hij neemt haar mee naar zijn huis. Op de vloer van de woonkamer, bij het geluid van tegen de ramen kletterende regen, vrijt hij met haar. Haar lichaam is helder, eenvoudig, volmaakt op zijn manier, hoewel ze van begin tot eind passief is, vindt hij de daad aangenaam, zo aangenaam dat hij vanaf het hoogtepunt in de totale vergetelheid tuimelt.’ Melanie ondergaat zijn passie, ze lijkt zelf nauwelijks betrokken bij het liefdesspel. Op een dag laat ze David weten dat ze geen examen bij hem kan doen en haar punk vriendje vertelt hem recht op de man af, dat hij van Melanie af moet blijven. De lezer voelt het al aankomen: het duurt niet lang of David wordt op het matje geroepen. Door de tuchtcommissie èn door Melanies vader. Hij wordt beschuldigd van molestatie van een studente door een docent. David bekent schuld, maar weigert berouw te tonen: ‘Nou, ik biecht niet. Ik heb een weerwoord gegeven, wat mijn recht is. Ik erken wat me ten laste wordt gelegd. Dat is mijn weerwoord. Verder ben ik niet bereid te gaan.’ Hem wordt verzocht ontslag te nemen: hij valt in ongenade, hij valt uit de gunst. David besluit daarop naar Lucy te gaan, zijn dochter en enige kind. Ze woont op een boerderij in de Oostkaap. ‘Onbezorgd blootsvoets komt ze hem begroeten, met wijd open armen, omhelst hem, kust hem op zijn wang. Wat een fijne meid, denkt hij als hij haar knuffelt; wat een fijn welkom aan het eind van een lange rit.’ Lucy maakte eerst deel uit van een commune, maar zij bleef als enige achter. Een echte pionierster. David is trots op haar. Ze praten over zijn ontslag en zijn affaires: ‘Elke vrouw met wie ik nauw bevriend ben geweest, heeft me iets over mezelf geleerd. In die zin hebben ze een beter mens van me gemaakt.’ Hij gaat meehelpen op de boerderij en dat is flink aanpoten. Hij moet er aan wennen maar zet door. Later gaat hij op aandringen van Lucy in het dierenasiel werken. Hij ontmoet er Bev Shaw, een kordate vrouw wier taak het is om afgedankte dieren uit hun lijden te verlossen. Hij maakt ook kennis met de robuuste Petrus, de tuinman en ‘hondenman’, de rechterhand van Lucy. Op een dag worden David en Lucy overvallen door drie zwarte mannen. David wordt opgesloten in de wc en in brand gestoken. Lucy wordt in een aangrenzend vertrek verkracht. De mannen nemen van alles mee en de honden vermoordden ze. David komt er goed vanaf maar voelt zich schuldig en schaamt zich dat hij Lucy niet kon redden. Het ergste is echter dat Lucy nergens over wil praten. Ze raakt in een diepe depressie en er ontstaat een verwijdering tussen haar en haar vader. Lucy weigert aangifte te doen van de verkrachting: ze onderwerpt zich aan het recht van de sterkste. Iets wat David totaal niet kan meevoelen. Petrus speelt in dit verband wel een heel bijzondere rol, die ik in het midden laat. Voordat David terugkeert naar zijn huis in Kaapstad, dat totaal geplunderd is, heeft hij nog een korte, oppervlakkige, verhouding met Bev Shaw, de vrouw van het honden asiel. Ontmoedigd als hij is, besluit hij muziek te gaan schrijven voor de opera over de Engelse dichter Byron. Hij ziet Melanie nog een keer en later neemt hij nog een hoer mee in zijn auto. Om dan weer terug te keren naar Lucy en haar boerderij. Ze krijgen weer ruzie en David besluit een kamer in de buurt te huren. Later vinden ze elkaar weer en blijft hij Bev weer helpen met de honden: zijn uiteindelijke bestemming, lijkt het. Het slot van het boek is ingenieus en eindigt in de dierenkliniek. David heeft een lievelingshond, een hond die zo van muziek houdt en die hij moet vernietigen, die hij moet laten gaan. ‘Ik dacht dat je hem nog een week wilde sparen,’ zegt Bev Shaw. ‘Laat je hem gaan?’ ‘Ja, ik laat hem gaan.’ Uiteindelijk geeft David zijn zoektocht naar liefde op en verzoent zich met zijn lot, evenals Lucy haar leven, zoals het gelopen is, aanvaardt. Woorden als heftig en schrijnend zijn onder meer van toepassing op Coetzees, in een meesterlijk taalgebruik gebrachte, filmische, roman. Toch zijn ze niet in staat de lading te dekken.

Ellen de Jong   2013