Hahn, Edith 2013

'De oorlogsbruid' van Edith Hahn Beer


‘De oorlogsbruid’ van Edith Hahn Beer

Edith Hahn Beer schreef op aanraden van haar dochter Angela haar autobiografische verhaal ‘De oorlogsbruid’ met hulp van Susan Dworking, uitgave the house of books. Het boek verscheen eerder onder de titel ‘De joodse bruid’. In het eerste hoofdstuk wordt er al een tipje van de sluier opgelicht. Edith is joods, woonde tijdens de Tweede Wereldoorlog in Duitsland, samen met een lid van de nazi-partij, deed alsof ze arisch was, hield haar ware identiteit verborgen en was voortdurend doodsbang dat ze ontmaskerd zou worden: ‘Het is mijn stem uit die tijd in Brandenburg, toen ik als negenentwintigjarige rechtenstudente werd gezocht door de Gestapo, en me uitgaf voor een onschuldige verpleeghulp van eenentwintig.’ Als Oostenrijk door de Duitsers wordt bezet, kan Ediths familie geen kant meer op. Edith, die een relatie heeft met Pepi die half joods is, studeert in die tijd rechten, maar mag niet afstuderen. Haar zusjes ontspringen de dans, haar dierbare moeder Klothilde Hahn, aan wie het boek is opgedragen, wordt afgevoerd naar een concentratiekamp in Polen. Haar vader stierf al eerder. Edith zelf wordt naar een werkkamp in Duitsland gestuurd. Ze moet onder erbarmelijke omstandigheden zien te overleven. Dat doet ze en vol goede hoop keert ze na maanden van wrede onderdrukking terug naar Wenen. Daar is het leven voor joden nog slechter geworden dan het al was. Uit angst om opgepakt te worden gaat Edith niet terug naar haar getto. Ze ontmoet Frau Doktor die haar helpt om een nieuwe identiteit aan te nemen. Voortaan gaat ze als Grethe door het leven en krijgt een baan als verpleegkundige bij het Rode Kruis. Met valse papieren komt ze na wat omzwervingen in München terecht. Pepi brengt haar naar het station, hun relatie is voorbij. Hij is laf, hij kan niet tegen zijn dominante moeder op die niets met Edith te maken wil hebben. ‘Hij bracht me naar het station en zette me op de nachttrein naar München. Hij gaf me geen afscheidskus. De tijd voor kussen was voorbij.’ Edith mag van geluk spreken dat er in de trein naar München geen razzia werd gehouden: ‘toen ik voor ’t eerst papieren bij me had op naam van Christine Maria Margarethe Denner, twintig jaar oud, een arische christen. De hele nacht zat ik samen met andere mensen in een coupé, ik trok mijn jas over me heen en maakte me zo klein mogelijk, zodat niemand me op zou merken, wie ik nu ook was.’ In München ontmoet ze Werner, een kunstminnende nazi-officier, die haar ogenblikkelijk het hof maakt. Ze trouwen en van nu af aan is ze een U-Boot: ze duikt onder en ze is niet langer Edith Hahn. Maar het is haar redding, ondanks haar enorme gewetenswroeging en haar confrontatie met de walgelijke wandaden van de Duitsers tegen haar eigen, geliefde volk. Met lede ogen moet ze toezien hoe familieleden en vrienden hun wrede lot tegemoet gaan. Toch overleeft ze, verscheurd als ze is. ‘ik werd een levende leugen als alledaagse, doodgewone Hausfrau.’  En: ‘Uit alle macht probeerde ik mezelf ervan te overtuigen dat ik echt Grete Denner was. Ik dwong mezelf om alles wat me dierbaar was te vergeten, mijn ervaringen in het leven, mijn opleiding, en een nietszeggende vrouw te worden die nooit iets deed of zei wat de aandacht kon trekken.’ In september 1943 wist Edith dat ze kind zou krijgen. Ze werd een zwangere huisvrouw ‘met respect bejegend.’ Kinderen waren meer dan welkom in Het Derde Rijk, als ze maar aan de gestelde eisen van de Führer voldeden. Angela wordt geboren, Werner is er niet blij mee. Integendeel, het had een zoon moeten zijn en dat laat hij Edith weten ook. Een barst in hun relatie. Na de Russische overwinning kan Edith weer aan het werk als rechter: ‘dat genoegen is met geen pen te beschrijven.’ Als Werner terugkeert uit Siberië waar hij in een werkkamp gevangen zit, maar door toedoen van Edith vrij wordt gelaten, komt het ware karakter van hem boven. Hij kan niet verkroppen dan ze nu niet meer zijn slaafse huisvrouw is. Ze gaan scheiden. Samen met Angela vliegt ze naar Engeland naar haar zusje Hansi: ‘toen ik haar in mijn armen hield, mijn kleine soldatenzusje, wist ik dat Edith Hahn eindelijk weer zichzelf was. Een loodzware last viel van mijn schouders. Ik snoof de lucht van de vrijheid op. Mijn vermomming werd geschiedenis.’ Hoe waardevol dat Ediths verhaal - een aantal bijgevoegde foto’s maakt het nog persoonlijker - opnieuw aan de orde komt opdat de geschiedenis zich niet zal herhalen…

Ellen de Jong, 2013       
Vertaling: Ineke van Bronswijk
ISBN  9 789044 334135