Williams, John

‘Stoner’: opzienbarende roman

In 1965 schreef de Amerikaanse auteur John Williams (1922 – 1944) de roman ‘Stoner’. In 2012 werd ‘Stoner’ in het Nederlands vertaald, uitgave Lebowski Publishers. De tiende druk verscheen in maart 2013. De recensies zijn lovend. Een aantal wordt voorin het boek vermeld. Zo concludeert Arnon Grunberg: ‘Als u een boek wilt lezen dat uw leven gaat veranderen, lees dan ‘Stoner’.’ Het leven van ondergetekende heeft het niet veranderd, wel verdiept. Op de eerste bladzijde wordt de levensloop van William Stoner al ingeluid: Als negentienjarige schreef hij zich in 1910 in voor het eerste jaar van de universiteit van Missouri. Tijdens de Eerste Wereldoorlog ontving Stoner zijn doctorsgraad en kreeg hij een baan als universitair docent waar hij tot zijn dood in 1956 doceerde. Weinig studenten konden zich hem na afloop van zijn colleges duidelijk voor de geest halen. Na zijn dood raakte hij snel in de vergetelheid. Stoner groeide op een boerderij in Missouri als enig kind van boerenouders op. Ze werkten hard en toonden weinig emoties. Stoner hielp zijn ouders dag in, dag uit.  Zijn vader vond dat hij een studie landbouwkunde moest doen maar tot groot verdriet van hem koos Stoner voor Engelse Letterkunde. Deze keuze maakte dat er een verwijdering tussen hem en zijn ouders ontstond. Zij hoopten namelijk dat Stoner hen na zijn studie weer op de boerderij zou helpen. Stoner volhardt echter in zijn studie die zijn grote liefde wordt. Docent Archer Sloane die bezeten is van zijn vak is daarbij zijn grote voorbeeld. Stoner stort zich met hart en ziel op de taal en de literatuur. Al is hij een eenling toch sluit hij na verloop van tijd vriendschap met Dave en Finch. Dave overlijdt in de oorlog, Finch blijft tot Stoners dood zijn vriend. Het kan niet uitblijven dat Stoner verliefd wordt. En wel op het eerste gezicht. Als hij Edith Bostwick ontmoet, een magere, intens bleke vrouw, die een zeer verkrampte opvoeding heeft gehad, valt hij ogenblikkelijk voor haar. Ze trouwen, maar al snel blijkt dat ze ijskoud is en bovendien streken heeft: ‘Binnen een maand wist hij dat dit huwelijk een mislukking was. En binnen een jaar gaf hij de hoop op dat het beter zou worden. Hij leerde de stilte kennen en drong zijn liefde niet op.’ En: ‘Vanuit een onuitgesproken stijfkoppigheid die ze allebei hadden, deelden ze hetzelfde bed. Soms, ’s nachts, in haar slaap, kroop ze zonder het te weten tegen hem aan. En dan kon het gebeuren dat hij zich ondanks zichzelf overgaf aan zijn liefde en op haar kroop. Als ze voldoende wakker werd, verstrakte en verstijfde ze, draaide haar hoofd met een bekend gebaar opzij en duwde het in een kussen, terwijl ze de ontering onderging.’ Toch wordt er een dochter geboren: Grace. Edith kan het kind niet aan, Stoner neemt de zorg met liefde voor haar op. Hij neemt haar mee naar zijn studeerkamer en zo ontstaat er een innige band tussen vader en dochter.  Ware het niet dat Edith met slinkse streken Grace inpalmt en haar onder druk zet en een wig drijft tussen haar en Stoner. Die geen verweer heeft. Als lezer zou je hem door elkaar willen schudden, maar zijn karakter is onveranderlijk: hij ziet overal de onvermijdelijkheid van in, dus groeien Grace en hij uit elkaar. Aan het eind van het boek heeft hij na jaren een diep gesprek met haar, maar dan is het te laat. Grace is aan de drank en ongewenst zwanger. Voor Stoner is alles te laat, zijn tweede geheime, hartstochtelijke liefde voor een veel jongere studente, loopt ook op niets uit. Hoewel ze samen een perfect paar vormen en er sprake is van totale overgave. Prachtig beschrijft Williams hoe ze de laatste tien dagen voordat ze uit elkaar gaan doorbrengen in ‘een hut met een slaapkamer, een woonkamer en een keukentje. Hij stond op enige afstand van de andere hutten, en keek uit op een meer dat in de wintermaanden was dichtgevroren. ’s Ochtends werden ze ineengestrengeld wakker, hun warme lichamen weldadig onder de zware dekens. Ze staken hun hoofden boven de dekens uit en zagen hoe hun adem in grote wolken in de koude lucht condenseerde. Ze lachten als kinderen en trokken de dekens weer over hun hoofd en drukten zich nog dichter tegen elkaar aan. Soms vrijden ze en bleven de hele ochtend in bed en praatten, tot de zon door een oostelijk raam naar binnen begon te schijnen.’ Na deze onmogelijke relatie die een te verwachten schandaal op de universiteit zal oproepen en ‘de vernietiging van onszelf, van wat we doen’, tot gevolg zal hebben, vraagt Stoner zich af - temeer daar hij verwikkeld is in een strijd met collega Lomax die hem het leven zuur maakt – ‘of zijn leven wel de moeite waard was. Of dat ooit het geval was geweest.’ En: ‘dat op lange termijn alle dingen, zelfs het inzicht dat hem dit deed inzien, vergeefs en onbetekenend waren, en uiteindelijk oplosten in een leegte waaraan ze niets veranderden.’ Een absoluut hoogtepunt in deze buitengewoon boeiende roman - in een sobere taal die er altijd toe doet - is de enscenering van Stoners sterven. Hij had ooit een weinig opzienbarend boek geschreven, dat hem ondanks alles, lief was. ‘Het deed er nauwelijks toe dat het boek was vergeten en dat het nergens toe diende. En de vraag naar de waarde ervan, om het even wanneer, leek bijna van geen betekenis. Hij had niet de illusie dat hij zichzelf daar op die vergelende bladzijden terugvond. Hij liet zijn vingers over de pagina’s lopen en voelde een tinteling, alsof de pagina’s leefden. Zijn vingers verslapten, en het boek dat ze hadden vastgehouden gleed langzaam en toen snel over het roerloze lichaam en viel de stilte van de kamer in.’ In het nawoord zegt Williams over Stoner: ‘Volgens mij is hij een échte held. Veel mensen die de roman gelezen hebben, denken dat Stoner een triest en slecht leven had. Volgens mij had hij een bijzonder goed leven. Zijn leven was beter dan dat van de meeste mensen - absoluut. Wat ik in de roman belangrijk vind, is Stoners gevoel van een vák. Doceren was voor hem een vak – een vak in de goede en eerzame zin van het woord. Zijn vak gaf hem een bepaald soort identiteit en maakte hem tot wat hij was.’
Naar mijn mening geldt dat eveneens, in hoge mate, voor Williams zelf.

Ellen de Jong, 2013

             
Vertaling: Edzard Krol
ISBN 9 789048 813834