Franck, Julia 2012

Rug aan rug’: een schrijnende familiegeschiedenis

De Joodse Käthe overleefde ternauwernood een concentratiekamp. Ze is beeldhouwer en zet zich in voor het communistische Duitsland. Ze heeft twee kinderen, Thomas en Ella, die met haar opgroeien in de DDR van eind jaren vijftig, ten tijde van de bouw van de Berlijnse Muur. In ‘Rug aan rug’ vertelt Julia Franck, bekend van de internationale bestseller ‘De middagvrouw’, hoe het de tienjarige Thomas en de elfjarige Ella vergaat. Met een moeder die zwaar beschadigd is en zonder een vader, daar die in de oorlog omkwam. Käthe is een harde, kille vrouw die niet naar haar kinderen omkijkt en ze niet eens mist als ze drie dagen van huis zijn weggelopen. Ze gaat omarmingen uit de weg en is niet in staat haar kinderen lief te hebben, ook al doen die nog zo hun best die liefde te verdienen. Ze koken, houden het huis schoon terwijl Käthe als een bezetene werkt, maar ze krijgen stank voor dank. Het enige wat voor haar telt is haar kunst en het verwezenlijken van haar idealen voor een betere samenleving. Thomas en Ella die slechts één jaar met elkaar schelen zijn totaal op elkaar aangewezen: rug aan rug is de één afhankelijk van de ander. Die wederzijdse afhankelijkheid maakt dat ze zich geborgen voelen, maar toch kunnen ze elkaar niet redden. Ella wordt verkracht door haar stiefvader, zelf oorlogsslachtoffer, en door de onderhuurder. Zij is altijd op de vlucht en leeft in haar eigen bedachte realiteit, daar de echte te pijnlijk is. En al heeft Käthe voorkeur voor Thomas, ook hij krijgt geen spatje liefde. Hij moet uren model staan voor haar en hij mag niet studeren: ‘Volgens haar had niemand recht op liefde en bescherming. Käthe zou hem niet helpen een studieplaats te krijgen. Ze verfoeide de elite, waarvan ze  zelf ooit een kind was geweest. Wat telde was alleen wat de mens uit eigen kracht tot stand bracht, voor de maatschappij waarin hij leefde.’ Thomas, die het liefst dichter wil worden, moet de steengroeve in waar hij gepest wordt bij het leven en totaal weerloos is. Hij krijgt gordelroos en hoeft niet meer terug en krijgt een baantje in en ziekenhuis waar hij geconfronteerd wordt met heftig menselijk lijden waar hij niet tegen opgewassen is. Hij is überhaupt niet in staat het leven ook maar enigszins naar zijn hand te zetten in een wereld die het individu omwille van het communistische ideaal totaal opeist. Tot hij in het ziekenhuis Marie ontmoet. Ze is ouder dan hij, ongelukkig getrouwd en ze heeft een kind. Ze ontdekken al snel dat ze zielsverwanten zijn en dat ze van elkaar houden, al heeft hun liefde geen toekomst, maar dat weten ze dan nog niet. Thomas is een romantische jongen, in alle vezels van zijn ziel en hij schrijft ook gedichten die zijn emoties verwoorden en betrekking hebben op zijn onvrede en het verlangen naar vrijheid en liefde. Tenslotte sterft hij, achttien jaar oud, voor de liefde, samen met zijn aanbeden Marie. Het is Ella die hen vindt: ‘De lichamen zijn in hun verstrengeling verstard en hun schoenen hebben ze twee aan twee neergezet, zodat de punten van hun sandalen elkaar raken. Ze staan zo dicht bij elkaar als mensen in hun schoenen waarschijnlijk nooit zouden kunnen staan.’ Käthe huilt nu ongeremd: ‘Mijn jongen. Ella slaat haar arm om de kleine Käthe, maar trillend blijft Käthe, de tranen schudden haar door elkaar, op de drempel staan, mijn jongen, mijn jongen. Met geen enkel gebaar beantwoordt ze Ella’s omarming.’ Opnieuw is Ella alleen . Als ze in ‘Laatste Verzoek’ leest dat Thomas en Marie naast elkaar begraven willen worden, weet ze dat niemand deze wens zal inwilligen. Maar weet ze, levenden kunnen doen wat ze willen, soms, maar soms ook niet. ‘Ze denkt: het laatste is van jullie. Ze kunnen jullie lichamen apart begraven en toch zullen jullie elkaar in alle eeuwigheid liefhebben.’ Franck schetst een gaaf beeld van twee kinderen die ernstig belemmerd worden in hun groei naar volwassenheid omdat ze verwaarloosd en misbruikt worden en er van een vrije wil geen sprake is. Ontroerend zijn de passages waarin Franck beschrijft hoe Thomas en Ella steun bij elkaar zoeken en vluchten in een eigen wereld. En hoe er later toch een zekere verwijdering tussen hen ontstaat. Franck verslapt geen moment en houdt de aandacht scherp bij haar thema: hoe macht van ouders over kinderen ontaardt in een maatschappij waarin vrije wil en individualiteit worden ondermijnd. ‘In al haar romans’, zegt Franck in een interview (De Volkskrant 9-6-2012) ‘is het autobiografische steeds op een andere manier verweven.’ In ‘Rug aan rug’ wordt duidelijk dat Franck gedichten in de tekst verwerkt heeft die ontleend zijn aan de nalatenschap van een oom die op achttienjarige leeftijd in 1962 omkwam. Die wetenschap geeft de roman een extra verdieping.


Ellen de Jong
‘Rug aan rug’
Auteur: Julia Franck
Vertaling: Goverdien Hauth-Grubben
Uitgave: Wereldbibliotheek
ISBN 9 789028 424487