Grøndahl, Jens C. 2013

'Voordat we afscheid nemen’: psychologische roman van Jens Christian Grøndahl

Barbara is een adoptiekind, ooit te vondeling gelegd in
Calcutta. Ze groeit op bij Judith en Erik in Jutland als een eenzaam kind. Erik
verlaat het gezin en Judith gaat zich te buiten aan de drank. In ‘Voordat we
afscheid nemen beschrijft de Deens schrijver Jens Christian Grøndahl, uitgave
Meulenhoff, Barbara’s levensverloop. Ze is eind dertig en werkt als redacteur
bij een uitgeverij en heeft een relatie met een bekende fotograaf Marcus, die
twee keer zo oud is. Hij fotografeert bij uitstek oorlogsgeweld en is meer op
reis dan thuis. Marcus heeft al een huwelijk achter de rug en hij laat het
verleden het liefst rusten. Met zijn zoon en dochter heeft hij een
afstandelijke band en hij maakt dan ook nauwelijks deel uit van hun leven. Als
hij thuis is hebben Barbara en hij het goed samen en hebben ze elkaar lief al
is die liefde bij Grøndahl altijd complex en nooit wat die zijn moet. Toch voel
je niet aankomen dat Marcus Barbara zo onverwachts in de steek zal laten, na
zeven jaar samenzijn. Als ze samen in Athene de Acropolis bezoeken zegt hij dat
hij te oud voor haar is en een jongere man moet zoeken om kinderen mee te
krijgen. Barbara versteent, ze wil helemaal geen kinderen. Ze houdt alleen van
hem: ‘Alsof hij dood was, uit de orde van de omstandigheden gevallen. Dagen die
samenhang hadden in een onophoudelijke stroom die zeven jaar had geduurd; aan
land geworpen, dood en opgedroogd, al gewichtloos. Verspreid door de wind als
zaadjes in het bos.’ Maar er is geen weg terug. Barbara gaat naar Kopenhagen en
gaat er alleen in een flat wonen. Ze doet haar werk met plezier en al helmaal
als ze gevraagd wordt de memoires van een oudere actrice, Suzanne Molton, te
redigeren. Ze ontmoet in dat verband Asger, een ongelukkig getrouwde man die
verliefd op haar wordt. Barbara voelt in eerste instantie niets voor hem maar
later scheelde het geen haar of ze was met hem in bed beland. Verder leidt ze
een rustig leven maar haar verdriet om Marcus die haar zo plompverloren aan de
dijk zette, slijt niet. Haar werk biedt troost, dat wel, de boeken van haar
schrijvers komen uit, het ene na het andere. Toch voelt ze zich een buitenstaander
in Denemarken als adoptiekind al en dat is zo gebleven. Marcus in feite ook,
hij fotografeert de oorlogsellende maar is er niet bij betrokken. Hij laat de
slachtoffers voor wie ze zijn: ‘Hoe hij mensen en hun leven van buitenaf
bekeek, zonder er deel van uit te maken. Hoe hij er soms van droomde om erbij
te horen, liggend in een hotelkamer in een vreemde stad.’ Grøndahl geeft zijn –
psychologische – roman een poëtisch einde. Barbara hervindt Marcus in Brussel.
Al is hij fysiek gezien niet meer de oude, tenslotte vallen ze elkaar in de
armen en voelen ze zich opnieuw tot elkaar aangetrokken: ‘Zij ging naar hem toe
en legde een hand op zijn rug. Hij stokte midden in een beweging.’ ‘Wil je me
niet even vasthouden?’  fluisterde ze.
‘Hij draaide zich om en sloeg zijn armen om haar heen.’ ‘Barbara…’ Grøndahl beschrijft
de verschillende karakters met een groot inlevingsvermogen en daardoor worden
ze levensecht: De ondoorgrondelijke wat botte Marcus en en de fijnzinnige,
goedhartige Barbara. In hun levens spelen eenzaamheid, onbegrip, leegte en
verlies een belangrijke rol: hoofdthema’s in Grøndahls werk. Evenals zijn
filmische sfeertekeningen, zijn melancholieke ondertoon en lyrische
natuurbeschrijvingen: ‘De wind nam toe, in het noordwesten trok de lucht dicht.
De laatste rozenbottels klampten zich vast aan de doornige takken op de kleine
helling tussen het asfalt en het zand. De zee was dicht bij de kust grijsgroen
en verder weg blauwzwart met riffen van schuim. Net onder de horizon hing er
een metalige gloed rond de plaats waar de zon weldra zou ondergaan.’ Hopelijk
hoeven we nog lang geen afscheid te nemen van deze bevlogen schrijver.


Ellen de Jong  2013


\Vertaling: Annelies van Hees



ISBN 9 789029 088664