Modiano, Patrick 2013

Patrick Modiano dwaalt door ‘Het gras van de nacht’

Verteller Jean, een zestig jaar oude Parijse schrijver, wandelt door Parijs, en wel door de wijk Montparnasse, een voor hem troosteloze buurt. Zijn gedachten gaan terug in de tijd, naar de jaren zestig, waarin hij met vriendin Dannie R. cafés bezocht en vaak afsprak in het Unic Hôtel in de rue du Montparnasse. ‘Als ik me goed herinner, was ik altijd op mijn qui-vive in die wijk.’ Jean verbleef met Dannie ook in een mysterieus landhuis buiten Parijs. In ‘Het gras van de nacht’, van Patrick Modiano, uitgave Querido, vertaling Maarten Elzinga, neemt hij ons mee in een wereld waar ‘heden en verleden naast elkaar voortbestaan.’ Dannie is een ongrijpbare jonge vrouw met een  duister verleden waar Jean de vinger niet op kan leggen. En evenmin op een aantal van haar louche vrienden die haar omringen. Dannie zegt dat ze student is, ze heeft valse papieren en verdwijnt plotsklaps uit Jeans leven. Hij heeft het hele boek door een zwart notitieboekje bij zich waarin hij aantekeningen maakt, die hem helpen ‘om een beetje orde te scheppen in al die beelden die zo abrupt verspringen dat het celluloid van de film dreigt te breken. Bepaalde notities, die verband houden met het onderzoek dat ik deed naar gebeurtenissen waar ik zelf niet bij ben geweest - ze gaan terug tot de negentiende of zelfs de achttiende eeuw -  kan ik vreemd genoeg veel gemakkelijker plaatsen. En de namen die met die lang vervlogen gebeurtenissen zijn verbonden – de Witte Barones, Tristan Corbière, Jeanne Duval, onder andere, en ook die van Marie-Anne Leroy, die op 26 juli 1794, toen ze eenentwintig jaar oud was, werd geguillotineerd - klinken me zelfs vertrouwder en nabijer in de oren dan die van mijn tijdgenoten.’ Wat voor type Dannie is en wat voor soort relatie Jean en zij hebben laat Modiano in het midden. Wèl voelt de lezer de spanning en een zekere angst die Jean met zich meedraagt omdat Dannie keer op keer ontwijkende antwoorden geeft op zijn vragen over haar bezigheden en haar vriendschappen. Waarvan ze slechts zegt dat ze er niets mee te maken wil hebben, met die ‘lijperds’. Veel wijzer wordt Jean daar niet van. Evenmin van het buitenhuis waar ze samen naartoe gingen en waar hij een manuscript liet liggen. Van een roman die bijna af was. Maar Dannie zei dat ze er niet meer naar terug kon gaan. Waarom niet? En van wie is het huis eigenlijk? Het zwarte notitieboekje van Jean is een belangrijk gegeven in de roman, je zou verwachten dat het hem helpt zich over het verleden te buigen, ‘Welnee’, schrijft Modiano, het gaat niet om het verleden maar om episoden uit een gedroomd, tijdloos leven dat ik bladzijde voor bladzijde aan de monotonie van het dagelijkse leven ontruk om er wat schaduw en licht in aan te brengen.’ En: ‘Voor mij is er nooit een verleden of heden geweest. Alles loopt door elkaar…’ Halverwege het boek komen de valse papieren van Dannie aan de orde en het ‘smerige zaakje’ waar ze volgens vriend Aghamouri bij betrokken was. Maar Dannie deed of haar neus bloedde en spelde Jean maar wat op zijn mouw en ‘het is nu te laat om het haar te vragen, behalve in mijn dromen, waarin de tijden door elkaar heen lopen…’ Later krijgt Jean een oproep om te getuigen en hij probeert met hulp van zijn notitieboekje en een politierapport wat hij in handen krijgt, te achterhalen wat er destijds gebeurde. Het blijkt dat Dannie verwikkeld was in duistere zaken waarbij haar louche vrienden ook betrokken waren. ‘Maar wat weten ze nu echt van ons tweeën, en van jou, behalve die verdwaalde kogels en die fantoomdode? In het verhoor dat ze me hebben laten ondertekenen na de formule ‘de getuige blijft bij zijn verklaring’, heb ik hun bijna niets over jou verteld. Noch over mezelf.’ Modiano houdt zijn personages bewust vaag en dus blijft er veel onopgehelderd. Als lezer moet je je gewoon maar mee laten slepen door de Parijse straten op Jeans melancholieke zoektocht naar de voorbije tijd. En samen met hem de kleurrijke cafés, kroegen en hotels bezoeken zonder ook maar één moment oplossingen te verwachten voor de mysteries die Modiano op zo’n bekoorlijke manier in het leven heeft geroepen.

Ellen de Jong  2013