Moran, Caitlin 2012

In haar boek ‘Vrouw zijn, hoe doe je dat?’ is Caitlin Moran eerlijk tot op de graat


Caitlin Moran publiceerde haar eerste roman op haar vijftiende. Op haar zestiende ging ze werken voor ‘Melody Maker’, toen ze zeventien was voor ‘The Guardian’. Op haar achttiende kreeg ze een eigen column in ‘The Times’. In ‘Vrouw zijn, hoe doe je dat?’ beschrijft Moran, bevlogen feministe, hoe ze opgroeit als oudste van acht kinderen in een klein huis in het dorp Wolverhampton in Engeland. Op haar dertiende verjaardag, ‘De gruwelijkste verjaardag aller tijden’, memoreert ze: ‘Ik ben dertien jaar oud, ik weeg tweeëntachtig kilo, ik heb geen geld, geen vrienden, en jongens bekogelen me met grind zodra ze me zien.’ En: ‘Ik heb geen idee hoe ik ooit een vrouw moet worden en hoe het werkelijk ís om een vrouw te zijn.’ Het moderne feminisme geeft geen antwoord op vragen als het gaat over abortus, plastische chirurgie, bevalling, moederschap, seks, liefde, werk, vrouwenhaat en angst. Het feminisme, zoals het er nu voor staat, is ‘knarsend tot stilstand gekomen.’ Moran beschrijft hoe ze moeizaam opgroeit van een uiterst onzeker meisje tot een volwassen strijdbare feministe. Haar moeder benoemde Morans en haar zusjes’ genitaliën met ‘Bot-Bot’. ‘Bot’ voor de achterkant en ‘bot-bot’ voor de voorkant. ‘Maar als je eenmaal gaat puberen kun je het niet meer hebben over je ‘bot-bot’ als het gaat om de plek die de komende veertig jaar het epicentrum van een groot deel van je beslissingen en gedachteprocessen zal zijn.’ Moran vraagt zich af hoe ze haar borsten en vagina moet noemen, mijn meiden en mijn poesje? Nee, beter, tieten en kut, dat vond haar zus Caz ook. Moran is een fan van Germaine Greer: ‘Greer bezigt de woorden ‘bevrijding’ en ‘feminisme’ en ik besef – op vijftienjarige leeftijd – dat ik voor het eerst iemand zie die die woorden zegt zonder enig sarcasme, of getemperd door onzichtbare aanhalingstekens.’ Wat is feminisme? vraagt Moran zich af. ‘Simpelweg de overtuiging dat vrouwen net zo vrij zouden moeten zijn als mannen, hoe gestoord, dom, verdwaald, slecht gekleed, dik, terugkrabbelend, lui en zelfgenoegzaam ze ook mogen zijn. Ben jij een feministe? Ha ha ha. Natuurlijk wel.’ Moran zet zich niet af tegen mannen en heeft het niet over zaken als vrouwenbesnijdenis en ongelijke salariëring maar over al die dagelijkse probleempjes en beslommeringen van het vrouw zijn die vrouwen doen steigeren! Ook al is er geen betere tijd om een vrouw te zijn sinds we stemrecht hebben en de pil. Waarom dragen wij bikinislips, tanga’s, strings en jazzslips, of zoals Moran ze noemt ‘bilspieraccessoires of reetbijous. Een dergelijke strakke elastieken grens halverwege de derrière is zowel qua comfort als esthetische overwegingen even wreed als de grens tussen India en Pakistan. Er is sprake van een rampzalige vormverplaatsing. Hele lichaamsdelen worden uiteen gereten, of ondernemen een volksverhuizing. Waarom dragen we niet iets wat verstandig en geruststellend beide billen omsluit? In Engeland is er amper een vrouw te vinden met een onderbroek die werkelijk past.’ En waarom dragen wij zulke strakke beha’s? Om over hooggehakte schoenen maar te zwijgen. We kunnen er niet op lopen en martelen onze voeten. ‘WIJ KUNNEN NIET OP DIE VERREKTE DINGEN LOPEN. We kunnen net zo goed gaan stappen op antizwaartekrachtlaarzen of rolschaatsen. Maar verbijsterend genoeg accepteren we de nutteloosheid van hakken volkomen. We zijn ongevoelig voor de duizenden ponden die we gedurende ons leven uitgeven aan schoenen die we maar één keer dragen, en dat met veel pijn. Had Germaine Greer gelijk? Bestaat de hak alleen maar om de aandacht van mannen te trekken en een beurt te krijgen? Het antwoord is uiteraard nee. Vrouwen dragen hakken omdat ze denken dat hun benen dan dunner lijken, EINDE VERHAAL.’ Waarom zijn vrouwen afgeschreven als nieuwslezers na hun 50e, terwijl mannen kunnen blijven? Het gaat volgens Moran niet om ‘man versus vrouw, maar winnaar versus verliezer.’ Waarom geven we kapitalen uit aan cosmetische ingrepen? ‘Het is toch vreemd dat er als aan je gezicht en lichaam eindelijk te zien is (lijntjes, zachtere contouren, grijze haren) dat je het tijdperk van ongebreidelde uitmuntendheid en afkeer van sufkoppen hebt bereikt, druk op je wordt uitgeoefend om je…van al die teken te ontdoen. Dat je moet uitstralen dat je eigenlijk nog steeds een beetje onnozel en incompetent bent, en volledig bereid bent om genaaid te worden door iemand die iets slimmer en ouder is. Ik heb daar geen zin in. Ik wil een gezicht vol fronsrimpels en vermoeidheid en roomgele tanden, een gezicht dat stupide en veile typen zonder enige schroom laat weten dat ze moeten OPROTTEN.’ Onderwerpen als Morans eerste menstruatie, haar eerste bevalling en het moederschap beschrijft ze recht voor haar raap en ze windt nergens doekjes om. Ook niet over de huwelijksdag, voor haar is het niet ‘De mooiste dag van je leven’. ‘Toch’, concludeert Moran en daar is geen speld tussen te krijgen, ‘vinden vrouwen tegenwoordig dat ze het verdienen om zich één onvoorstelbaar kostbare dag lang te mogen aanstellen als een Michael Jackson op zijn krankzinnigst, voordat ze door de zure appel heen bijten en zich settelen zonder ooit nog een ‘mooie’ dag te beleven. Dat is natuurlijk grotendeels te wijten aan het feit dat je net 21.000 pond hebt opgehoest voor zestienduizend ragoutpasteitjes en een ‘light jazz band’- maar de symboliek van dit alles is ondraaglijk sterk aanwezig. Bij dit soort dingen moet je naar mannen kijken. Hebben zij één bijzondere dag waarop zij zich koning van de wereld voelen – om daarna terug te keren in de dagelijkse sleur? Nee. Zij gaan geregeld los en doen waar ze zin in hebben…’ Zonder enige terughoudendheid beschrijft Moran haar eerste zwangerschap die ontzettend gewenst was maar eindigde in een miskraam drie dagen voor haar trouwdag. Over haar zelf gekozen abortus waartoe ze later als ze haar gezin compleet acht, besluit, geeft ze onverbloemd haar mening die ik overigens met haar deel: ‘Deze keer is het mijn verstand dat heeft besloten dat het kind er niet mag komen. Ik vind niet dat het besluit van mijn lijf steekhoudender is dan dat van mijn verstand. Ze kennen me allebei. Ze zijn allebei even goed in staat om de juiste keuze te maken.’  
Moran schrijft beeldend, waarachtig en geestig en het boek wemelt van hilarische scènes, waarom ik vaak hardop lachte evenals mijn man toen ik hem wat pikante passages voorlas. Maar hij is dan ook een verhaal apart. Weet Moran nu hoe je een vrouw moet zijn? ‘Zo ongeveer wel, ja, als ik eerlijk ben.’ En ze is eerlijk tot op de graat in dit uitmuntend vertaalde boek dat ik het liefst helemaal zou willen citeren…

Ellen de Jong


Vrouw zijn, hoe doe je dat?
Auteur: Caitlin Moran
Vertaling: Petra C. van der Eerden
Uitgave: De Arbeiderspers
ISBN 9 789029 583367