Knausgård, Karl Ove 2013

‘Liefde’: een openhartig relaas

‘Liefde’, vierde druk 2013, is de tweede autobiografische roman van de Noorse schrijver Karl Ove Knausgård. Uitgave de Geus, vertaling Marianne Molenaar. In 2011 verscheen ‘Vader’, het eerste boek in de Mijn strijd- serie van zes autobiografische romans. In 2013 kwam ‘Zoon’ uit. Knausgård is vanaf de eerste bladzijde van zijn vuistdikke boek al opmerkelijk openhartig. Welk onderwerp hij ook aansnijdt: hij neemt geen blad voor de mond. Hij begint met het beschrijven van een vakantie die hij samen met zijn vrouw Linda en zijn drie kinderen doorbrengt. Er zijn keer op keer irritaties en misverstanden tussen hem en zijn vrouw en hij ervaart hoe hectisch het leven is als je een gezin hebt. Enerzijds kan Knausgård zich geven en zich helemaal inzetten voor het welzijn van zijn naasten, anderzijds houdt hij afstand. ‘Gedurende mijn hele volwassen leven heb ik afstand gehouden tot andere mensen, dat was mijn manier om me te handhaven, natuurlijk omdat ik hun in mijn gedachten en gevoelens zo ongehoord dicht op de huid kom, ze hoeven maar een seconde afwijzend te kijken of er barst een storm los in mijn binnenste. Dat geldt uiteraard ook ten opzichte van kinderen, het is de reden dat ik met hen kan zitten spelen, maar het feit dat het hun volkomen aan het vernis van beleefdheid en fatsoen ontbreekt dat volwassenen bezitten, betekent ook dat ze ongehinderd achter de uiterlijke verschijning van mijn karakter kunnen doordringen en daar ongehinderd hun gang kunnen gaan. Het enige wat ik ertegenover kon stellen als het zover kwam, was mijn puur fysieke overmacht…’ In een vloed van woorden zonder verdeling in hoofdstukken geeft Knausgård uiting aan zijn diverse gevoelens en verlangens. Wat hij vooral wil is schrijven en dat komt er vaak niet van. Gedwarsboomd als hij wordt door het complexe gezinsleven. Knausgård maakt ons ook gedetailleerd deelgenoot van een aantal praktische zaken die hij moet uitvoeren: inkopen doen bij de supermarkt, kinderen verzorgen, koken, schoonmaken, al die taken komen op hem neer, aangezien Linda bezig is met haar werk. Tussendoor schrijft hij en hij komt regelmatig te laat thuis want al schrijvende vergat hij de tijd. Met ruzies als gevolg. Terwijl het leven voortsnelt gunt Knausgård ons ook een blijk in zijn verleden en vertelt hoe hij als Noor in Zweden belandde en hoe hij dat ervaarde. En dat hij vaak dronken was, zelfs toen hij met Linda een zwangerschapstest bij de apotheek zou kopen. Ondertussen komen zijn ouders en broer en zijn vrienden ter sprake en bovenal zijn geliefde Linda. Zij is ondanks alles de liefde van zijn leven: ‘Toen ontmoette ik Linda en de zon kwam op. Anders kan ik het niet uitdrukken. De zon kwam op in mijn leven.’ Later noteert Knausgård: ‘Nooit had ik iemand meer gewild dan haar en nu had ik niet alleen haar gekregen, maar ook haar kind. Waarom kon ik daar niet tevreden mee zijn? Waarom zou ik het schrijven niet een jaar laten voor wat het was…’  Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan, hij moet en zal schrijven. Alles wat Knausgård doet en beleeft is intens en observeren kan hij als de beste. De lezer wordt meegesleurd in een stroom van gewaarwordingen en gevoelens. Van ups en downs zowel in zijn persoonlijk leven als in zijn schrijverschap. Hij geeft zich helemaal. De klemtoon in ‘Liefde’ ligt op zijn huwelijk met Linda, zijn tweede vrouw, zijn drie kinderen en zijn schrijverschap, waarmee hij nogal eens worstelt maar dat tenslotte de roman ‘Engelen vallen langzaam’ (2010) tot gevolg zal hebben. Het is een literair genot om heel dat kleurrijke leven van Knausgård mee te mogen beleven, een leven dat bol stond van strijd, waarvan hij zegt: ‘ik probeerde het tot het mijne te maken, dat was de strijd die ik voerde…’

Ellen de Jong   2013